Succesvolle bijeenkomst Internet of Things uitdagingen

22-02-2017 Op 9 februari organiseerde NEN in samenwerking met het Ministerie van Economische Zaken en Agentschap Telecom een themabijeenkomst over Internet of Things. Bezoekers kregen te horen hoe de stand van zaken is op zowel technisch gebied als de IoT-toepassingen in de praktijk.

We kennen het allemaal: onze smartphone met appjes, waar we op afstand de tv mee bedienen, de verlichting aan- en uitschakelen, de thermostaat alvast een graadje omhoog zetten voordat we thuiskomen, et cetera; allemaal ‘Internet of Things’. Gaan we nog verder dan belt het ziekenhuis wanneer de pacemaker aan vervanging toe is. Nog een stap verder zien we in het gebouw ‘The Edge’ in Amsterdam, misschien wel het slimste gebouw van Nederland. The Edge kenmerkt zich niet alleen door duurzaamheid, maar kent ook een hoge mate van intelligentie door de toegepaste innovaties en technologie. Zo kan iedere medewerker de temperatuur en de lichtintensiteit boven zijn werkplek bedienen via een app op zijn smartphone. Beheerders van het gebouw gebruiken deze informatie voor het regelen van de temperatuur in de diverse ruimtes. Zomaar een greep uit IoT-voorbeelden.

Voor de onderlinge verbindingen en het uitwisselen van gegevens tussen de verschillende IoT-toepassingen zijn uiteindelijk regulering (frequentiebeleid) en standaardisatie absoluut noodzakelijk. Het werd dus tijd voor deze themabijeenkomst waarin de huidige stand van zaken en de rol van het frequentiebeleid werden toegelicht. Daarnaast kwamen de mondiale standaardisatieontwikkelingen, en praktijkervaringen en verwachtingen van IoT-applicatieontwikkelaars in Nederland aan de orde. De bijeenkomst kende een breed spectrum aan sprekers. Naast Economische Zaken, Agentschap Telecom en NEN waren TU Delft, TNO, Philips Lighting, Qorvo, Axians, NXP, Prodek, T-Mobile, KPN en Aerea van de partij.

Kan standaardisatie helpen in de wereld van IoT?

Dr.ir. Wolter Lemstra van de TU Delft denkt het wel. Zeker in Nederland. De Nederlanders hebben aan de wieg gestaan van de IEEE 802.11, de verzameling van wifi-standaarden. Maar vraagt hij zich af: “Hoe zou de scope er van een eventuele IoT-norm moeten luiden? Kernelementen zouden zijn: connectiviteit, communicatiesysteem en ecosysteem.“ Verdere vragen die hij aan de kaak stelt, zijn onder andere of NEN het aangewezen standaardisatiebureau is, wie de belanghebbenden zijn en wat het gewenste tijdpad is.

Tommy van der Vorst van Dialogic verwacht dat er tegen 2024 in Nederland tenminste 8.6 miljoen tot wellicht zelfs 52.1 miljoen IoT-apparaten zijn. Het gaat daarbij specifiek om kleine apparaatjes als sensoren en actuatoren, die voor een zeer lange termijn worden ingezet, en over grote afstand moeten kunnen communiceren (LPWA).

Vragen

Tijdens de interactieve sessies kan het publiek vragen stellen:

  • Waarom zoekt ieder voor zich naar een oplossing? Draadloze communicatie is de smeerolie voor de ontwikkeling van nieuwe producten en diensten en voor de innovatie van bestaande producten en diensten, werd eerder gesteld. Een eerste levensbehoefte dus. Dan toch zeker ook een gezamenlijke aanpak. Het probleem doet zich met name voor in vergunningsvrije gebieden. De sterke groei van het vergunningvrije gebruik zorgt voor druk op de daarvoor beschikbare frequentieruimte. Nu lijkt nog voldoende ruimte beschikbaar maar op de middellange termijn kan krapte ontstaan, met name door de opkomst van het ‘internet of things’ (IoT). Het beleid heeft oog voor die frequentiebehoefte. Nederland zal zich hiervoor inzetten in Europa. Internationale harmonisatie van frequentiebanden is noodzakelijk om van economische schaalvoordelen te kunnen profiteren. En daarnaast ligt het probleem vaak bij de veroorzaker en niet bij bijvoorbeeld de gelaagdheid.
  • Zou de overheid hierbij betrokken moeten zijn? Hier klinkt een unaniem “ja”.
  • Interferentie: hoe gaan we het organiseren dat ieder zich aan de regels houdt? Volgens Agentschap Telecom is monitoren belangrijk. Monitoring zal zich meer gaan richten op trends in de groei, waaronder de opkomst van IoT, en op het monitoren van het daadwerkelijk gebruik van veel gebruikte frequentiebanden om knelpunten tijdig te identificeren. Niet bij voorbaat regels opstellen, maar eerst storingsstudies doen.

Discussie tijdens pauze

Tijdens de pauzes wordt er druk gediscussieerd. Men is het erover eens; IoT is groots en wordt grootser. Voor de industrie is het nog lastiger. Daar wordt gesproken over Industrial IoT of Industry 4.0. Daar leg je bijvoorbeeld niet even 10-30 minuten een proces stil voor een update van een softwareprogramma. Maar problemen of niet, het publiek is enthousiast: “Overweldigend”, “Groots”, “Complexer dan ik dacht”, “IT is veranderd in IoT”. Met de hoofden vol informatie wordt er nagepraat onder het genot van een hapje en een drankje.

Hoe de IoT-strategie ook zal uitpakken, wat voor oplossingen er ook worden aangedragen, stof tot nadenken en discussie blijft het de komende tijd. Deze discussie kan in ieder geval worden voortgezet in het nieuw op te richten Standaardisatieplatform IoT van NEN. Het doel van dit platform is om interoperabiliteit door middel van standaarden en daarmee de mogelijkheden voor de praktische toepassing van IoT in Nederland te bevorderen.

Praat mee met het platform IoT

Op 30 maart 2017 is de eerste bijeenkomst van het platform IoT. Iedereen die wil meepraten over dit onderwerp kan zich via e-mail aanmelden voor het platform IoT. De bijeenkomst start om 10.00 uur.

Eerder door u bekeken

Ook interessant voor u