Ecodesign: een uitgeholde kreet of Europees beleid?

04-08-2014 De term “ecodesign” kom je tegenwoordig op de meest vreemde plaatsen tegen. Fabrikanten, maar vooral marketeers, hopen door het toepassen van dit soort kretologie het vertrouwen te winnen van het publiek, hun afnemers en hun criticasters.

Ecodesign staat blijkbaar voor duurzaamheid, milieuvriendelijk, politiek correct beleid, etc. Als je het zo beschouwd is de term “ecodesign” wel aardig geïnflateerd. Kijken we naar Europees beleid op het gebied van Ecodesign, dan zien we toch wat meer technisch georiënteerde aspecten naar voren komen die wat meer tastbaar zijn.


De Ecodesign richtlijn 2009/125/EG (ook wel genoemd de Energy Related Products richtlijn: de ERP-richtlijn voor ingewijden), samen met de richtlijn 2010/30/EU over de verplichte vermelding van energieverbruik bij producten (Energy Labelling directive) vormen samen de basis voor het opstellen van mandaten en verordeningen.

Mandaten
Mandaten komen in dit verband voor in de vorm van een onderzoeksopdracht van (een consortium van) bedrijven om bepaalde zaken, zoals het bepalen van het energieverbruik van bepaalde families van apparaten) of een opdracht aan een Technische Commissie om bepaalde normen te gaan ontwikkelen. Verordeningen bevatten dwingende Europese wetgeving die op een bepaalde datum meteen van kracht wordt binnen de hele Europese Economische Ruimte (EER) zonder dat deze Europese wetgeving eerst in nationale wetgeving moet worden omgezet. Het is dus in feite een “turbo-richtlijn”. Gewone richtlijnen hadden als nadeel dat, nadat ze door de EC waren goedgekeurd, ze eerst in nationale wetgevingen moesten worden omgezet om binnen die lidstaten van kracht te kunnen worden. Met zoveel lidstaten en schijven waar dit over moest gebeuren kwam het vaak voor dat de nationale wetgevingen niet tegelijkertijd en op tijd klaar waren zodat er momenten waren van verschillende geldende wetten binnen de EER. Dit is lastig en niet in de geest van Europa.

De ontwerp-mandaten en -verordeningen worden door de EC opgesteld waarna ze in Consulatie Fora van belanghebbenden worden besproken. Het CEN-CENELEC Management Center (CCMC) in Brussel, wat het coördinatiecentrum is voor het normalisatiewerk in Europa, krijgt vervolgens een uitnodiging om nieuwe normonderwerpen (new work item proposals oftewel NWIPs) te formuleren en deze onder te brengen bij de relevante Technische Commissies.

Technische Commissies
Technische Commissies (TCs) zijn meestal geformeerd rond bepaalde onderwerpen of productfamilies en bestaan uit vertegenwoordigers van lidstaten die belang hebben om aan de normontwikkeling op die bepaalde gebieden mee te doen. Soms is er geen relevante TC te vinden en dan wordt er een Project Groep opgericht die een beperkt mandaat mee krijgt. Wat er binnen de Consultatie Fora afspeelt wordt gevolgd door vertegenwoordigers van de TCs die de belangen van hun TC of PG, gespiegeld aan hun mandaten, in de gaten houden.

Lidstaten hebben op nationaal niveau ook vertegenwoordiging in de normalisatiegremia. De nationale normcommissies zijn opgebouwd uit belanghebbenden vanuit de industrie, toezichthouders, instituten, brancheverenigingen en dergelijke die op hun beurt in de gaten houden wat en welke normen er worden ontwikkeld en er zo nodig invloed op kunnen uitoefenen. Leden van de normcommissies zijn vaak ook als expert naar de verschillende werkgroepen afgevaardigd waar ze daadwerkelijk aan de norminhoud kunnen meewerken. Kenmerkend voor de nationale commissies is dat er altijd als secretaris een vertegenwoordiger van het nationale normeninstituut bij aanwezig is.

Een voorbeeld van een Project Groep op het gebied van ecodesign was de CEN/TC 406. Deze PG had als mandaat twee onderwerpen:

- Het ontwikkelen van een methodologie waarmee tijdens het ontwerp- en ontwikkelingsproces van mechanische producten rekening wordt gehouden met milieuaspecten
- Verklaring van de milieuprestaties (DEP) van mechanische producten.

Het eerste onderwerp heeft begin dit jaar geleid tot de publicatie van een Technische Specificatie (soort voornorm) CEN/TS 16524. Deze norm heeft als doel om midden- en kleinbedrijven in staat te stellen om met vrij eenvoudige middelen en zonder grote voorkennis een light versie van een LCA te maken. De methode, die wordt begeleid door een eenvoudig rekenprogramma, stelt de ontwerper/ fabrikant in staat om met behulp van bekende gegevens, zoals de stuklijst, een overzicht te krijgen van milieu-indicatoren. Met deze inzichten kan een ontwerper besluiten om een aantal zaken voortaan anders aan te pakken zodat de milieu-indicatoren in gunstige zin worden bijgesteld. Deze bijstellingen kunnen zijn: andere materiaalkeuzes, productiemethoden, verpakkingen, energieverbruik, logistiek traject, etc.

Nederlandse Praktijk Richtlijn
De Nederlandse Praktijk Richtlijn NPR-CEN/TS16524 wordt door de NEN uitgeverij verspreid en kan worden besteld via de normshop van NEN. Leden van de FME, de KMU en de NRK kunnen de norm plus rekentool bestellen ».



Richtlijn plus tool

Korting NPR-CEN/TS 16524:2013

Deze korting is exclusief voor de leden van FME / KMU en NRK.
De norm is in het Engels, de rekentool in het Nederlands.

Inmiddels heeft een aantal vooraanstaande bedrijven de NPR in de praktijk toegepast en daarover presentaties gehouden. De resultaten zijn te lezen op de website www.dutchecodesign.nl. Vanuit de normcommissie NC 341106 worden de verdere ontwikkelingen op normgebied verder gevolgd.

Het tweede onderwerp borduurt verder op wat is gedaan in het eerste onderwerp. De ontwerper/ fabrikant heeft meer inzichten gekregen over de milieuaspecten die bij zijn product een primaire rol spelen en kan dan vervolgens op eenvoudige wijze de DEP opstellen. De Gids geeft aanwijzingen hoe de DEP kan worden berekend en hoe deze kan worden gecommuniceerd naar derden. De activiteiten in dit gedeelte zijn nog gaande. De PG vergadert eens per jaar en er wordt getracht om vanuit NL een afvaardiging heen te sturen.

Deelname normcommissie
Om de ontwikkelingen voor dit deel twee te kunnen blijven volgens is het wel van belang dat belanghebbenden en experts op dit gebied zich melden als commissielid bij NEN. Deelname aan de NC heeft als voordeel dat men, eerder dan de concurrent, op de hoogte is en blijft van de ontwikkelingen op normalisatiegebied en Europese regelgeving. De bijeenkomsten zijn niet alleen gericht op de normen zelf maar men treft ook lotgenoten aan uit verschillende Europese landen die dezelfde vragen en problemen hebben als u waarschijnlijk heeft; ideaal om de netwerken dus.

Voor de deelname als expert, fabrikant, organisatie en dergelijke aan de normcommissie wordt een jaarlijkse bijdrage gevraagd. Deze is voor 2014 vastgesteld op € 1.210 per jaar (ex BTW). Voor deze bijdrage krijgt u alle documenten die binnen de CEN/TC 406 circuleren, krijgt u het recht om deel te nemen als gedelegeerde aan de plenaire TC vergaderingen, kunt u zitting nemen in de normcommissie om de activiteiten en normteksten te beoordelen en commentaren in te dienen en kunt u uw kennis/ belangen direct inbrengen in de werkgroepen die de normen opstellen.

Meer informatie
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Hans Weber,
Tel: 015-2690180
E-mail: hans.weber@nen.nl

Norm

NPR-CEN/TS 16524:2013 en

Mechanische producten - Methodologie voor het optimaliseren van milieu-invloeden in productontwerp e...

Meer informatie over deze norm

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl