Bewust afwijken van normen, mag dat zomaar?

09-08-2013 We moeten voldoen aan de IEC 60204-1, is een veelgehoorde kreet. Wanneer we doorvragen waarom, is het antwoord vaak:' nou, omdat het moet' of omdat iedereen het zo doet.

Maar is het nu wettelijk verplicht een norm toe te passen, of mag er ook van worden afgeweken? Dit is een vraag die opkomt wanneer men zich bezighoudt met machineveiligheid, de normen bieden handvatten maar soms ook technische uitdagingen en dat is soms lichtzinnig uitgedrukt.


In dit artikel wordt toegelicht wat het nut is van het gebruik van normen en wat consequenties zijn van het wel of niet toepassen ervan.

Even in het kort: de Europese richtlijn, ook al doet hij anders vermoeden, is de wet. Niet helemaal, een richtlijn moet eerst worden opgenomen in de nationale wetgeving, dan wordt het de wet. Bijvoorbeeld: de Machinerichtlijn is in Nederland opgenomen in het Warenwetsbesluit machines. Dit is praktisch een kopie van de richtlijn, ofwel kunnen we zeggen dat de Machinerichtlijn de wet is. Dat is de reden waarom er vaak gesproken wordt over de Machinerichtlijn in algemene zin en niet zozeer over het Warenwetsbesluit. De richtlijn geeft dus geen richting aan, maar is 'normstellend'. Daarentegen is een norm niet 'normstellend' maar geeft een 'richting' aan. De wetgeving beschrijft de verplichte essentiële veiligheid- en gezondheidseisen waaraan in de EU in de handel gebrachte machines moeten voldoen; een norm mag u volgen, maar het hoeft niet. Volgt u het nog?

Een norm is ontwikkeld om aan een of meer essentiële eisen uit de richtlijn te voldoen. Normen geven min of meer technische oplossingen aan voor uitdagingen die in de Machinerichtlijn worden gegeven. De relatie is als volgt: de richtlijn vormt een kader waarin voor de ontwerper van een machine een bepaalde ruimte zit en waarmee technische vooruitgang en innovatie niet worden belemmerd. Deze ruimte is noodzakelijk omdat een richtlijn niet zomaar herschreven en aangepast kan worden. Er zijn momenteel 28 lidstaten die hierover moeten beslissen. Ter illustratie, de 'oude' Machinerichtlijn is van kracht geworden in 1995 en de huidige Machinerichtlijn 2006/42/EG op 29 december 2009. Daar zit (bijna) een periode van 15 jaar tussen...

Kader en invulling
De richtlijn bakent de grenzen af waarbinnen de ontwerper zijn speelruimte heeft. In beginsel is elke oplossing goed, als hij maar voldoet aan deze eisen. De eisen voor het ontwerp staan beschreven in de zogenaamde bijlage I: essentiële veiligheid- en gezondheidseisen. De vraag luidt vooral: "Hoe weet de ontwerper dat wat hij heeft ontworpen ook daadwerkelijk correct en veilig is?" Omdat de richtlijn een kader is, zijn de eisen globaal van aard. Wanneer we vragen wat de kleur van de noodstop moet zijn, zal iedereen zonder aarzelen zeggen dat dat rood met geel moet zijn, correct? Maar waar staat dat? De Machinerichtlijn geeft het volgende aan omtrent de noodstop: bijlage I, artikel 1.2.4.3, 3e streepje:

• De inrichting moet: duidelijk herkenbare, goed zichtbare en snel bereikbare bedieningsorganen hebben. Over kleuren wordt niet gesproken! De norm, specifiek opgesteld voor de noodstoppen, de ISO 13850, zegt hierover het volgende: artikel 4.4.2:

• Het bedieningsorgaan van de noodstopvoorziening moet ROOD gekleurd zijn. Indien achter het bedieningsorgaan een achtergrond aanwezig is en indien dit uitvoerbaar is, moet de achtergrond GEEL gekleurd zijn.

De norm geeft ons dus duidelijk de richting voor wat betreft de keuze van de kleur. Dat maakt het voor de ontwerper gemakkelijker: hij hoeft alleen maar de norm te volgen in plaats van het zelf bedenken van de oplossing dat de noodstopinrichting duidelijk herkenbaar moet zijn. Rood/geel is bovendien algemeen geaccepteerd en wordt door vrijwel iedereen geassocieerd met gevaar of nood. De essentiële eisen zijn dus dwingend, maar de ontwerper mag zelf bepalen hoe hij deze invult. De toepassing van de normen is volledig vrijwillig.

Voordelen van normen
Een belangrijk voordeel van het gebruik van normen is reeds aangegeven: het betreft het aanreiken van een - algemeen aanvaarde - oplossing voor een bepaald gevaargebied, wat de Machinerichtlijn onderstreept. Een ander voordeel van het volgen van de normen ligt in het juridische (bewijs)vermoeden van overeenstemming. Op het moment van het volgen van een norm die geharmoniseerd is, hetgeen betekent dat deze officieel is gekoppeld aan een of meerdere esentiele eisen van de Machinerichtlijn, ontstaat er een vermoeden dat er wordt voldaan aan deze eisen. Ofwel op het moment dat het misgaat, kan hiermee worden aangetoond dat de ontwerper er alles aan gedaan heeft om op dat punt de eisen zo goed mogelijk in te vullen.

Een norm geeft: - De stand der techniek aan - En is daarmee een technisch hulpmiddel voor de fabrikant.

Valkuilen van normen
Is het gebruik van een norm zo heilig dat het eigen verstand aan de kant gezet kan worden? Nee, zo makkelijk is het nu ook weer niet. Veiligheid is en blijft een punt waarbij de ontwerper altijd zijn 'GAVE' (gezond agrarisch verstand) moet blijven gebruiken, ook al zijn er honderden normen. De Machinerichtlijn eist dat de ontwerper een risicoanalyse uitvoert (Machinerichtlijn Bijlage I, artikel 1.1) en op basis van deze analyse dient 17 hij of zij de maatregelen te realiseren. Een veel voorkomende fout wordt gemaakt bij het bepalen van het niveau van betrouwbaarheid van een veiligheidsfunctie. Normen geven vaak het minimale niveau waaraan moet worden voldaan, bijvoorbeeld Performance Level c (ISO 13849-1) of de 'oude' categorie 1 (EN 954-1).

Het woord ‘minimaal' wordt al snel als voldoende gezien en de schakeling wordt gebouwd op basis van dat aangegeven niveau. Maar wanneer nu naar de beoordeling wordt gekeken, komt daar misschien wel minimaal een Performance Level d of categorie 3 uit. De ontwerper zou het niveau moeten kiezen op basis van de beoordeling, maar kiest het niveau uit de norm, waarom, omdat dat in de norm staat?!

Hoewel normen flexibeler zijn dan de wet, kunnen ook normen soms achter de stand der techniek aanlopen. Neem de IEC 60204-1, de 'NEN 1010 voor machines' uit 1997. Hierin stond het volgende: (artikel 11.3.4): - Indien wordt gekozen voor een noodstop volgens categorie 0, mag deze uitsluitend zijn uitgerust met elektromechanische onderdelen met vaste bedrading. Bovendien mag de werking ervan niet afhankelijk zijn van elektronische logica (apparatuur of programmatuur) of van de overbrenging van opdrachten via een communicatienet of verbinding. Deze eis gold totdat de volgende versie in 2006 werd geharmoniseerd.

Rond 2000 kwamen de Safety PLC's in opmars en die waren juist voorzien van elektronica en software, die volgens de '97 versie niet toe te passen zou zijn. Terwijl (toen al) met een certificaat van een aangemelde instelling kon worden aangetoond dat dit systeem wel degelijk voldeed aan de essentiële eisen van de Machinerichtlijn en dus veilig was. Hier is een degelijk stuk bewijs dat kan worden afgeweken van de norm. Dit voorbeeld toont het belang aan dat de norm vrijwillig is en blijft (en dus de stand der techniek niet tegenhoudt), zodat er vanaf geweken kan worden.

Moet een norm worden toegepast?
De Machinerichtlijn (artikel 2, lid 1) geeft zelf al het antwoord: ‘een niet-bindende technische specificatie.' Echter, er wordt in andere documenten zoals de Gids voor toepassing van de Machinerichtlijn (2e editie) wel degelijk naar verwezen (artikel 87):

• Geharmoniseerde normen zijn essentiële instrumenten voor de toepassing van de machinerichtlijn. De toepassing ervan is niet verplicht. Wanneer de referentie nummers van de geharmoniseerde normen in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd, houdt de toepassing van de specificaties daarvan echter in dat ervan mag worden uitgegaan dat aan de essentiële veiligheid- en gezondheidseisen waarop deze betrekking hebben wordt voldaan. Een norm is dus in de praktijk min of meer essentieel om de eisen van de richtlijn goed ten uitvoer te kunnen brengen. Maar er kan zeker ook vanaf worden geweken als de situatie dat niet toelaat. De ontwerper dient dan wel met juiste redenen en documenten te kunnen aantonen dat zijn oplossing (ook) voldoet aan de richtlijn.

Dit is wat betreft documentatie en bewijslast een zware opgave. Er dient wel opgemerkt te worden dat in sommige situaties een norm wel dwingend door de wet wordt voorgeschreven. Een voorbeeld daarvan is het Bouwbesluit. Wanneer de machine tevens deel uitmaakt van de constructie kan het zijn dat normen verplicht worden voorgeschreven vanuit die specifieke wetgeving. Een machine dient immers te voldoen aan de bepalingen van elke EU-richtlijn die erop van toepassing is. Daar dient goed onderzoek naar gedaan te worden.

Conclusie
Bewust afwijken van een norm kan, als het goed en weloverwogen wordt gedaan, een gerechtvaardigde keuze zijn. Zo kan het volgen van een norm in sommige gevallen niet (volledig) mogelijk zijn, omdat de situatie dat technisch niet toelaat. Dan kan het soms niet anders om af te wijken. Anders gezegd: afwijken kan, maar niet zomaar. Een gedegen (risico)analyse, goed gedocumenteerd in een technisch dossier vormt een juiste (minimum)basis om in bepaalde gevallen af te kunnen wijken. Hoe en wanneer afgeweken kan worden afgeweken, dient van geval tot geval bekeken te worden.

Auteur: Martijn Drost, Pilz
Bron: engineersonline.nl

Eerder door u bekeken

Top Gasnormen

Publicaties Gas & Water

NPR 3378:2012 nl

Praktijkrichtlijn gasinstallaties (Compleet)

NTR 3216:2012 nl

Binnenriolering - Richtlijnen voor ontwerp en uitvoering

NTA 8111:2011 nl

Drijvende bouwwerken. Met bouwtechnische aspecten, nutsvoorzieningen en ruimtelijke aspecten.

Contact Gas & Water

(015) 2 690 234

bi@nen.nl

Meedoen als commissielid?

Wie deelneemt aan normalisatie, beslist mee over de inhoud van de afspraken en is als eerste geïnformeerd over nieuwe initiatieven

Wilt u meer informatie over meedoen in een normcommissie aan het ontwikkelen van normen in uw vakgebied?

Hiermee kiest u voor invloed op uw werkveld.



Contact opnemen

(015) 2 690 372

marketingno@nen.nl



Belangrijke gaspublicaties
NPR 3378:2012 nl
Woningen:2006 nl

Belangrijke Waterpublicaties
NTR 3216:2012 nl
NTA 8111:2011 nl