Veilig drinkwater dankzij NEN 1006

20-02-2017 Een glas kraanwater drinken, je tanden poetsen, douchen én dat allemaal zonder er ziek van te worden. In Nederland is dat vanzelfsprekend. Hoe kan dat? Doordat er goede afspraken over drinkwater gemaakt worden. Deze afspraken liggen vast in NEN 1006 ‘Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties’.

NEN 1006 en de Waterwerkbladen zijn belangrijke informatiebronnen bij ontwerp, aanleg, ingebruikstelling en beheer van leidingwaterinstallaties in gebouwen. NEN 1006 ‘Algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties’ geeft eisen en aanbevelingen waaraan een leidingwaterinstallatie moet voldoen vanuit het oogpunt van volksgezondheid, veiligheid en doelmatigheid. Deze NEN-norm wordt aangewezen in het Bouwbesluit.

De norm NEN 1006 is ook afgestemd op de Drinkwaterwet, het Drinkwaterbesluit en afgeleide ministeriële regelingen. Verder zijn relevante eisen opgenomen uit de Europese norm EN 806 ‘Eisen voor drinkwaterinstallaties voor gebouwen’ (delen 1 tot en met 5).

Risico’s uitsluiten

In Nederland wordt voor het bepalen van verontreinigingsrisico’s van drinkwater gesproken over ‘Gevaarlijke Toestellen’. Dit zijn toestellen, die naar hun aard nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het drinkwater kunnen opleveren. Om de risico’s te bepalen wordt een analysemethode toegepast. Deze methode wordt ook wel de ‘Methode Montout’ genoemd die staat beschreven in Waterwerkblad 3.8. De methode bestaat uit:

  • Bepalen van de aard van de in het toestel mogelijk aanwezige verontreinigingen die in contact kunnen komen met het drinkwater;
    • klasse 1: is gelijk aan drinkwaterkwaliteit;
    • klasse 2: verontreiniging die bestaat uit stoffen die een ongewenste invloed op het drinkwater kunnen hebben (denk aan veranderingen in smaak-, geur- of kleur);
    • klasse 3 of 4: verontreinigingen van met name chemische aard waarbij klasse 3: bij consumptie geen acuut gezondheidsprobleem zal opleveren, maar klasse 4 wel en die moet worden beschouwd als acuut toxisch/giftig;
    • klasse 5: verontreinigen van ernstige bacteriologische aard.

  • Bepalen onder welke conditie(s) verontreinigingen via de aansluiting naar de leidingwaterinstallatie en mogelijk het drinkwater distributienet kunnen stromen;
    • terugstroming onder overdruk: (P>atm), ook wel terugpersen genoemd;
    • terugstroming bij een optredende onderdruk in de drinkwatertoevoer, ook wel terugheveling genoemd.

Het verontreinigingsrisico is het grootst als een verontreiniging klasse 5 vanuit het gevaarlijke toestel in de leidingwaterinstallatie kan worden teruggeperst en het kleinst als een vloeistof klasse 2 enkel door terugheveling in de drinkwaterinstallatie kan terugstromen. Op basis van de analyse, moet men een geschikte terugstroombeveiliging selecteren. In Waterwerkblad 3.8 is daarvoor een tabel opgenomen waarin de terugstroombeveiligingen met hun risicoafdekkend vermogen staan aangegeven. Er kan dan worden gekozen uit terugstroombeveiligingen zoals atmosferische onderbrekingen, keerkleppen, beluchters, en dergelijke. Op www.infodwi.nl zijn beoordelingsrapporten van gevaarlijke toestellen in te zien.

Leveranciers kunnen bij Kiwa een Veiligheidscertificaat op basis van BRL-K14012 aanvragen. Gevaarlijke toestellen die met het Kiwa veiligheidscertificaat geleverd worden, zijn voorzien van de vereiste beveiligingen en kunnen rechtstreeks op de drinkwaterinstallatie worden aangesloten.
Bron: Installatie Totaal

Norm veilige leidingwaterinstallaties

NEN 1006 is de norm voor de algemene voorschriften voor leidingwaterinstallaties. Deze is essentieel voor het aanleggen en beoordelen van veilige leidingwaterinstallaties.

Praktische trainingen veilige leidingwaterinstallaties

Bij NEN zijn er een aantal handige trainingen rondom veilige leidingwaterinstallaties:

Eerder door u bekeken

Top Gasnormen

Contact Gas & Water

(015) 2 690 324

bi@nen.nl