EC: 25% bio-olie in smeermiddelen

18-12-2014 Het is de wens van de Europese Commissie (EC) om het gebruik van minerale oliën sterk te reduceren. Daarom heeft zij CEN verzocht een werkgroep in het leven te roepen die tot taak heeft een Europese norm op te stellen waarbij het uitgangsdoel is een kwart van de minerale smeeroliën te vervangen door bio base vloeistoffen.

En het gaat hierbij om het totale scala aan smeermiddelen dus ook tandwielsmeermiddelen, motoroliën, hydraulische oliën, turbineoliën, vetten etc. Minder gebruik van fossiele grondstoffen is hierbij het uitgangspunt. Als het ook nog voordelen voor het milieu of duurzaam gebruik van grondstoffen heeft is dat meegenomen.

We spreken met Jos Jong, vertegenwoordiger van de smeerolie branche verenigd in VSN en Ortwin Costenoble, Senior Consultant Energiewinning bij NEN. Beide geven toe, het is een ambitieus plan. In het verleden zijn diverse pogingen om het gebruik van milieuvriendelijkere smeermiddelen toe te passen gestrand of niet geheel van de grond gekomen. Belangrijke reden hiervoor was het gebrek aan consensus van de gebruiker, de machine/motorfabrikanten en de olie producenten. Te veel ecologische labels, te weinig omzet, geen behoefte van de markt, zeker niet omdat het gebruik van bio-smeermiddelen en hydraulische vloeistoffen duur is en niet wettelijk is voorgeschreven. Toch geloven Costenoble, die binnen NEN projectleider is voor de normering van smeermiddelen en brandstoffen, en Jong dat het deze keer wel zal slagen. Het mengen van de basisolie van motoroliën met bio base aandeel ziet Jong als het grootste obstakel, maar daar zullen we in eerste instantie ook niet mee beginnen. Wel geloven beide in snelle toepassingen als verliessmering, hydraulische vloeistoffen en smeermiddelen voor tandwielen.

De tekst voor de norm is in de werkgroep afgerond en als prEN 16807 naar de 28 EU lidstaten plus 5 andere landen gestuurd. De nationale norminstituten moeten zich er nu over buigen en commentaar geven. Maar als alle commentaar is verwerkt is de nieuwe EU Norm geboren. Hierna zullen de nationale normen door de landen worden ingetrokken. Misschien zal de Blauwe Engel – een bij smeermiddelen veel gebruikt ecologisch keurmerk - wel blijven bestaan maar de Europese CEN norm zal toonaangevend worden. Dit ook omdat er een biologisch aandeel van 25% wordt geëist.

Maar we hebben nog wel een paar vragen, zoals: “zal de definitie van milieuvriendelijkere oliën anders worden of is de biologische afbreekbaarheid volgens OECD en de toxiciteit in water en bij orale inname nog steeds maatgevend”. Het antwoord hierop is dat deze testen gehandhaafd blijven. De norm zal zich baseren op het eindproduct en dus niet op de ingrediënten van het smeermiddel. Daarvoor is REACH verantwoordelijk. Dat houdt automatisch in dat het bestaande Europese Eco-Label voor smeermiddelen, dat op ingrediënten gebaseerd is, idealiter moet worden aangepast. Op de vraag of de Europese norm in de toekomst Internationaal wordt en een ISO norm antwoordt Costenoble dat dit niet is uitgesloten. De VS kent het zogenaamde “bio-preferred” programma, gebaseerd op het testen van het biologische gehalte via een ASTM-norm. De EC kan dat programma niet als zodanig overnemen. NEN werkt mee aan een onderzeok dat advies zal geven over hoe de opbouw dan el kan en hoe CEN-norm, Eco-Label en preferentie bij centrale inkoop door de overheid gecombineerd kunnen worden.

Het belangrijkste is de bereidwilligheid van de smeermiddelen producenten en de machine/motorfabrikanten. Door deze direct in de CEN werkgroep te betrekken is gepoogd consensus te krijgen. Misschien moeten classificaties aangepast worden op basis van de toepassing en is het niet altijd haalbaar het nagestreefde percentage van 25% te handhaven. De toepassing in hydraulische systemen is redelijk bekend en de volgende stap zou smeeroliën voor tandwielsystemen kunnen zijn.

Jong en Costenoble zijn zich ervan bewust dat de norm geen negatieve invloed mag hebben op de technische performance en de levensduur van de smeermiddelen. En daarom is het van belang de smeermiddelen producenten en de machine fabrikanten rond de tafel te krijgen. Volgens Costenoble is het niet eenvoudig experts te rekruteren maar er is een vaste wil om de norm te laten slagen. Op de vraag hoe men draagvlak wil krijgen voor deze Europese Eco-norm is het antwoord; “door de norm sterk te stimuleren i.p.v. in een wettelijk kader af te dwingen”. (Nationale) overheden zouden in hun aanbestedingen de norm als eis moeten meenemen. Dan zal de industrie zeker volgen. Er moet nog heel wat water door de zee maar de vastberadenheid is nog nooit zo hoog geweest. De op handen zijnde norm EN 16807 zou best eens een belangrijke mijlpaal in de geschiedenis van de smeermiddelen kunnen worden.

Tekst op basis van een artikel in Smeeroliekroniek en met instemming van Piet Steenaard.

Meer informatie

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met ir. Ortwin Costenoble, telefoon (015) 2 690 330 of e-mail ortwin.costenoble@nen.nl.

Eerder door u bekeken

Contact of informatie

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met ir. Ortwin Costenoble

(015) 2 690 330

ortwin.costenoble@nen.nl

Normcommissies Energie

Energie