NPR 7600 voor 'Koelinstallaties’ gepubliceerd

06-08-2014 Onlangs is de NPR 7600 ‘Toepassing van koolwaterstoffen als koudemiddel in koelsystemen en warmtepompen’ gepubliceerd.

Deze praktijkrichtlijn is gemaakt door de normcommissie 341094 ‘koelinstallaties en warmtepompen’. Deze praktijkrichtlijnen zijn tot stand gekomen onder begeleiding van de Werkgroep Brandbare Koudemiddelen van de Nederlandse Vereniging van Ondernemingen op het gebied van Koudetechniek en Luchtbehandeling (NVKL) en de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Koude (KNVvK).

De totstandkoming is mede mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van OTIB, in het kader van de kennisontwikkeling in de Nederlandse koudetechnische sector.
In de serie Nederlandse praktijkrichtlijnen verschijnen publicaties van informatief karakter, zoals toelichtingen op normen, constructieve mogelijkheden, werkmethoden en fabricagegegevens. Aan deze publicaties mag geen normatieve waarde worden toegekend.

NPR 7600 wordt voorgedragen als één van de bij ministeriële regeling gestelde eisen bij het in werking hebben van een koelsysteem met natuurlijke koudemiddelen volgens het Activiteitenbesluit milieubeheer.

NPR 7600 Toepassing van koolwaterstoffen als koudemiddel in koelsystemen en warmtepompen

Doelstelling
Deze praktijkrichtlijn heeft tot doel de toepassing van natuurlijke koudemiddelen zoveel mogelijk te stimuleren, met inachtneming van de veiligheidsaspecten die kleven aan het gebruik van deze koolwaterstoffen.

De praktijkrichtlijn concentreert zich op de gevaren die kunnen ontstaan door het ongewenst, kortstondig, vrijkomen van het koudemiddel in de operationele fase, wat brand of een explosie kan veroorzaken. De aangegeven maatregelen hebben tevens betrekking op het voorkomen van het optreden en het beperken van de gevolgen van chronische lekkage. Het lekdicht zijn van de installatie is hierbij het sleutelwoord.

Onderwerp en toepassingsgebied
Deze praktijkrichtlijn is gericht op de toepassing van koolwaterstoffen als koudemiddel in stationaire koelsystemen en warmtepompen. Elementen uit deze praktijkrichtlijn kunnen evenwel, indien van toepassing, worden gebruikt voor mobiele toepassingen.

In deze praktijkrichtlijn worden onder koolwaterstoffen verstaan koudemiddelen met de volgende gemeenschappelijke kenmerken: natuurlijke koolwaterstoffen uit de groepen van alkanen, alkenen en isomeren volgens NEN-EN 378-1+A2 vallend in veiligheidsgroep A3.

Deze koudemiddelen hebben vrijwel geen invloed op het milieu: hun ODP (Ozon Depletion Potential) = 0.

Alle systemen met een koudemiddelinhoud < 150 g vallen verder buiten deze praktijkrichtlijn. Hiervoor wordt verwezen naar NEN-EN-IEC 60335-2-40 en NEN-EN-IEC 60335-2-89.
Koel-/ vriesapparatuur en warmtepompen voor huishoudelijke toepassing, vallen, ongeacht de koudemiddelinhoud, buiten de scope van deze praktijkrichtlijn.

Classificatie en indeling van gevarenzone
Koelsystemen, koudemiddelen en hun omgeving worden, volgens NEN-EN 378-1+A2 met het oog op veiligheidsniveaus, in de volgende groepen ingedeeld:

- naar verblijfsruimten (A, B of C),
- naar opstelling (a, b of c),
- naar soort koelsysteem (direct of indirect),
- naar giftigheid (A of B) en
- naar brandbaarheid (1, 2 of 3).

Met stroomschema in figuur 1 kan men bepalen welke maximum hoeveelheden men in bepaalde situaties mag toepassen. In figuur 2 wordt een schematisch voorbeeld gegeven van een opstelling klasse b.

Legenda

A, B, C classificatie van de verblijfsruimte
A algemene verblijfsruimte
B verblijfsruimte onder toezicht
C geautoriseerde verblijfsruimte

a, b, c classificatie opstelling
a. geheel in verblijfsruimte
b. compressoren, vloeistofvaten en condensors geplaatst in een machinekamer waar geen mensen verblijven of in de openlucht
c. alle koudemiddel bevattende onderdelen in een machinekamer waar geen mensen verblijven of in de openlucht.

DS en IS classificatie van koelsysteem
DS direct systeem
IS indirect systeem

Figuur 1 — Stroomschema voor het vaststellen van de maximaal toegelaten totale hoeveelheid koudemiddel voor een gegeven systeem

Legenda
1 = machinekamer
2 = verblijfsruimte
3 = vloeistofleidingen naar verdampers
4 = zuigleidingen van verdampers









Figuur 2 — Opstelling klasse b

Veiligheidsclassificatie koudemiddelen naar giftigheid
Koudemiddelen behoren te worden ingedeeld in één van de twee groepen A of B op basis van de toelaatbare chronische blootstelling aan concentratieniveaus.

Groep A (lagere giftigheid); koudemiddelen met een tijdgewogen gemiddelde concentratie die geen schadelijke gevolgen heeft voor vrijwel alle werknemers die er dagelijks gedurende een normale werkdag van 8 h en een werkweek van 40 h aan worden blootgesteld, en die gelijk is aan of hoger is dan 400 ml/m³ (400 (volume)-ppm)).

Groep B (hogere giftigheid); koudemiddelen met een tijdgewogen gemiddelde concentratie die geen schadelijke gevolgen heeft voor vrijwel alle werknemers die er dagelijks gedurende een normale werkdag van 8 h en een werkweek van 40 h aan worden blootgesteld, en die lager is dan 400 ml/m³ (400 (volume) ppm)).

Classificatie naar brandbaarheid (klasse 1, 2, 3)
Koudemiddelen worden ingedeeld in één van de drie klassen 1 (geen vlamvoortplanting), 2 (lagere brandbaarheid) of 3 (hogere brandbaarheid) op basis van hun brandbaarheidsbeproevingen.

Gevarenzone-indeling in geval van explosiegevaar
Direct voortvloeiend uit het Arbeidsomstandighedenbesluit, is het opstellen van een explosieveiligheidsdocument verplicht, bestaande uit de identificatie en beoordeling van explosierisico’s, de gevarenzone-indeling op grond van en op basis van frequentie en duur van het optreden van een risicovolle atmosfeer en het aangeven van noodzakelijke maatregelen om tot een veilige werkomgeving te komen.

Gevarenzone-indeling
Onderdeel van de ATEX 137-richtlijn is de gevarenzone-indeling. Hiermee worden plaatsen waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen in zones onderverdeeld. Een arbeidsplaats kan daardoor worden verdeeld in gevaarlijke en niet-gevaarlijke gebieden. Een gevaarlijk gebied is een gebied waar explosieve gasmengsels in zodanige hoeveelheden aanwezig kunnen zijn dat maatregelen ten aanzien van ontstekingsbronnen zijn vereist. Een mogelijke maatregel is het toepassen van explosieveilig materieel volgens de ATEX 95-richtlijn. Om de aard van de maatregelen te bepalen wordt het gevaarlijke gebied ingedeeld in zones.

Om het koelsysteem op een snelle en veilige wijze buiten bedrijf te kunnen stellen behoort bij installaties met een inhoud van meer dan 5 kg koolwaterstoffen een noodstop- en alarmeringssysteem te worden toegepast.

Bedrijfsvoering en beheer
In dit hoofdstuk van de NPR worden de eisen en werkzaamheden omschreven die nodig zijn voor het correct beheren van een installatie. Dit is de primaire taak en verantwoording van de eigenaar van de installatie die dit kan uitbesteden aan bevoegde personen of gespecialiseerde bedrijven.

Periodieke controles, onderhoud, keuringen en inspectie
In het Activiteitenbesluit zijn regels opgenomen ten aanzien van het veilig functioneren, lekkage en energiezuinigheid van een installatie met meer dan 12 kg koolwaterstoffen als koudemiddel. Er worden o.a. eisen gesteld aan periodieke keuringen door een onafhankelijk deskundig persoon.

Controle en inspecties
Volgens NEN-EN 378-4+A2 moet de eigenaar/beheerder ervoor zorgen dat preventief onderhoud van het koelsysteem regelmatig, maar ten minste eenmaal per jaar, plaatsvindt op de wijze zoals is aangegeven in de gebruikershandleiding.

Volgens het WBDA is een gebruikershandleiding verplicht bij nieuwbouw en ingebruikneming. Als leidraad voor de inhoud ervan kan NEN-EN 378-2+A2 dienen.

Verder komen in deze NPR verder nog aan de orde: noodplan en instructie, terugwinning, hergebruik en afvoer van koudemiddelen, competenties en certificering van vakbekwaamheid van het bedieningspersoneel.

Norm

NPR 7600:2013 nl

Toepassing van koolwaterstoffen als koudemiddel in koelsystemen en warmtepompen

NPR 7600 is gericht op de toepassing van koolwaterstoffen in stationaire koelsystemen en warmtepompen. De praktijkrichtlijn heeft betrekking op het primaire, koudemiddelhoudende, systeem en eventueel aanwezige secundaire systemen (gevuld met een circ...

Meer informatie over deze norm

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl