Toenemende complexiteit handhaving en juridisering bedrijven

19-06-2015 Werkgevers gebruiken steeds vaker schijnconstructies en schijnzelfstandigheid om wetgeving te ontwijken. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt zijn werknemers hiervan de dupe.

gevolg dat de Inspectie SZW beperkt wordt in haar mogelijkheden om handhavend op te treden. Toch constateert de Inspectie dat zij een grote bijdrage heeft geleverd aan het dichterbij brengen van eerlijk, gezond en veilig werken en bestaanszekerheid voor iedereen.



Dit staat te lezen in het Jaarverslag 2014 van de Inspectie SZW. Expliciet wordt in het verslag ingegaan op de toenemende complexiteit van de handhaving en de juridisering door bedrijven.

Rol toezichthouder
Volgens inspecteur-generaal Jan van den Bos worden de problemen waar de Inspectie mee te maken heeft complexer en indringender. “We zien dat de vraag naar toezicht niet afneemt. Integendeel. Van ons als Inspectie wordt verwacht dat we wendbaar zijn. Wij moeten ons blijven aanpassen aan wat de samenleving van ons verwacht. En we moeten onze ogen en oren voortdurend de kost geven. Niet alleen waar het gaat om onze toezichtstaak, maar ook waar het gaat om nieuwe ontwikkelingen. Steeds weer zijn er actuele kwesties die ons nopen tot onderzoek en optreden, en die invloed hebben op onze rol van toezichthouder. Met een teruglopend personeelsbestand bij de Inspectie moeten we steeds scherpere keuzes maken in de aanpak van de diverse risico’s. Het risicogericht werken is een essentieel uitgangspunt bij ons toezicht. We zijn daar waar het nodig is en blijven weg waar het kan. Door middel van de inzet van risicoanalyses bepalen we waar de notoire overtreders zich bevinden en treden daar gericht tegen op.”

Slecht werkgeverschap
Aan de onderkant van de arbeidsmarkt ziet de Inspectie dat een deel van de werkgevers zoekt naar manieren om arbeidskrachten zo goedkoop mogelijk in te zetten. Waarbij ze ook de risico’s voor bijvoorbeeld arbeidsongevallen bij hen leggen. Bijvoorbeeld via constructies die illegale tewerkstelling en onderbetaling mogelijk maken. Regelmatig zijn daarbij arbeidskrachten betrokken uit landen met een veel lager loonniveau dan Nederland. De Inspectie ziet ook constructies waarbij werkgevers formeel het minimumloon betalen, maar waarbij inspecteurs in de praktijk twijfelen of werknemers dat (uur)loon ook echt ontvangen

De Inspectie richt zich vooral op notoire overtreders en complexe fraudes en constructies. Onderzoeken worden grootschaliger en arbeidsintensiever, hebben vaker internationale aspecten en duren daardoor langer.

Complicerende factor bij het effectief uitvoeren van toezicht zijn de uitkomsten van diverse rechterlijke uitspraken die gevolgen hebben voor de handhavingpraktijk. Bestuurs- en strafrecht geven de Inspectie niet altijd de mogelijkheid meer om (zeer) slecht werkgeverschap aan te pakken. Zo zijn verrekeningen op het loon - voor bijvoorbeeld huisvesting of verzekering - toegestaan. Maar ook kan de Inspectie niet handhavend optreden als een werknemer structureel langer werkt maar hiervoor niet een navenant hoger loon krijgt.

Schijnconstructies, zwartwerken met een uitkering en arbeidsuitbuiting zijn lastig om te constateren en nog lastiger te bewijzen. Veel constructies zijn vanuit het perspectief van een eerlijke arbeidsmarkt ook verwerpelijk, maar niet in strijd met de letter van wet. De Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) moet dit verschijnsel op een aantal terreinen tegen gaan.

Juridisering bij werkgevers
De Inspectie ziet dat het toezicht verder juridiseert. Bedrijven zetten vaker juristen in, regelmatig al tijdens inspecties. Het aantal WOB-verzoeken in letstelschadezaken stijgt. Ook stijgt het aantal gevallen waarin bedrijven bezwaar maken of in beroep gaan tegen sancties. Dit zorgt ervoor dat inspecteurs meer tijd kwijt zijn aan het verzamelen en vastleggen van informatie en het behandelen van bezwaarschriften en beroepszaken. Inspecteurs noemen de hogere boetes en het (wettelijke verplicht) consequenter opleggen van sancties als mogelijke oorzaak.

Ongevallen
In Nederland daalt het aantal werknemers met een vaste baan, terwijl het aantal uitzendkrachten en zzp’ers juist stijgt. De Inspectie constateert in haar jaarverslag dat tijdelijke arbeidskrachten vaker slachtoffer van ongevallen zijn dan vaste werknemers, vooral in de bouw. Risicovolle werkzaamheden worden steeds vaker uitbesteed aan zzp’ers. Vanwege de beperkte marges voor zzp’ers investeren die vaak te weinig in hun eigen arbeidsveiligheid. De Arbowet geeft de Inspectie echter beperkte mogelijkheden om op te treden tegen onveilige werksituaties bij zzp’ers. De Inspectie ziet daarbij regelmatig dat werkgevers hun verantwoordelijkheid ontlopen voor arbeidsongevallen waarbij zzp’ers zijn betrokken.

Uit een nadere analyse van ongevallen blijkt dat in minstens 12% van de gevallen het slachtoffer niet de Nederlandse nationaliteit had. Een mogelijke verklaring is het gebrek aan kennis en vaardigheden bij tijdelijke arbeidskrachten met een andere nationaliteit. Opvallend is dat het percentage buitenlandse slachtoffers dat overlijdt als gevolg van een arbeidsongeval bijna twee keer zo groot is als bij slachtoffers met de Nederlandse nationaliteit. Zoals te verwachten wordt bij slachtoffers met een niet-Nederlandse nationaliteit ook vaker melding gemaakt van ‘onvoldoende kennis van de voertaal’.

Enkele cijfers
Het aantal inspecties, onderzoeken en rapportages in 2014 bedroeg 13.665. Er zijn 2.912 boetebeschikkingen verstuurd waarbij in totaal voor 36,2 miljoen euro aan boetebedragen zijn opgelegd. In totaal heeft de Inspectie 1.168 mensen in dienst waarvan 725 inspecteurs.



Downloads

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl