Kleinste loonkostenstijging in 20 jaar

26-07-2016 De loonkosten per gewerkt uur van werknemers zijn met 0,6% gestegen in 2015. Dit is de kleinste stijging sinds 1996. In enkele bedrijfstakken zijn de loonkosten zelfs gedaald.

De loonkostenstijging bleef vorig jaar vooral beperkt door lagere werkgeverspremies voor pensioen. De totale loonkosten bedroegen in 2015 ruim 330 miljard euro. Hiervan heeft 79% betrekking op brutolonen, inclusief overwerk, bijzondere beloningen en bonussen.



Daarbovenop komen de werkgeverspremies voor pensioen, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, de Zorgverzekeringswet en de eindheffingen. De loonkostensubsidies zijn op de beloning in mindering gebracht.

De gemiddelde loonkosten per gewerkt uur waren in 2015 het hoogst bij de financiële instellingen (€ 55) en het laagst in de horeca (€ 18). Bij de financiële instellingen werken relatief veel meer hoger opgeleiden en ouderen dan in de horeca. Deze verschillen in personeelsopbouw verklaren ongeveer de helft van het verschil in gemiddelde loonkosten. De gemiddelde loonkosten per gewerkt uur kwamen in 2015 uit op ruim € 33.

Als de samenstelling van het personeelsbestand verandert, beïnvloedt dit de gemiddelde loonkostenstijging. Neemt het aandeel ouderen en hoger-opgeleiden toe, dan stijgen de gemiddelde loonkosten. Deze loonkosten van hoger opgeleiden en oudere werknemers zijn namelijk hoger dan die van jongeren en laagopgeleiden. Gecorrigeerd voor deze veranderingen in de werknemerspopulatie kwam de zuivere prijsstijging in 2015 uit op 0,7%. Dat is de zogeheten prijs van arbeid. Het verschil tussen de ontwikkeling van de loonkosten per gewerkt uur en de prijs van arbeid is het structuureffect. Dat bedroeg -0,1% in 2015 en is nog nooit zo laag geweest. Dit negatieve structuureffect duidt erop, dat er relatief veel nieuwe werknemers zijn aangenomen van wie de loonkosten relatief laag zijn.

In de periode 2005-2015 zijn de totale loonkosten per gewerkt uur van werknemers met bijna een kwart gestegen (23,6%). De stijging van de prijs van arbeid bedroeg in deze periode 18,1%. Dit betekent dat de loonkosten met bijna 5% zijn gestegen, doordat het aandeel oudere werknemers en hoogopgeleiden toenam. Tegelijkertijd bedroeg de inflatie in deze periode 17,9%.

De loonkosten stegen met gemiddeld 2,4% per jaar. Direct na het begin van de economische crisis in 2008 liepen de loonstijgingen terug en nam het aantal banen van werknemers af. Het structuureffect was in deze periode groot, omdat betrekkelijk weinig nieuwe werknemers werden aangenomen.

Bron: CBS/Metaalunie

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl