Omgevingswet: bundeling van wetten en regels leefomgeving

01-12-2015 Er is nu een wetsvoorstel voor de Omgevingswet: één wet die alle wetten en regels op het gebied van de leefomgeving vereenvoudigt en bundelt. Het kabinet wil de Omgevingswet in 2018 in werking laten treden.

Op 1 juli 2015 heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel Omgevingswet aangenomen. De Omgevingswet, die naar verwachting in 2018 in werking treedt, integreert zo’n 26 wetten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Hieronder vallen onderwerpen als: bouwen, milieu, waterbeheer, ruimtelijke ordening, monumentenzorg en natuur. De oude wetten zijn veelal sectoraal opgebouwd. In samenhang gezien en toegepast sluiten deze wetten niet meer aan bij de behoefte van deze tijd. Met de Omgevingswet wil de overheid het wettelijk systeem ‘eenvoudig beter’ maken.

Uitgangspunten

  • Het moet eenvoudiger, efficiënter en beter. Projecten moeten in samenhang en per gebied worden aangepakt. Procedures mogen niet meer eindeloos duren, regelgeving moet voorspelbaar, betaalbaar en transparant zijn. Onderzoekslasten kunnen aanzienlijk worden verminderd.
  • Zekerheid en dynamiek. Bescherming van burgers blijft een belangrijk doel. Daarnaast moet het ook uitnodigen tot nieuwe initiatieven en ontwikkelingen en niet alles bij voorbaat dichttimmeren.
  • Ruimte voor duurzame ontwikkeling. Veel regels zijn verouderd en staan innovatieve ontwikkelingen, gericht op duurzaamheid, in de weg. Het nieuwe omgevingsrecht ondersteunt en stimuleert juist de transitie naar een duurzame samenleving.
  • Ruimte voor regionale verschillen. Wat goed is voor de ene regio, is lang niet altijd geschikt voor de andere. Het nieuwe omgevingsrecht is flexibel, waardoor provincies en gemeenten regionaal en lokaal maatwerk kunnen leveren.
  • Actieve en kwalitatief goede uitvoering. Het oude omgevingsrecht is gericht op het beschermen van deelbelangen en daardoor defensief. Het nieuwe omgevingsrecht is flexibel en biedt transparante en doelmatige procedures. Die prikkelen bestuurders tot actief gedrag dat is gebaseerd op vertrouwen en het dragen van verantwoordelijkheid.

Hoofdlijnen van de Omgevingswet

Zes instrumenten vormen de kern van de Omgevingswet:

  • Omgevingsvisie: een samenhangend, strategisch plan voor de leefomgeving. Dat plan richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel. De Omgevingswet schrijft voor dat het rijk en de provincies elk één omgevingsvisie vaststellen. Gemeenten moeten zo’n visie vaststellen.
  • Programma: een programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Met die maatregelen moeten omgevingswaarden of doelen voor de leefomgeving worden bereikt.
  • Decentrale regelgeving: één van de uitgangspunten van de wet is dat decentrale overheden al hun regels over de leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Voor de gemeenten is dit het omgevingsplan, voor de waterschappen de waterschapsverordening en voor de provincies de omgevingsverordening.
  • Algemene rijksregels voor activiteiten: op sommige gebieden kan het nuttig zijn om nationale regels te stellen voor de bescherming van de leefomgeving. Daar werkt het rijk, als dat kan, met algemeen geldende regels. Dat voorkomt dat burgers en bedrijven steeds toestemming moeten vragen aan de overheid. Nadeel van algemene regels is dat ze soms niet goed passen bij specifieke situaties. Daarom bevat de wet een aantal instrumenten die de flexibiliteit van algemene regels vergroten.
  • Omgevingsvergunning: de omgevingsvergunning toetst vooraf of dat een bepaald initiatief mag. De toetsing is zo eenvoudig mogelijk en houdt, als dat nodig is, rekening met algemeen geldende regels. Door de vergunningverlening zo simpel mogelijk te houden, duren procedures ook niet onnodig lang. Initiatiefnemers kunnen via één aanvraag bij één loket snel duidelijkheid krijgen voor alle activiteiten die zij willen uitvoeren.
  • Projectbesluit: biedt een uniforme procedure voor besluitvorming over complexe projecten die voortvloeien uit de verantwoordelijkheid van rijk of provincies. Het projectbesluit is om dit soort procedures sneller en beter te laten verlopen dan in het verleden. Als een project bijvoorbeeld in strijd is met een omgevingsplan, bestaat de mogelijkheid om van het omgevingsplan af te wijken. In voorkomende gevallen kan het projectbesluit ook in de plaats komen van de omgevingsvergunning.

Welke wetten gaan er op in de Omgevingswet?

Het wetsvoorstel Omgevingswet vervangt:
Belemmeringenwet Privaatrecht, Crisis­ en herstelwet, Interimwet stad­en­milieubenadering, Ontgrondingenwet, Planwet verkeer en vervoer, Spoedwet wegverbreding, Tracéwet, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet inzake de luchtverontreiniging, Wet ammoniak en veehouderij (wordt te zijner tijd ingetrokken), Wet geurhinder en veehouderij (wordt te zijner tijd ingetrokken), Wet hygiëne veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden en Wet ruimtelijke ordening.

Het wetsvoorstel Omgevingswet vervangt grote delen van:
Monumentenwet 1988, Waterwet, Wet beheer rijkswaterstaatswerken, Wet milieubeheer en Woningwet.

Van de volgende wetten gaan één of enkele bepalingen over naar de Omgevingswet:
Gaswet, Elektriciteitswet 1998, Mijnbouwwet, Spoorwegwet, Spoorwegwet 1875, Wet bereikbaarheid en mobiliteit, Wet lokaal spoor, Wet luchtvaart. Wet natuurbescherming (nu nog: Boswet, Flora­ en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998).

Via latere wetswijzigingen gaan, zoals het er nu uitziet, de volgende wetten volledig op in de Omgevingswet:
Onteigeningswet, Waterwet (resterende delen), Waterstaatswet 1900, Wegenwet, Wet beheer rijkswaterstaatswerken (resterende delen), Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, Wet herverdeling wegenbeheer (meeste artikelen vervallen), Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, Wet inrichting landelijk gebied, Wet milieubeheer (resterende delen), Wet natuurbescherming (nu nog: Boswet, Flora­ en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998), Wet voorkeursrecht gemeenten, Wrakkenwet.

Uitvoeringsregels

De 117 AMvB’s in het huidige omgevingsrecht worden met de introductie van de Omgevingswet teruggebracht naar 4. Daarbij worden definities gelijkgetrokken en verouderde regels geschrapt. Een aantal wetsartikelen uit bestaande wetten wordt naar een AMvB verplaatst. Het ministerie van IenM werkt nog aan de AMvB’s. Een ieder krijgt via een internetconsultatie begin april 2016 de mogelijkheid om mee te praten over de invulling van deze AMvB’s.

AMvB 1: Omgevingsbesluit

Het nieuwe Omgevingsbesluit bevat de procedures voor bijvoorbeeld omgevingsplan, omgevingsvergunning en projectbesluit, regels voor bevoegd gezag verdeling en betrokkenheid andere bestuursorganen, regels voor milieueffectrapportages, et cetera. Onder andere het huidige Besluit omgevingsrecht, het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit mer gaan op in deze AMvB. De grootste opgave is het gelijktrekken van definities en het stroomlijnen van procedures.

AMvB 2: Besluit kwaliteit leefomgeving

In deze AMvB worden diverse materiële normen opgenomen en wordt een deel van de bestuurlijke afwegingsruimte uitgewerkt. Veel materiële normen uit de huidige wetgeving, zoals normen voor geluid en luchtkwaliteit, worden verplaatst naar deze AMvB.

AMvB 3: Besluit Activiteiten in de leefomgeving

Het Besluit activiteiten in de leefomgeving (Bal) wordt de opvolger van het huidige Activiteitenbesluit. In deze AMvB komen regels voor met name milieubelastende activiteiten. Het kabinet wil in het Bal alleen nog regelen wat nodig is op basis van bijvoorbeeld EU-richtlijnen, andere internationale verplichtingen en voor een basisbeschermingsniveau voor veiligheid en gezondheid. De minister overweegt daarvoor om grote onderdelen van het huidige Activiteitenbesluit te schrappen en over te laten aan gemeenten.

AMvB 4: Besluit bouwwerken leefomgeving

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vervangt het huidige Bouwbesluit. In deze AMvB komen de algemene regels voor bouwactiviteiten. Het gaat om een harde schil met zaken die het Rijk moet regelen vanwege internationale verplichtingen (zoals gehandicaptentoegankelijkheid), EU-verplichtingen (zoals energienormen) en eisen aan (brand)veiligheid en gezondheid. Voor de overige bouwregelgeving, zoals energie, duurzaamheid en bruikbaarheid, wil het kabinet de zaken decentraliseren of dereguleren.
Deze AMvB behelst niet de privatisering van de bouwplantoets. Daarvoor gaat een apart wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Het kabinet wil de privatisering bouwplantoets in laten gaan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Bronnen:

  • Ministerie van Infrastructuur en Milieu, ‘ Omgevingswet – Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’, juni 2014
  • Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Infographics
  • VNG, Ledenbrief 17 juli 2015, ‘ Stand van zaken Omgevingswet’

Blijf op de hoogte met NEN Bouwmail

Blijf op de hoogte van alle bouwregelgeving en bouwnormalisatie met NEN Bouwmail. Meld u gratis aan!

Eerder door u bekeken

Informatie Bouw


NEN Klantenservice: Voor vragen over het bestellen van bouwnormen.

(015) 2 690 391

klantenservice@nen.nl


NEN Training & Advies: Voor vragen over praktijkgerichte bouwtrainingen (op maat).

(015) 2 690 188

training@nen.nl


NEN Bouw & Installatie: Voor inhoudelijke vragen over bouwnormen of deelname aan normcommissies.

bi@nen.nl


NEN Materialen & Bouwproducten: Voor inhoudelijke vragen over bouwnormen of deelname aan normcommissies.

mb@nen.nl