Wegbeheerder aansprakelijk voor slecht onderhoud

19-04-2013 Uit een recent vonnis blijkt dat gemeenten en provincies thans ook strafrechtelijk kunnen worden vervolgd vanwege nalatig onderhoud aan openbare wegen ten gevolge waarvan ongelukken gebeuren. Dat zei mr. Daan Versteeg van Rozemond advocaten tijdens de drie themadagen van het platform Red Mijn Weg. Een goed hulpmiddel is NEN 2767-4; een methodiek om de conditie van infrastructuur op objectieve en eenduidige wijze te bepalen.

Onder het thema ‘Voorkomen is beter dan genezen’ zijn er in maart 2013 weer drie themabijeenkomsten georganiseerd door het platform Red Mijn Weg. Het platform Red Mijn Weg is een gezamenlijk initiatief van Bouwend Nederland en veertien gespecialiseerde bedrijven op het vlak van asfaltonderhoud. De consequenties van gebrekkig onderhoud zijn schrikwekkend: ongelukken die aan de gemeente verwijtbaar zijn, ambtenaren die vervolgd worden door het OM, imagoschade aan de gemeentelijke overheid, klagende burgers, economische schade en ook nog financiële schade door tientallen miljoenen aan lapwerk en tijdelijke maatregelen en onzichtbare rentederving door vervroegde renovatie.

‘Een belangrijk vraag is of een wegbeheerder aansprakelijk gesteld kan worden voor gevolgschade door gebrekkig wegonderhoud, zoals de gemeente Stichtse Vecht onlangs overkwam’, zei mr. Daan Versteeg van Rozemond advocaten en deskundig op het gebied van onder meer overheidsaansprakelijkheid, in zijn voordracht. ‘In december 2012 werd de gemeente aansprakelijk gesteld voor een dodelijk ongeval met een motorrijder op de Nieuweweg te Tienhoven op 31 maart 2009. Een motorrijdster en haar passagier kwamen ten val toen ze over hobbels - als gevolg van boomwortels - in de weg reden en vervolgens onder een tegemoetkomende wagen terecht kwamen. De gemeente kreeg een boete opgelegd van 22.500 euro, waarvan 7.500 voorwaardelijk. Uit dit vonnis blijkt dat gemeenten en provincies thans ook strafrechtelijk kunnen worden vervolgd vanwege nalatig onderhoud aan openbare wegen ten gevolge waarvan ongelukken gebeuren.’

Opstal en gebrek

‘Belangrijk is dat het overheidslichaam moet zorgen dat de openbare wegen in goede staat verkeren. Daarnaast moet er sprake zijn van opstal. Een zandweg valt daar niet onder, maar een pad met schelpen waarschijnlijk weer wel. Als er duidelijk sprake is van een aangelegde weg, dan is er in ieder geval sprake van opstal. De berm is ook zo’n schemergebied. Als de berm relevant is voor de toestand van de weg, dan hoort deze bij de opstal. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld armaturen in tunnels, want die kunnen naar beneden vallen.’

Maar wanneer is er sprake van een gebrek? Vergeer legt uit: ‘Er moet sprake zijn van een gebrek dat gevaar en/of schade oplevert en er geen sprake is van abnormaal verkeersgedrag of een verkeersfout. Ook moet de wegbeheerder de tijd hebben gehad om het gebrek te herstellen. Als iemand een afzetting uit baldadigheid in de nacht weghaalt en die wegafzetting is na één uur nog niet teruggeplaatst, dan is gevolgschade niet toerekenbaar, omdat de tijd te kort is. Maar hoe oordeelt een rechter als je na drie uur nog geen actie hebt ondernomen? Dit geeft al aan dat de wegbeheerder de wegen constant moet monitoren.’

Versteeg besluit: ‘Conclusie: zorg voor tijdig en voldoende onderhoud. Dat is goedkoper, het moet toch gebeuren en je krijgt geen claimkosten. Dat slaapt een stuk lekkerder! Mijn laatste tip: houd iedere beroerde weg in de gemeente op de korrel en plaats eerst waarschuwingsborden en ga het gebrek dan aanpakken.’

Inzicht in onderhoud van infrastructuur: NEN 2767-1 en NEN 2767-4

Om inzicht te krijgen in het onderhoud van infrastructurele objecten (bijv. wegen), zijn er de conditiemetingnormen NEN 2767-1 en NEN 2767-4. Het zijn de normen voor het uniform inspecteren en in kaart brengen van de technische staat van alle bouw- en instal latie delen m.b.t. infrastructuur. Door middel van conditiescores maakt u gemakkelijk vergelijkingen tussen de verschillende onderhoudstoestanden van objecten. Zo heeft u met de resultaten inzicht in onderhoudskosten en mogelijke risico’s en zo kunt u meerjarige onderhoudsplanningen opstellen. De normen NEN 2767-1 en NEN 2767-4 zijn een methodiek om de conditie van infrastructuur op objectieve en eenduidige wijze te bepalen:

  • Krachtig hulpmiddel voor het beheer van infrastructuur
  • Objectief en praktisch toepasbaar
  • Geeft inzicht in actuele onderhoudsituatie
  • Geschikt voor plannen, budgetteren en prioriteren van onderhoud
  • Hulpmiddel bij conditiesturing, zoals prestatiecontracten

Voor de conditiemeting van infrastructuur heeft u de delen NEN 2767-1 en NEN 2767-4 nodig. Lees meer over deze normen op de themapagina Coditiemeting infrastructuur.

Praktijkgerichte training voor onderhoud infrastructuur

Tijdens deze succesvolle eendaagse cursus NEN 2767-4 leert u de methodiek van conditiemeting toe te passen voor het beheer van uw areaal. U leert hoe u gegevens van een inspecteur kunt vertalen om effectief met onderhoud om te gaan. Na afloop van deze cursus kunt u in uw meerjarenonderhoudsplanning duidelijk aangeven waarom onderhoud noodzakelijk is. U kunt weergeven waarom de huidige technische staat niet voldoet aan de gemaakte afspraken of het gewenste kwaliteitsniveau. Daarbij bespaart u kosten door een kritische blik te werpen op de noodzaak van onderhoud en de risico’s van uitstellen. Meer informatie over de training Conditiemeting van infrastructurele werken volgens NEN 2767-4.

Eerder door u bekeken

Informatie Bouw


NEN Klantenservice: Voor vragen over het bestellen van bouwnormen.

(015) 2 690 391

klantenservice@nen.nl


NEN Training & Advies: Voor vragen over praktijkgerichte bouwtrainingen (op maat).

(015) 2 690 188

training@nen.nl


NEN Bouw & Installatie: Voor inhoudelijke vragen over bouwnormen of deelname aan normcommissies.

bi@nen.nl


NEN Materialen & Bouwproducten: Voor inhoudelijke vragen over bouwnormen of deelname aan normcommissies.

mb@nen.nl