EN 795:2012 - Hoe zit het nu precies?

14-05-2013 Is een verankeringspunt een persoonlijk beschermingsmiddel of een bouwproduct? De discussie hierover loopt al jaren met onduidelijkheid over de status van de geactualiseerde norm EN 795: 2012 tot gevolg. Deze norm is inmiddels wel gepubliceerd, maar nog niet geharmoniseerd. Wat houdt dit precies in en wat is de huidige status van de norm?

Om inzicht te krijgen in de problematiek brengt Vakblad Roofs met secretaris Stephanie Jansen van NEN de organisatie van de Europese normering in kaart, en de huidige stand van zaken rond EN 795. Waarschijnlijk zal in april 2013 een besluit worden genomen over de status van de norm. Zodra dit besluit is gevallen, zal Roofs hier nader over berichten.

Met het streven om te komen tot één Europese markt waar producten vrijelijk verhandeld kunnen worden, is er overeengekomen dat er een eenduidig kader moet komen waar die producten aan moeten voldoen. Ieder Europees land of Europees lid had zijn eigen regelgeving en normering op dit gebied en heeft dat in veel opzichten overigens nog steeds. De gedachte is dat in overleg de bestaande regels in overeenstemming met de Europese wetgeving worden gebracht, ofwel ‘geharmoniseerd’. Dat harmoniseren verloopt niet altijd even ‘harmonieus’, het is een taai en moeizaam proces.

CEN

Er is voor de Europese standaardisering van regels een organisatie ingericht: CEN. In deze commissie zijn alle afzonderlijke lidstaten vertegenwoordigd via de ‘eigen’ nationale normalisatie-instituten. Voor Nederland is dit NEN, voor Duitsland DIN, etc. Omdat het de regulering van zeer veel producten betreft, van speelgoed tot schroeven tot maatbekers, zijn er ook zeer veel verschillende commissies die onder CEN vallen, technical Commissions (TC) genaamd. Zo zijn er TC’s voor bouwproducten, voor voeding - en er zijn ook aparte commissies voor persoonlijke beschermingsmiddelen.

De respectievelijke commissies stellen voor producten of productgroepen normen op waar deze producten aan dienen te voldoen. Het kan zijn dat deze normen worden ontwikkeld in opdracht van de Europese Commissie (EC). De EC kan een mandaat afgeven aan een commissie van CEN om normen op een bepaald gebied te ontwikkelen. Deze normen hebben in dit geval vaak een relatie tot Europese richtlijnen, de zogenoemde ‘Directives’ of ‘Regulations’, die een wettelijke status hebben.

Deze wetgeving wordt inhoudelijk opgesteld door werkgroepen die onder de Europese Commissie vallen, en waar vertegenwoordigers van de overheid zitting in hebben. Een voorbeeld hiervan is de Europese richtlijn 89/686/EEG voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Normen, daarentegen, zijn zelf geen wetgeving, maar kunnen wel worden gebruikt om aan bijvoorbeeld deze Europese wetgeving te voldoen.

Technische Commissie

In de CEN Technische Commissies nemen belanghebbenden in een specifiek gebied deel. Dit zijn vaak vertegenwoordigers van bedrijven/leveranciers/fabrikanten van de producten die het betreft. Ook de wetgever kan belanghebbende zijn en dus kan in principe een vertegenwoordiger van de overheid zitting nemen in de CEN/TC (al zal zij in dat geval in de praktijk altijd op nationaal niveau meepraten en niet een afvaardiging van de Nederlandse markt in de CEN/TC zijn). In het geval van de Technische Commissie voor persoonlijke beschermingsmiddelen ziet de overheid het als taak van de markt om de normen hiervoor op te stellen. De overheid blijft via de secretaris overigens wel op de hoogte van de ontwikkelingen maar neemt dus zelf niet deel aan de discussies binnen de commissie. Dit betekent dat de normering op dit gebied volledig wordt ingevuld door marktpartijen, de overheid stuurt alleen op Europees niveau in de wetgeving.

In de meeste gevallen vallen onder deze CEN/TC’s diverse werkgroepen. Deze werkgroepen stellen nieuwe normen op of herzien een norm. Dit normontwerp wordt vervolgens via nationale normalisatie-instituten voorgelegd aan nationale belanghebbenden die op deze manier kunnen reageren op de inhoud van een norm. Alle belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun stem te laten gelden. Op deze manier wordt er een nationaal standpunt bepaald op basis van consensus, dat vervolgens weer terug wordt gestuurd naar de betreffende CEN/TC. Wanneer deze opmerkingen zijn beoordeeld door de betreffende WG en verwerkt, volgt een voorlopig definitieve norm die weer wordt voorgelegd aan de nationale normcommissies die hem vervolgens definitief goed- of afkeuren.

Koppeling wetgeving

In de normen voor persoonlijke beschermingsmiddelen is een Annex ZA opgenomen, die de relatie met de Europese richtlijn voor persoonlijke beschermingsmiddelen weergeeft. Deze normen worden na publicatie geharmoniseerd. Met de Annex ZA wordt dus aangegeven dat de norm in overeenstemming is met de wetgeving. Persoonlijke beschermingsmiddelen die onder de geharmoniseerde normen vallen, worden met CE markering verkocht op de Europese markt. Het CE keurmerk kan door fabrikanten verkregen worden door het product conform de norm te laten keuren en testen door een keuringsinstituut dat conform die norm mag testen, een zogenaamde ‘notified body’. Aldus wordt ernaar gestreefd alle productreguleringen op één lijn te krijgen.

EN 795

Onder de richtlijn voor persoonlijke beschermingsmiddelen vallen diverse productcategorieën, waaronder valbeveiliging. CEN/TC 160 houdt zich bezig met het ontwikkelen van normen voor deze producten. Een van de normen die hieronder valt is EN 795. Deze Europese norm stamt uit 1996 en gezien de vele ontwikkelingen sinds die tijd was de norm aan actualisering toe. Binnen CEN/TC 160/WG 1 is daarom een herziene tekst opgesteld voor deze norm. Het normontwerp is ter commentaar rondgestuurd naar alle nationale normcommissies. Ook vanuit Nederland is een bijdrage aangeleverd. Dit commentaar is deels verwerkt en de norm is nu als herziene norm gepubliceerd, NEN-EN 795:2012.

Deze nieuwe versie van EN 795 is echter nog niet geharmoniseerd, omdat er binnen de PBM expertgroep van de Europese Commissie nog discussie wordt gevoerd over de verwijzing van deze norm naar de Europese wetgeving. Op dit moment verwijst Annex ZA van de norm naar de richtlijn voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Er zijn landen die hier niet mee akkoord gaan en vinden dat verankeringsvoorzieningen (zoals nu beschreven) geen persoonlijke beschermingsmiddelen zijn, maar bouwproducten. Met name Frankrijk heeft hier een duidelijke rol in gespeeld door te stellen dat in ieder geval de vaste ankerpunten niet onder de EN 795 zouden mogen vallen.

In een uitspraak van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg is het verschil tussen een PBM en een bouwproduct gedefinieerd als dat tussen een product dat gedragen of vastgehouden moet worden (een PBM) en een product dat onderdeel is van het gebouw (een bouwproduct). Als dus wordt bepaald dat ankerpunten bouwproducten zijn, vallen deze producten onder een andere richtlijn en moet de inhoud van de norm in overeenstemming zijn met de eisen die in deze richtlijn worden gesteld. Dat betekent dus dat er óf een nieuwe norm zal moeten worden opgesteld, óf de EN 795 moet zodanig worden aangepast dat hij aansluit op de richtlijn voor bouwproducten. Hoe dan ook wordt in dit geval een verankeringsvoorziening anders beoordeeld dan bijvoorbeeld een valbeveiligingsharnas.

Huidige status

De norm EN 795:2012 is dus al wel gepubliceerd, maar nog niet geharmoniseerd. In april 2013 wordt er opnieuw gesproken over de status van de norm. Ter voorbereiding hierop zijn de ministeries van de verschillende lidstaten in de gelegenheid gesteld hun standpunt over dit onderwerp te formuleren. Het Nederlandse Ministerie van SZW wijst op de uitspraak van het Europese Hof in de zaak Latchways (C-185/08) waarin wordt gesteld dat vaste ankerpunten plegen te worden vastgemaakt aan een gebouw, en niet door de gebruiker worden gedragen of vastgehouden; vaste ankerpunten zijn dus bedoeld als externe voorziening waaraan een PBM is bevestigd. Daarom stelt het Ministerie van SZW zich op het standpunt te harmoniseren onder de Bouwproductenrichtlijn 89/106/EEG. Mobiele ankerpunten kunnen in dit standpunt dus wél vallen onder de EN 795:2012, die immers voor PBM’s geldt.

Of aan dit voorstel gehoor zal worden gegeven, moet nog blijken. Tot de geactualiseerde EN 795 is geharmoniseerd, blijft de ‘oude’ EN 795 gelden en hoeft de bestaande certificatie niet te worden aangepast. Nieuwe producten zullen wel volgens de geactualiseerde EN 795 moeten worden getest maar niet alle notified bodies zullen al volgens de nieuwe methode werken. Het is dus van belang dat snel duidelijkheid in de situatie komt.

Meer informatie

Wilt u meer weten over dit onderwerp of mee werken in een commissie? Neem dan contact op met Mw. drs. Stephanie Jansen, telefoon: (015) 2690 441, e-mail: stephanie.jansen@nen.nl

Downloads

Eerder door u bekeken