Karakterisering van afval in Europese context

De afvalberg moet in toom worden gehouden, ook bij een toenemende consumptie. In Nederland en Europa is er volop beleid, maar wat gebeurt er op het gebied van Europese normalisatie van milieumeetmethoden?

Afvalbeleid

Afval is een actueel onderwerp in het Europese milieubeleid. Europa produceert jaarlijks ongeveer 1,8 miljard ton afval, en de hoeveelheid stijgt nog elk jaar. In 2005 werd 49 % van het Europese afval gestort, 18 % verbrand en slechts 27 % hergebruikt. Het Europese afvalbeleid probeert hierin verandering te krijgen. De beleidsontwikkelingen volgen hierbij in belangrijke mate de ladder van Lansink.

Ladder van Lansink

In de ladder van Lansink wordt prioriteit gegeven aan preventie: het minimaliseren van het ontstaan van afval. Het afval dat toch ontstaat, moet bij voorkeur een ‘nuttige toepassing’ krijgen door hergebruik of verbranding met energieterugwinning. Afval dat niet nuttig kan worden toegepast, wordt verwijderd door verbranding of, in het laatste geval, door het te storten op een stortplaats. De voorkeursvolgorde volgens de ladder van Lansink:

  • 1. Preventie
  • 2. Hergebruik (recycling)
  • 3. Verbranden (energiewinning)
  • 4. Storten

Karakterisering van afval

Voor de verwerking van afval is het belangrijk dat de eigenschappen van het afval bekend zijn:

  • Bij hergebruik is het belangrijk dat het materiaal niet schadelijk is voor de gezondheid en het milieu.
  • Bij verbranden van afval voor energiewinning is kennis nodig over de calorische waarde.
  • Bij storten van afval is het belangrijk dat potentiële milieueffecten bekend zijn, zodat het afval op de juiste wijze kan worden gestort.

CEN/TC 292 'Characterization of waste'

Voor de karakterisering van afval worden in Europees verband gestandaardiseerde meetmethoden ontwikkeld. Dit gebeurt binnen de normalisatiecommissie CEN/TC 292 'Characterization of waste'. Het secretariaat en het voorzitterschap van CEN/TC 292 zijn in handen van Nederland.

CEN/TC 292 heeft acht werkgroepen ingesteld:

  • WG 1: monsterneming
  • WG 2: verkorte uitloogtesten
  • WG 3: analyse- en destructiemethoden (veelal anorganische analyses)
  • WG 4: termen en definities
  • WG 5: analyse van afval, geselecteerde groepen van parameters (veelal organische analyses)
  • WG 6: basis-karakteriseringstesten voor uitlooggedrag
  • WG 7: ecotoxicologische eigenschappen
  • WG 8: afval van winningsindustrieën

Relatie met Europese wet- en regelgeving

Een aantal gestandaardiseerde methoden die CEN/TC 292 heeft ontwikkeld, worden genoemd in Annex II van de Europese Stortplaats Richtlijn (Landfill Directive, 1999/31/EG). Hierin wordt verwezen naar methoden voor de bemonstering van afvalstoffen, ontsluitingsmethoden, uitloogproeven en analyse¬methoden. De lijst wordt gewijzigd als er meer CEN-normen beschikbaar zijn.

Contact

Hebt u vragen over normalisatie van de karakterisering van afvalstoffen? Neem contact op met NEN Milieu: Martijn van Rijn of Hieke Reijnhoudt, telefoon (015) 2 690 303 of e-mail: milieu@nen.nl.