Normalisatie voor Smart Industry essentieel

25-01-2016 Smart Industry, er wordt veel over geschreven, op TV en radio vinden discussies plaats en het houdt de gemoederen binnen bedrijven bezig. Ineke Dezentjé-Hamming, voorzitter FME, Bert Nagtegaal, Beleidsadviseur Productregelgeving, Normalisatie & Certificatie bij FME en Gertjan van den Akker, Manager ICT Standards & Information Services bij NEN onderstrepen het belang van normalisatie als het gaat om Smart Industry.

Voordat we meer de diepte induiken, kunt u iets meer vertellen over Smart Industry? Wat is de definitie?
Dezentje-Hamming: “In Nederland zijn er veel grote, maar ook kleinere technologische bedrijven die tot de wereldtop behoren. Willen we hiertoe blijven behoren, dan moeten we wel met de ontwikkelingen blijven meegaan. De wereld verandert namelijk in razend tempo. De globalisering zet onverminderd door, de volatiliteit van de markten neemt toe, consumenten en afnemers verwachten steeds meer op maat gesneden oplossingen, die steeds sneller beschikbaar moeten zijn.

Smart Industry, die we ook wel de vierde industriële revolutie noemen, kenmerkt zich door een verregaande digitalisering van de industrie. Dit speelt zich niet alleen af binnen de fabriek, maar ook tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven en klanten. Het draait om een combinatie van de inzet van productietechnologie, digitalisering en een netwerkaanpak. Centraal daarbij staat de mogelijkheid om verschillende systemen met elkaar te laten interacteren, administratieve processen te koppelen aan het productieproces en vergroting van productbetrokkenheid van producenten in de gehele life cycle in processen van eindgebruikers te realiseren.”

Nagtegaal: “Tweede helft 2014 is het Project Smart Industry gestart en als onderdeel daarvan een jaar later het Project Smart Industry & Standaardisatie. Met NEN, FME, TNO en het ministerie van Economische Zaken willen we in dit project met de industrie een Nederlandse ’Standaardisatie Agenda’ voor Smart Industry opstellen. Deze moet voor de zomer van 2016 klaar zijn.”

Waarom is het opstellen van een standaardisatieagenda voor Smart Industry zo belangrijk?
Nagtegaal: “Standaardisatie is essentieel voor de verdere ontwikkeling van Smart Industry. Het is nodig om bedrijven, maar ook machines en computersystemen op een uniforme - en daarmee flexibele - manier aan elkaar te koppelen. Willen wij de BV Nederland vooruit helpen, dan moeten we mee willen spelen op Europees en vooral op mondiaal niveau. Een agenda opstellen waarop wij onze Nederlandse speerpunten aangeven, is een eerste stap.”

Dezentje Hamming: “Met normalisatie vergroten we de verdienkracht van Smart Industry, de verdienkracht van onze sector: de technologische industrie.”

Nagtegaal: “Robotisering is een aansprekend voorbeeld. En dan bedoel ik niet alleen de robots die in de productielijn zijn geïntegreerd en steeds verfijnder worden, maar ook de robots die zich in de (werk)ruimte kunnen bewegen tussen mensen. Voorbeelden daarvan zijn de zorgrobots die medicijnen rondbrengen of co-robots die net als de fysieke medewerkers bijvoorbeeld uniek gevormde producten sorteren of assemblage van klantspecifiek ontworpen producten verrichten. Ik noem deze robots ook wel ‘scharrelrobots’. Het is heel belangrijk dat deze machines, want dat zijn het, zich bijvoorbeeld veilig bewegen en dat afspraken worden gemaakt over veiligheid die deze ontwikkeling met zich mee brengt.”

Welke rol speelt normalisatie?
Van den Akker: “Normalisatie is cruciaal voor het succes van Smart Industry. Het gaat in bijzonder om afspraken die zorgen voor integratie en operabiliteit van processen. Dit is van belang omdat Smart Industry een keten betreft van nog niet geïntegreerde processen die tevens internationale moet worden afgesproken. Zonder normalisatie waren we in de industrie niet gekomen waar we nu staan. Maar we moeten nu doorpakken, om niet achterop te raken. In Duitsland, maar ook bijvoorbeeld in Korea en Japan wordt veel aan normalisatie gedaan. Dit zie je terug in hun industriële successen.”

Nagtegaal: “Begin december spraken we binnen de ISO Strategy Advisery Group on Industry 4.0/Smart manufacturing in Japan met verschillende landen over een framework voor Smart Industry en normalisatie. Duitsland heeft een model ontwikkeld dat men kan gebruiken om de behoefte aan normalisatie in kaart te brengen, het zogenaamde RAMI-model (Reference Architure Model Industry). Ook het Amerikaanse NIST (National Institute for Standards and Technology) heeft een architectuurmodel ontwikkeld. Daarnaast zijn er nog andere modellen zoals vanuit Japan. Het Duitse model is zeer doordacht, maar daardoor wellicht minder praktisch toepasbaar. Als Nederland willen we niet het wiel opnieuw uitvinden, maar een combinatie van deze modellen hanteren. Door deze modellen in elkaar te schuiven, ontstaat er een internationaal toepasbaar model. Maar hiervoor hebben wij wel draagvlak binnen de Nederlandse industrie nodig.”

Wat is de aanpak?
Nagtegaal: ‘”In februari is een volgende bijeenkomst. Voor die tijd willen wij de door Duitsland 3.255 geïdentificeerde 'Smart Industry-normen' indelen in de diverse categorieën van Smart Industry. Zo zien we wat er al is, wat aanpassing behoeft en wat nog ontwikkeld moet worden. Dan kunnen wij in februari onze ideeën presenteren en het biedt ook een goed framework om snel het eerste deel van ons Nederlandse project in te vullen door ook zelf een goede referentie architectuur te hebben om daarbinnen nieuwe afspraken te kunnen maken.”

En op basis daarvan gaat u de standaardisatieagenda voor Smart Industry opstellen?
Nagtegaal: “Het project Smart Industry kent een aantal actielijnen: onder andere het bij elkaar brengen van organisaties in zogenaamde fieldlabs om nieuwe uitdagingen aan te kunnen gaan met elkaar, zoals Smart Industry oplossingen uitontwikkelen, testen en implementeren en het versterken van verbindingen met onderzoek, onderwijs en beleid op een specifiek Smart Industry-thema. Een andere actielijn is onderzoeken wat normalisatie kan betekenen voor Smart Industry en de thema’s te identificeren die voor de Nederlandse industrie van belang zijn. Het gaat dan vooral over interoperabiliteit. Het is geen nationaal speelveld meer voor de industrie, maar vooral internationaal. Daarom ook de link naar de participatie in de ISO-strategische werkgroep.”

Van den Akker: “Op onze agenda zullen dus ook bijna uitsluitend internationale onderwerpen staan. Het is voor Nederland belangrijk om juist in het begin op internationaal niveau mee te praten omdat we dan nog mede de richting kunnen bepalen.”

Komt er een aparte normcommissie voor Smart Industry?
Van den Akker: “Nee, er komt geen aparte normcommissie. Er zijn al veel normcommissies waarin ‘Smart Industry’ aan de orde is. Het geldt bijvoorbeeld voor alle manufacturing en engineering onderwerpen. Het is nu van belang door de standaardisatieagenda op te stellen, te bepalen waar we vanuit de Nederlandse industrie prioriteit aan geven en vooral waar we op internationaal niveau een voortrekkersrol in willen nemen. Dan weten de bestaande normcommissies welk belang zij dienen. Deze commissies zullen meer voor het voetlicht worden gebracht en zullen beter bemand moeten worden. En misschien dat er een aantal nieuwe normcommissies opgericht gaat worden. Maar dit zijn dan nieuwe normcommissies voor specifieke onderwerpen.”

Nagtegaal: “Voor de co-robots is een ISO TC Robotica opgericht. Deze TC komt voort uit de TC Industrial automation. Het is belangrijk dat ook de initiatieven vanuit de technische universiteiten zich hierbij aansluiten. De concurrentiestrijd tussen diverse universiteiten en regio’s moet worden omgezet in betere samenwerking, dit is van belang voor het internationale speelveld. We zijn nu op zoek naar stakeholders om die er bij te betrekken. Robotica is een mooi voorbeeld waarvan wij denken dat Nederland daar in voorop kan lopen.”

Wat heeft momenteel jullie aandacht?
Nagtegaal: “In januari spreken wij met de industrie over wat voor hen belangrijke Smart Industry-onderwerpen zijn. Dit gebeurt vanuit een drietal verschillende invalshoeken. Zo praten we met de FME-achterban, de fieldlabs en normcommissies. Omdat de industrie een amorfe groep is, hebben we gekozen voor een sectorale benadering: AgrofFood, Life Sience & health, Gebouwde omgeving, Machinery, Elektrotechnical components, Energy supply en Transport & Logistics. De output van deze gesprekken is input voor de standaardisatieagenda.”

Van den Akker: “Op het gebied van AgroFood zijn we bijvoorbeeld heel sterk en kunnen we wereldwijd de frontpositie pakken. Tijdens de gesprekken proberen wij de organisaties en bedrijven ook het belang van meedoen aan normalisatie te laten zien en hen enthousiast te maken om daadwerkelijk te gaan participeren. Vooral bij de kleinere MKB-bedrijven kan dit wat lastiger zijn. Meedoen kost immers tijd en geld. Maar we hopen naast de grotere bedrijven ook de kleinere bedrijven de voordelen te laten inzien.”

In hoeverre is het van belang dat de overheid en de multinationals bij dit project betrokken zijn?
Van den Akker: “Betrokkenheid van de overheid is vooral van belang om deelname van stakeholders te faciliteren. Zeker in de fase waarin we ons nu bevinden - het definiëren van een, soms tamelijk abstracte, referentie-architectuur voor Smart Industry - kan het lastig zijn om stakeholders tot deelname te bewegen. Maar het is wel een heel belangrijke fase; want de keuzes die je nu maakt, bepalen de positie die je later kunt innemen. Ondersteuning van de overheid hierbij kan Nederland helpen bij het verkrijgen van een spilfunctie bij het vaststellen van internationale normen.”

Nagtegaal: “Multinationals hebben meer overzicht en gespecialiseerde mankracht dan MKB-bedrijven. Zij hebben de (financiële) middelen en mensen om zelf de zaken te kunnen regelen, maar kunnen door hun inzicht ook een voortrekkersrol spelen, vooral internationaal als het gaat om een goede inbreng vanuit de industrie. Wij hopen daarnaast dat er kleine en middelgrote toonaangevende bedrijven zijn die in hun sector integratie in de keten gaan realiseren door goede afspraken over de werkwijze te maken, zodat zij verantwoord in ICT-koppelingen kunnen investeren voor de toekomst in hun bedrijfsketens.

Ook meedoen?

Meer informatie over Smart Industry en het belang van normalisatie? Ga naar www.nen.nl/smartindustry

Wil je betrokken worden en/of deelnemen aan de platformbijeenkomsten? Je kunt je aanmelden via het Projectteam Smart Industry of contact opnemen met Gertjan van den Akker, telefoon (015) 2 690 426.

Eerder door u bekeken

Contact

oor inhoudelijke informatie over het project Smart Industry & Standaardisatie kunt u contact opnemen met Gertjan van den Akker, Manager ICT Standards and Information Services.

(015) 2 690 426

gertjan.vandenakker@nen.nl

Ook interessant voor u