Nieuwe norm Speeltoestellen: Gebruik je verstand!

24-11-2017 Tijdens een feestelijk symposium in de Caballerofabriek in Den Haag werd op 22 november de nieuwe normenreeks voor speeltoestellen gepresenteerd. De ruim 150 deelnemers kregen te horen wat er in de nieuwe opzet verandert en konden daar in verschillende workshops dieper op ingaan. De centrale boodschap: er verandert op het oog weinig, maar het is handig de wijzigingen scherp in het oog te houden want ze kunnen verstrekkende gevolgen hebben.

Tijdens de opening gaven de voorzitter van de normcommissie Speeltoestellen Jeroen Bos en Hans Taal van de NVWA een toelichting op de wijzigingen van de 2017 versie van NEN-EN 1176 ‘Speeltoestellen en bodemoppervlakken van speeltoestellen’. Die is vanaf 25 november te verkrijgen.


Vanaf die datum tot aan 25 november 2018 wordt er nog met de oude norm gekeurd. Dus ook voor toestellen die tussen nu en eind 2018 op de markt komen, geldt de oude norm.

Geen gevaar

Bos gaf aan dat er weliswaar weinig verandert, maar dat het handig is de nieuwe norm aan te schaffen omdat die kleine wijzigingen toch grote impact kunnen hebben op producenten, beheerders, ontwerpers of opdrachtgevers. Aan de andere kant is een norm een leidraad, een hulpmiddel. Dus, zo was de boodschap, staar je niet blind of zie de komst van de nieuwe norm als een groot gevaar dat op je afkomt. Gebruik hem als positieve stimulans om het wettelijke recht op spelen zo te realiseren dat er voldoende uitdaging in zit en zo min mogelijk risico. Een beetje risico mag, want dat hoort bij spelen.

Wijzigingen

Bos schetste de belangrijkste wijzigingen in de nieuwe versie van NEN-EN 1176, maar wees er eerst op dat de norm niet bedoeld is voor waterspeeltoestellen. ‘We zien graag dat hiervoor een aparte norm komt, dus iedereen die hieraan bij wil dragen is van harte welkom.’ Dan de wijzigingen. Het bijblad is verdwenen en de inhoud hiervan is verplaatst naar het voorwoord, zo is één van de nieuwigheden. Verder is er een compleet hoofdstuk gewijd aan spring- of stuitertoestellen (niet trampolines).

De belangrijkste wijziging is dat een aantal zaken in de nieuwe norm (opnieuw) gedefinieerd is. Dat is bijzonder handig voor zaken waarvan eerst onduidelijk was of (en hoe) die onder de norm vielen (éénpotige toestellen, tunnels of brandweerpalen bijvoorbeeld). Daar is nu een duidelijke definitie van opgenomen. Aan de andere kant zijn bestaande definities aangescherpt of geherformuleerd. Neem bijvoorbeeld ‘gemakkelijke toegankelijkheid’. Voorheen was daar een duidelijke cijfermatige grenswaarde aan verbonden. In de nieuwe norm is er een lossere definitie van dit begrip (het kind moet niet te hoeven nadenken hoe het een toestel moet beklimmen).

Daar zit meteen een discussiepunt, zo was bij menig deelnemer te horen. ‘Wat is dat dan precies? Dat is voor het ene kind toch anders dan voor het andere?’, zo vroeg een producent zich af. Een kwestie van interpretatie en je logische verstand gebruiken, zo is het antwoord. Een norm is een leidraad, een zwart/wit antwoord is niet te geven. Het verschaft betrokken partijen aan de ene kant meer vrijheden, maar aan de andere kant kan het wat lastiger om mee te nemen in de productieketen van een speeltoestel. Bij twijfel is er altijd nog de hulp van de AKI’s of de Inspectie SZW, maar ook de NVWA en, misschien nog belangrijker, collega’s in het veld weten wellicht ook raad.


Workshops

Tijdens de workshop van Frans Everaerts van de Branchevereniging Spelen en Bewegen werd duidelijk dat speelwaarde en veiligheid hand in hand gaan. Een kind heeft recht op spelen, en dat spelen brengt nu eenmaal risico’s met zich mee. Aanvaardbare risico’s uiteraard (blijvend letsel uitgezonderd), maar wel degelijk risico’s. Tegelijkertijd moeten we niet doorschieten, aldus Everaerts. ‘Een botbreuk hoort in sommige gevallen ook tot aanvaardbare risico’s. We moeten het kind vrij laten om te ontdekken en de wereld te leren kennen. Risico en af en toe een buil of schram hoort daarbij. Het beveiligen van een speeltoestel moet dat als uitgangspunt nemen.’ ‘Mee eens’, aldus een ontwerper over deze workshop. ‘Ik ben blij dat in de nieuwe versie meer vrijheden lijken te zitten. Het stimuleert ons om met meer uitdagende dingen te komen. Aan de andere kant is een aantal zaken ook weer subjectief, zodat het risico op afkeuring groter wordt. Dat zal een kwestie van aftasten worden.’

Vroege keuring

Tijdens de workshop van de NVWA bleek dat de branche op zich zijn zaakjes goed voor elkaar heeft. Er is veel kennis die wordt gedeeld en daar waar nodig wordt bij de NVWA regelmatig navraag gedaan over onduidelijkheden. Toch is er meer winst te behalen, zeker als tijdens de productieketen van een speeltoestel (van ontwerp tot beheer) het testen of laten keuren van een idee zo vroeg mogelijk in het traject wordt meegenomen. De NVWA op zijn beurt gaat bij het inspecteren risicogestuurd te werk, gebruikt het gezonde verstand en denkt zo mee met de partijen die in de praktijk verantwoordelijk zijn voor speeltoestellen. Want dat er een groot grijs gebied overblijft waarin veel zaken voor meerdere interpretaties vatbaar zijn, dat is zeker.

Dat bleek ook uit de reactie van een ontwerper. ‘Ik heb een speeltoestel ontworpen dat in eerste instantie goedgekeurd is door meneer A en na de oplevering en installatie door een inspecteur werd afgekeurd omdat die man een ander idee had over de veiligheid. Hoe verklaar ik dat tegenover mijn opdrachtgevers? Mijn klanten denken nu dat ik onkundig ben want ‘deze norm behoor jij toch te kennen als ontwerper?’. Dat blijft een lastige situatie.’

Casestudy

Walid Rahman en Walter Verbaarschot verdiepten tot slot tijdens hun workshop enkele wijzigingen in de nieuwe norm en gaven een voorbeeld van hoe een inspectie in de praktijk werkt. ‘Het is handig om te weten dat als een toestel voor de nieuwe norm niet als gemakkelijk toegankelijk geclassificeerd is, dat alleen betekent dat een kind meer tijd nodig heeft om boven te komen. Er is dus meer tijd om eventueel in te grijpen indien nodig. Het betekent niet dat het toestel onveilig is. Waarschijnlijk zullen er in de toekomst meer toestellen als niet gemakkelijk toegankelijk worden gekwalificeerd.’

Ook besteedde het tweetal aandacht aan valhoogte en de samenstelling van het bodemoppervlak. ‘Erg nuttige informatie’, blikte een inspecteur naderhand terug. ‘Ze legden concreet en goed uit wat ik in mijn dagelijkse werk kan meenemen.’ Een leuke casestudy voor inspecteurs was de IJsschots. Er volgde een discussie of het een speeltoestel betrof of een speelaanleiding, en over de aandachtspunten zoals glijafstand, de uitmonding van de glijbaan, de hoogte van het toestel en de ondergrond.

Na het symposium was er gelegenheid te netwerken onder het genot van een drankje en werd het symposium onderling besproken. ‘Leuk en nuttig’, zo was de communis opinio. ‘Veel was al bekend en er verandert blijkbaar niet zo veel, maar toch is het goed scherp te blijven’, aldus een producent. ‘De workshops en ochtendsessie gaven nuttige informatie en triggerden mij weer bewust te zijn van de aandachtspunten en hebben mij voorbereid op wat er straks gaat komen.’

Foto's: Herman Zonderland

Eerder door u bekeken

Vragen? Wij helpen u graag.


NEN Klantenservice
Voor vragen over het bestellen van normen en/of online oplossingen.

(015) 2 690 391

klantenservice@nen.nl


NEN Consumentenzaken
Voor inhoudelijke vragen over Consumentenzakennormen en deelname aan normcommissies.

(015) 2 690 351

afc@nen.nl

Top normen Consumentenzaken

NEN Shop