Landbouw en landgebruik

In het Klimaatakkoord is het reductiedoel van 49% in 2030 opgenomen. Dit betekent dat er afspraken nodig zijn op het gebied van landbouw en landgebruik die leiden tot een broeikasgasreductie van ten minste 3,5 Mton.

Denk aan afspraken over intensivering van bestaande innovatie- en actieprogramma’s, nieuwe maatregelen die bijdragen aan emissiereductie in 2030 en afspraken over maatregelen om de vastlegging van emissies in bodems en vegetatie te stimuleren.

Om het reductiedoel van 49% in 2030 te halen, is de opgave voor landbouw en landgebruik om te komen tot afspraken die leiden tot een broeikasgasreductie van ten minste 3,5 Mton.

Normontwikkeling

Partijen uit de hele keten zijn al druk bezig om onder begeleiding van NEN te zorgen voor (her)nieuwde afspraken om de energietransitie te bevorderen. Dit doen ze door deel te nemen aan normcommissies. Bekijk hier het volledige overzicht.

Normtoepassing

Wilt u meer weten over de beschikbare normen, trainingen en ontwikkelingen op het gebied van landbouw en landgebruik? Bekijk dit in de NEN Shop.

Landbouw en landgebruik in
bredere transitie

De opgave voor landbouw en landgebruik is om de klimaatbijdrage in synergie met andere maatschappelijke opgaven te realiseren, waarbij rekening wordt gehouden met de consequenties buiten Nederland. Bovendien zal na 2030 een verdergaande bijdrage worden gevraagd. Zo moet vastlegging van CO2 in bodems en (houtige) vegetatie worden verbeterd om daarmee negatieve emissies te realiseren. Daarnaast zal de Nederlandse landbouw en landgebruik aangesproken worden om ruimte te bieden en grondstoffen te leveren voor emissiereducties in andere sectoren.

Tegelijk verwachten we een wezenlijke bijdrage aan de mondiale opgaven voor biodiversiteit, een betrouwbare voedselvoorziening en grondstoffenvoorziening en de lokale opgaven van leefomgevingskwaliteit en klimaatadaptatie. Dat vraagt om afspraken over ieders bijdragen aan de lange termijn klimaatopgave, passend bij een langetermijnperspectief voor de Nederlandse agrosectoren als belangrijke en innovatieve spelers die bijdragen aan voedselzekerheid, biodiversiteit, de kwaliteit van landschap en circulaire economie.

Om het reductiedoel van 49% in 2030 te halen, is de opgave voor landbouw en landgebruik om te komen tot afspraken die leiden tot een broeikasgasreductie van ten minste 3,5 Mton.

Kostenefficiëntie

Voor landbouw en landgebruik zijn er enkele maatregelen die het potentieel hebben om met een hoge kostenefficiëntie de opgave van 3,5 Mton in te vullen. Deze maatregelen zijn echter niet altijd de maatregelen die optimaal bijdragen aan de transitie waarvoor de betrokken sectoren staan. Zo is de versterking van het cultuurlandschap vanuit meerdere publieke doelen een effectieve maatregel, maar scoort deze op alleen kostenefficiëntie voor klimaat (zeker op korte termijn) matig. Dergelijke afwegingen zullen, zeker ook bij verdergaande emissiereducties, tot gewogen keuzes moeten leiden.

Instrumentarium

In bredere zin is het noodzakelijke om nu al te beginnen met het bevorderen van innovaties, het inrichten van pilots en het starten met maatregelen. Deze maatregelen zijn mogelijk duurder, maar passen wel bij de mix van publieke waarden en in het lange termijn perspectief. In de glastuinbouw is de publiek-private samenwerking ‘Kas als energiebron’ succesvol met de ontwikkeling van innovaties, pilots, en stimulansen om de resulterende maatregelen toe te passen. In de veehouderij wordt mestvergisting nu al via bestaand instrumentarium gestimuleerd.

De klimaateffecten van landgebruik vallen pas vanaf 2021 onder Europese klimaatwetgeving (‘LULUCF’); het Regeerakkoord spreekt van experimenten met flexibel peilbeheer en onderzoek naar onderwaterdrainage. Voor dergelijke maatregelen in het veenweidegebied zijn op Rijksniveau geen specifieke instrumenten voorhanden. Voor landgebruik in algemene zin is vooral het ruimtelijke en natuurinstrumentarium relevant waarmee er een stevige link gelegd wordt met een bredere weging van de in te zetten klimaatopties.

Interactie met de andere sectoren

De belangrijkste interactie van landbouw en landgebruik met andere sectoren loopt via de productie- en consumptieketens: aanlevering van energie, kunstmest en CO2 (voor plantengroei in kassen), transport en landbouwvoertuigen, verwerkende industrie, gebruik van voedsel en biomassa in de gebouwde omgeving en (soms pas in later stadium) voor energieopwekking. Maatregelen nemen in de ene sector heeft impact in de andere sector. Ook kunnen ketenpartijen elkaar beïnvloeden. Een andere interactie bestaat met de sector elektriciteitsopwekking vanwege de ruimte die landbouw – bijvoorbeeld op staldaken - en landgebruik hebben om hernieuwbare energie op te wekken (zon en wind).

Beoogde resultaten


  • Afspraken over intensivering van bestaande innovatie- en actieprogramma’s en over nieuwe maatregelen die bijdragen aan emissiereductie in 2030 en daarna.
  • Afspraken over maatregelen om de vastlegging van emissies in bodems en vegetatie te stimuleren.


Contact

Bent u werkzaam in deze sector en wilt u meewerken aan afspraken om de transitie op het gebied van landbouw en landgebruik te versnellen? Neem dan contact op met AgroFood & Consument, (015) 2 690 351 of stuur een e-mail.


Stuur een e-mail