Deze norm geeft eisen voor het beheer, de controle en het onderhoud van brandmeldinstallaties, daaronder worden verstaan de aansturingen naar G, E en J en daaronder worden niet verstaan de aangestuurde brandbeveiligings- en overige installaties (H, F en K). Deze norm is bedoeld te worden toegepast op overeenkomstig NEN 2535 uitgevoerde autonome brandmeldinstallaties, aangebracht in gebouwen zoals kantoren, bejaardencentra, hotels, ziekenhuizen en industriële objecten, die qua vorm en risico hiermee vergelijkbaar zijn. Voor andere toepassingsgebieden, waar bijzondere werkingsomstandigheden bestaan, kunnen per geval afwijkende, gewoonlijk meer uitgebreide onderhoudseisen worden vastgelegd, overeenstemmend met de specifieke situatie. Dit geldt bijvoorbeeld voor: - computerruimten; - off shore-installaties; - explosiegevaarlijke situaties zowel binnen als buiten; - transportmiddelen voor industrie, handel en verkeer. Deze norm is bedoeld een bijdrage te leveren aan het terugdringen van valse brandmeldingen.