Brandveiligheid bij het werken op platte daken

Wordt dakbedekking met een brander aangebracht dan kan er brand ontstaan. Dat kan voorkomen worden door duidelijke afspraken te maken over het dakontwerp en door in brandgevaarlijke situaties geen brander te gebruiken. Voorbeelden van brandgevaarlijke situaties zijn: een overhellend dak en een naastgelegen gebouw waarvan de spouw is gevuld met isolatiemateriaal.

Om de brandveiligheid te verbeteren riepen Vebidak, BDA Dakadvies en Probasys Benelux in 2006 een werkgroep in het leven. Vebidak is de branchevereniging voor bitumineuze en kunststof dakbedekkingbedrijven, BDA Dakadvies is een adviesbureau en keuringsinstituut, Probasys is de vereniging van producenten en leveranciers van bitumen afdichtingsystemen.

De werkgroep ontwikkelde een voorlopige norm: NVN 6050, die in 2006 werd gepubliceerd. De nieuwe richtlijnen hebben geleid tot de ontwikkeling van methodes waarmee dakbedekking zonder brander kan worden aangebracht.

Aanpak en rol NEN

In 2008 zijn de ervaringen met NVN 6050 geëvalueerd. In de evaluatie is onder andere gemeld dat de publicatie van de voornorm bij één dakdekker leidde tot een duidelijke afname in het gebruik van brandblussers. In 2009 is de definitieve norm gepubliceerd: NEN 6050 'Ontwerpvoorwaarden voor brandveilig werken aan daken - Gesloten dakbedekkingssystemen.'

NEN heeft de partijen bij elkaar gebracht en een platform geboden. Voorop stond steeds het gezamenlijke belang: het vergroten van de brandveiligheid op daken. Behalve de drie initiatiefnemers namen de volgende partijen deel: de Nederlandse Isolatie Industrie (NII), de Verenigde EPDM Systeem Producenten (VESP), het Metalen Dakdekkersgilde van Uneto-VNI, Stichting Erkenningsregeling/Certificatie-Instelling Dakmerk en adviesbureau en beproevingsinstituut Peutz.

Meer informatie

Neem contact op met NEN Bouw, ir. Gisela van Blokland, e-mail bouw@nen.nl.