Niets doen aan infra gaat geld kosten

25-03-2014 ‘De staat van onderhoud van de vele gemeentelijke bruggen, viaducten en wegen is vaak zorgelijk. Maar omdat het niet zichtbaar is, omdat ‘het nog wel gaat’ of vanwege simpel gebrek aan kennis gebeurt er ondertussen veel te weinig aan de lokale infrastructuur. Slecht voor de economie en slecht voor de veiligheid van de burger.’

Bouwend Nederland-voorzitter Maxime Verhagen is niet gerust op de aandacht voor de mobiliteit binnen gemeentegrenzen. Een belangrijk instrument voor wegonderhoud is NEN 2767-4: Conditiemeting van infra.

‘Veilig en snel vervoer is onmisbaar voor de plaatselijke economie en samenleving. Wil je dit voor nu en in de toekomst garanderen, dan zijn er investeringen nodig in aanleg en onderhoud van je infrastructuur. In Nederland ligt voor 137.000 kilometer aan wegen, de meeste daarvan vallen onder de gemeenten. Verder hebben we 6.200 kilometer aan vaarwegen en vele duizenden viaducten en bruggen. Ook daarvan is de hoofdmoot in handen van de gemeente. Om te zorgen dat die infrastructuur veilig en optimaal gebruikt kan blijven worden moeten al die kilometers goed worden onderhouden. Anders krijg je onveilige situaties, overlast en reparatiekosten die hoger uitvallen. We willen de gemeenten en alle weggebruikers besparen dat er pas iets gebeurt na grote ongelukken. Daarom komen we bijvoorbeeld deze zomer met een gedetailleerd rapport over de achterstand in het onderhoud van gemeentelijke bruggen en viaducten. Dan is er niet alleen een beter overzicht, maar dan kunnen ook gericht maatregelen worden genomen. Gemeenten en bedrijven hebben daar aan meegedaan, zodat ze samen de handschoen kunnen oppakken’, aldus Verhagen.

‘De risico’s van achterstallig onderhoud zijn alleen maar groter zijn geworden. Een korte blik in de geschiedenis leert ons dat het autowegennet sinds 1960 bijna 5 keer langer is geworden. Het aantal voertuigen is echter 14 keer groter dan in 1960. De wegen en kunstwerken worden dus steeds zwaarder belast. Zo’n 60 procent van de geschatte 40.000 bruggen en viaducten dateert van 1975 en eerder. Nu liggen veel bruggen en viaducten er nog goed bij, maar veel kunstwerken moeten vanaf 2020 voor een (groot) deel worden opgeknapt of vervangen.’

‘Als gemeenten dit te weinig onderkennen en aanpakken, krijgen we steeds vaker te maken met onveilige situaties, noodreparaties met veel onverwachte hinder, afsluiting van wegen, verloedering van wijken en natuurlijk ergernis bij de inwoners en bedrijven. Om dat te voorkomen, moet het onderhoudsbudget omhoog. Dat kan elke gemeente, als eigenaar van de infrastructuur, slim doen door onderhoud meer samen met de markt uit te voeren. Heel simpel, in planning en uitvoering: betrek bouwbedrijven al veel eerder in het onderhoudsproces, combineer de werkzaamheden (bijvoorbeeld wegen en rioolonderhoud), geef ruimte aan slimme oplossingen die tijd en geld besparen. Maar ook al voor je concreet aan de slag gaat: Besteed aan op basis van kwaliteit, in plaats van op laagste prijs. En de allerbelangrijkste: reserveer tijdig voldoende budget voor onderhoud. En daarbij: je kunt meer doen met minder geld, door als eigenaar de regie in handen te houden, maar het proces en de uitvoering in handen te geven aan de markt.

Veilig gebruik van infrastructuur staat voor iedereen voorop. Maar los daarvan, niets doen gaat je hoe dan ook geld kosten. De maatschappelijke schade door bijvoorbeeld afsluiting van bruggen is te groot. Hetzelfde geldt voor het dichtslibben van de in- en uitvalswegen van steden. Slecht onderhoud van wegen, uitstel van renovatie van kunstwerken – dat kunnen we ons als maatschappij niet veroorloven.’

NEN 2767-4

Om tot een eenduidig, gestructureerd en transparant inzicht in de technische staat van infrastructurele werken te komen, wordt NEN 2767-4 ‘Conditiemeting van infrastructurele werken’ toegepast. Inspectiewerkzaamheden die volgens NEN 2767 zijn uitgevoerd zijn input voor het opstellen van meerjaren behoefteramingen en begrotingen. Als de methodiek wordt toegepast voor een meerjaren behoefteraming, dan biedt het de mogelijkheid om op basis van conditie en risico’s gericht te sturen op het benodigde onderhoudsbudget op korte en lange termijn. Onverwachte praktijksituaties kunnen vragen oproepen over het op de juiste wijze toepassen van de norm. Daarom is het van belang ook in de praktijk te oefenen. Dit geldt ook met het op een gestructureerde wijze toepassen van NEN 2767-4. NEN heeft een training ontwikkeld waarbij zowel de theorie als praktijk aan bod komt. Training Conditiemeting van infrastructurele werken volgens NEN 2767- 4.

Meer informatie

Voor meer informatie bekijk het webthema Conditiemeting.

Eerder door u bekeken

Informatie Bouw


NEN Klantenservice: Voor vragen over het bestellen van bouwnormen.

(015) 2 690 391

klantenservice@nen.nl


NEN Training & Advies: Voor vragen over praktijkgerichte bouwtrainingen (op maat).

(015) 2 690 188

training@nen.nl


NEN Bouw & Installatie: Voor inhoudelijke vragen over bouwnormen of deelname aan normcommissies.

bi@nen.nl


NEN Materialen & Bouwproducten: Voor inhoudelijke vragen over bouwnormen of deelname aan normcommissies.

mb@nen.nl