Beperk loze alarmen en veiligheidsrisico’s

08-10-2013 Sinds de invoering van het huidige Bouwbesluit in april 2012 ligt de verantwoordelijkheid voor brandveiligheid veel meer bij de eindgebruikers. De verplichte branddoormelding naar de regionale alarmcentrale (RAC) geldt in veel gevallen niet meer. Hoewel dit het aantal loze alarmen zeker beperkt, komt het de veiligheid niet ten goede. Een betere oplossing? Het classificeren van brandmelders.

Het huidige Bouwbesluit brengt veel voordelen met zich mee, zoals het feit dat er minder voorschriften zijn en juist meer eenvoud en uniformiteit. Voor de brandveiligheid van gebouwen betekent het dat de verplichte automatische branddoormelding naar de RAC voor een groot gedeelte is vervallen. Eindgebruikers hebben hiermee een grotere verantwoordelijkheid gekregen en zij moeten extra maatregelen nemen om de brandveiligheid op hetzelfde niveau te houden.

Groot brandveiligheidsrisico

Zonder directe doormelding komt de brandweer pas (veel) later in actie. Dit kan zijn nadat iemand de brand opmerkt of nadat een melding door een particuliere alarmcentrale (PAC) is geverifieerd. Het huidige Bouwbesluit neemt daarmee enerzijds misschien een deel van de werkdruk van brandweer en politie weg, doordat er minder ongewenste en onechte brandmeldingen zijn. Anderzijds kan de gevolgschade bij een echte brand zowel materieel als immaterieel juist vele malen groter zijn. Hoe later de brandweer arriveert, hoe meer impact de brand kan hebben op het pand zelf, omliggende gebouwen en de mensen die zich hier bevinden.

Hoewel er hoogwaardige producten beschikbaar zijn om te zorgen voor een goede en betrouwbare branddetectie, worden deze niet primair ingezet. Dit is grotendeels te wijten aan de gestelde prestatie-eis brandgrootte in het Programma van Eisen (PVE). Deze eis komt neer op de toepassing van een standaard optische of een thermische brandmelder. Budgettair is de standaard brandmelder de meest voordelige optie en dus wordt deze in veel gevallen gekozen. Er wordt niet getoetst of een gebruikersfunctie van een gebouw grote kans geeft op ongewenste en onechte brandmeldingen. Het gevolg is dat sommige bedrijven hierdoor een groter risico lopen.

Hoe kunnen we dan het aantal loze brandmeldingen beperken, terwijl we niet hoeven inboeten op veiligheid? Het antwoord zou kunnen worden gezocht in het classificeren van brandmeldinstallaties en hun brandmelders.

Detectie van meerdere brandverschijnselen

Een brand kent meerdere brandverschijnselen en de huidige techniek springt hier steeds vaker op in. Een moderne multi-sensorbrandmelder detecteert tegenwoordig niet alleen rook of hitte, maar ook koolstofmonoxide (CO) en/of een combinatie van meerdere detectieprincipes. De verschillende stadia van brand – een smeulende, beginnende of uitslaande brand – kennen specifieke kenmerken. De combinatie van meerdere detectieprincipes biedt een betrouwbare en hoogwaardige branddetectie. De multi-sensordetector wordt niet voor niets veel toegepast in complexe omgevingen, zoals zorginstellingen waar relatief veel ongewenste en onechte brandmeldingen maar ook echte brandmeldingen voorkomen. Deze brandmelders kunnen van grote waarde zijn bij het terugdringen van het aantal ongewenste en onechte brandmeldingen, maar ook bij de brandveiligheid.

Categoriseren

Brandmelders zouden onderverdeeld kunnen worden in de categorieën A, B en C, gelijk aan de externe risicoklasse volgens NEN 2535. Onder A vallen bijvoorbeeld de puntmelders die optisch, op hitte of op CO detecteren. Onder B vallen de multi-sensormelders die op de combinatie van optisch en hitte of optisch en CO detecteren. Onder C vallen ten slotte de triple-sensormelders die op de combinatie van optisch, hitte en CO detecteren. Een gebouw met een woonfunctie voor zorg is volgens NEN 2535 in risicoklasse C ingedeeld en zou dan moeten worden voorzien van triple-multisensormelders, terwijl een gebouw met kantoorfunctie binnen de laagste klasse A valt en alleen van optische melders hoeft te worden voorzien. De nieuwe EN 54-29/30- en 31-productnormen voor multi-sensorbrandmelders, die naar verwachting in 2014 actief worden, zullen hierin kunnen ondersteunen.

Door te kijken naar de gebruikersfunctie van een gebouw, het risico op onechte en ongewenste alarmen en dit te koppelen aan een type brandmelder, zou het aantal onechte en ongewenste alarmen kunnen worden beperkt tot een minimum. Een directe doormelding zou in dit geval niet hoeven te vervallen en de veiligheid komt niet in het gedrang. De vergevorderde techniek achter de multi-sensor- en triple-sensorbrandmelders hebben inmiddels bewezen van grote toegevoegde waarde te zijn voor betrouwbare brandveiligheid en het gevecht tegen onechte en ongewenste alarmen

Bron: Brandveilig.com

Eerder door u bekeken

Informatie Bouw


NEN Klantenservice: Voor vragen over het bestellen van bouwnormen.

(015) 2 690 391

klantenservice@nen.nl


NEN Training & Advies: Voor vragen over praktijkgerichte bouwtrainingen (op maat).

(015) 2 690 188

training@nen.nl


NEN Bouw & Installatie: Voor inhoudelijke vragen over bouwnormen of deelname aan normcommissies.

bi@nen.nl


NEN Materialen & Bouwproducten: Voor inhoudelijke vragen over bouwnormen of deelname aan normcommissies.

mb@nen.nl