Normtekst voor buurtbatterijen in de maak

29-04-2020 Energieopslag gaat een steeds belangrijker rol spelen in de Nederlandse energietransitie. Dalende kosten voor batterijen en nieuwe toepassingen maken de businesscase steeds interessanter. Er zullen op meer plekken batterijen geplaatst worden.



Maar partijen moeten dan wel weten waar ze aan toe zijn. De commissie NEN 4288 Bedrijfsvoering van batterijopslagsystemen werkt op dit moment aan een normtekst, die er eind van dit jaar moet liggen. Michiel Wiggers is technisch directeur bij iwell en commissielid.


De zestien commissieleden komen fysiek eens per acht tot tien weken bij elkaar en hebben tussentijds regelmatig contact om de snelheid erin te houden om zodoende aan het eind van het jaar de norm te kunnen presenteren. Dat is nodig want de buurtbatterij is in opkomst. “‘Buurtbatterijen’ is een verzamelnaam voor alle energieopslagsystemen die we gaan tegenkomen, deels in het energienet, maar ook losgekoppeld van het energienet. We trekken op dit moment een ondergrens bij batterijsystemen tot 25kWh energie-inhoud. We maken verder geen onderscheid in type energieopslagchemie. Veel mensen kennen lithium-ion batterijen, maar er worden op het moment ook veel andere type batterijen ontwikkeld, zoals zeezout, zoutwater en ‘flow’ batterijen.

Meepraten?

Neem contact op met:
Peter Welleman
Consultant E & ICT
Email: peter.welleman@nen.nl

Deze vallen allemaal onder de norm. Uitgesloten is energieopslag in mechanische vorm, zoals bij vliegwielen, energieopslag in gasvormig waterstof en energieopslag in condensatoren. Een buurtbatterij kan zowel stationair als mobiel zijn. Denk in het eerste geval aan een grote batterij die helpt het net te balanceren, bijvoorbeeld naast een grote duurzame energieopwekker als een windturbine of een batterij in een wijk die tijdelijk helpt het net en de wijktransformatoren en schakelstations te ondersteunen. Maar we zien ook steeds meer mobiele toepassingen. Mede door de strengere milieuregels worden batterijen vaker ingezet als alternatief voor mobiele dieselaggregaten, bijvoorbeeld op festivals, als extra vermogen bij tijdelijke laadpleinen of tijdens bouwprojecten.”

Transport
“De toepassing van batterijen is steeds logischer”, vervolgt Wiggers. “Denk aan de dalende prijzen voor batterijen door schaalvergroting en daarnaast de nieuwe batterijtechnieken, in combinatie met nieuwe verdienmodellen. Er zijn steeds meer partijen in de markt actief en die houden elkaar scherp. Je ziet bijvoorbeeld vaker dat batterijen worden ingezet om de netbalans te handhaven. Traditioneel werd dit door gascentrales gedaan, maar de operationele kosten van batterijen zijn ondertussen een stuk lager dan die voor gascentrales.” Maar buurtbatterijen worden volgens de iwell directeur ook populairder, omdat er onvoldoende transportcapaciteit is. Energieopslag in de buurt wordt belangrijker. “En omdat de duurzame stroom wel een waarde heeft, is het slim om de duurzame energie tijdelijk op die locatie in een batterij op te slaan om op een later moment weer af te geven aan het net als de zon niet meer schijnt, of de wind niet meer waait. Daarmee heb je ook de mogelijkheid een deel van de opgewekte stroom tegen een zo gunstig mogelijke prijs het net op te sturen.”

Een ander moment dat de buurtbatterij uitkomst kan bieden, is bijvoorbeeld op de piekmomenten. “Steeds meer mensen, soms ook hele appartementencomplexen, zijn van het gas af en koken bijvoorbeeld op inductie. Dat zorgt voor een flinke toename in het afgenomen vermogen per woning, vooral rond etenstijd. En voor die pieken is het net toentertijd niet ontworpen. De netbeheerder kan ervoor kiezen om het net te verzwaren, maar dat brengt veel (maatschappelijke) kosten met zich mee. Met iwell draaien wij samen met een netbeheerder een pilot om te onderzoeken hoe onze batterijsystemen de tijdelijke kookpieken kunnen opvangen.”

Afbakening
In de toekomst zullen we dus vaker buurtbatterijen in het straatbeeld tegenkomen. En daarom is het van belang om een nauwkeurige beschrijving op papier te hebben, zodat alle partijen weten waar we het over hebben. Op dit moment is er namelijk nog geen specifieke norm voor de bedrijfsvoering van buurtbatterijen en gezien de snelle ontwikkelingen is het hoog tijd. Internationaal zijn er wel productnormen, maar die zijn niet één op één te kopiëren naar de Nederlandse situatie en die zeggen vaak ook niets over hoe de batterijsystemen gebruikt kunnen worden in hun omgeving. En verschillende partijen hebben juist behoefte aan zekerheid over hoe de buurtbatterijen veilig zijn in te zetten.

Universele regels
De norm moet uitleggen waar de batterij aan moet voldoen, maar ook wat een gebruiker ervan mag verwachten en hoe instanties qua vergunningverlening om moeten gaan met buurtbatterijen. “Dit moet zorgen voor universele toepassing van de regels in Nederland en een veilige bedrijfsvoering van de batterijen. Het schept duidelijkheid voor alle partijen. We schrijven de norm(tekst) als aanvulling op de NEN3140 ‘Bedrijfsvoering van elektrische installaties- Laagspanning’, waar deze in onze ogen tekort schiet op het gebied van energieopslagsystemen. We focussen ons op de veilige en uniforme bedrijfsvoering van de batterijen.”

Normcommissie NEC 623

Werkvoorschriften - NEC 623

De nationale normcommissie NEC 623 is verantwoordelijk voor de Nederlandse normen op het gebied van:

• Bedrijfsvoering van elektrische installaties
• Werken onder spanning
• Materieel en gereedschappen voor het werken onder
  spanning

Meepraten
In de commissie zit een brede selectie aan partijen, om een zo compleet mogelijke norm te kunnen schrijven. Bijvoorbeeld vertegenwoordigers van potentiële klanten/gebruikers van buurtbatterijen zoals netbeheerders en woningcorporaties. Ook zijn de gemeenten vertegenwoordigd, omdat zij een rol zullen spelen in de vergunningen die nodig zijn voor het plaatsen van de buurtbatterijen. Verder zitten partijen aan tafel die buurtbatterijen ontwikkelen en produceren. Ook zit er kennis vanuit de installateurs aan tafel. “Onze taak als commissie is om een stuk op te stellen. Dit wordt eerste intern bij de NEN gecheckt op relevantie, juist taalgebruik, juiste vorm et cetera.”

“We vallen onder de verantwoordelijkheid van normcommissie NEC 623 Werkvoorschriften, dus die moet ook nog eens goedkeuring geven aan het stuk voordat het een openbare commentaarronde in gaat. Ingekomen commentaar wordt door de commissie behandeld en verwerkt tot een finale norm, waarna wordt overgegaan tot publicatie.”

Ook nu de commissie volop aan het werk is, is het volgens Wiggers nog altijd mogelijk om mee te denken en te praten. “Als je input hebt, kun je die mailen naar de voorzitter/secretaris van de werkgroep. Als werkgroep kijken wij dan of we dit meenemen. Je kunt je ook altijd aansluiten bij de commissie, dan krijg je ook echt een stem in de totstandkoming van de tekst. Er zijn wel kosten verbonden aan die deelname. Je kunt ook wachten tot de externe commentaarronde, want als de concepttekst klaar is, naar verwachting eind van dit jaar, wordt deze ter inzage gelegd.”

Eerder door u bekeken