EC en CEN bereiken voorlopig akkoord over wagenparken en biobrandstofmarkering

18-12-2014 Op 11 en 12 november j.l. heeft de een afvaardiging van de Europese Commissie (EC) met de Europese ontwikkelaars van brandstofnormen van CEN/TC 19 een akkoord bereikt over twee zaken die de markt voor biobrandstoffen in de nabije toekomst moeten stimuleren.

Tijdens een vergadering in Athene is het tot een vergelijk gekomen over het definiëren van wagenparken, waarmee nieuwe alternatieve brandstoffen gemakkelijker in de praktijk uitgetest kunnen worden. Om deze brandstoffen duidelijk te onderscheiden zal ook de aanduiding op de pomp van dergelijke producten door heel Europa moeten worden verbeterd. De EC en CEN hebben hier al de eerste afspraken over vastgelegd.

In een eerdere Energiemail, berichtten we u over de richtlijn voor de uitrol van de infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. Deze 'Clean Power Directive' vraagt een inspanning van de lidstaten om producten op de markt te brengen die niet door de gewone auto gebruikt kunnen worden. We praten dan bijvoorbeeld over het ombouwen van auto's met aardgastanks, elektrische aansluitingen voor hybrides of zogenaamde flex-fuel toepassingen waarbij hogere gehaltes biodiesel of bio-benzine naast normale producten getankt kunnen worden. Die laatste producten mogen bijvoorbeeld vanwege geldende milieuwetgeving niet op de consumentenmarkt gebracht worden Om aan te tonen dat het principe wel werkt en dat de uitlaatemissies controleerbaar zijn, willen (auto- en brandstof) producenten en lokale overheden wel graag testen uitvoeren. Dit kan dan alleen in gecontroleerde wagenparken, waarbij gedacht dient te worden aan bussen, taxi's of gemeentelijk vervoer.

Captive fleet

Tot voor kort werden afspraken over hoe zo'n wagenpark ('captive fleet' in het Engels) werd gedefinieerd vooral op lokaal niveau gemaakt. Met de toenemende stimulering voor alternatieve brandstoffen willen autofabrikanten graag eenduidigheid in de kwaliteit en in toelatingsregels. Daarbij kwam dat het afgelopen jaar zowel CEN/TC 19 als de Nederlandse overheid in discussie raakte met het Milieudirectoraat van de EC over vermeende buitenwettelijke normeisen en toelating van brandstoffen. CEN/TC 19 ontwikkelt een mid-blend biodieselnorm, ook wel aangeduid met B20 of B30 afhankelijk van het maximum gehalte aan biodiesel in het mengsel. Dat gehalte is hoger dan de 10% die de EC wettelijk toestaat. Het zorgt er ook voor dat bepaalde limieten van gewone diesel worden overschreden. Eén daarvan is de dichtheid. Deze is in het verleden wettelijk is beperkt vanwege het weren van ongewenste raffinageproducten en toenmalige eisen van motoren. Fysisch gezien is de dichtheid met 30% biodiesel niet te veranderen en moderne auto's kunnen inmiddels grotere variaties in de dichtheid van de brandstof managen.

De voorlopige oplossing om dergelijke B20/B30 brandstoffen toe te staan is dus om ze in wagenparken uit te testen. Ook de Nederlandse overheid heeft interesse in een eenduidige definitie van een wagenpark. Verschillende pomphouders bieden al geruime tijd een benzine aan die gemengd is met zogenaamde 'natte ethanol'. Nederlands onderzoek heeft aangetoond dat bij percentages boven het ook hier weer wettelijk vastgestelde maximum van 10% aan ethanol geen risico meedragen dat eventueel opgelost water uit oplossing komt en roest in de benzinestations of tanks veroorzaakt. Bij lage percentages moet de ethanol goed droog zijn om eventuele roestvorming te voorkomen. Daarom wordt het product in mengsels van 15% 'natte ethanol' en 85% benzine bij zo'n 100 benzinepompen in ons land aangeboden. De EC heeft het Ministerie van I&M, dat eerder toestemming had gegeven voor het op de markt brengen van het product, vragen gesteld over het product. Ook hier lijkt het dat voor een betere controle op het product de voorlopige oplossing het aanbieden aan gecontroleerde wagenparken is.

Omdat B20 en B30 al in vier Europese landen voor wagenparken op de markt is, heeft CEN/TC 19 een ontwerpnorm voor de kwaliteit opgesteld. In overleg met de EC is daar ook een definitie van zo'n gecontroleerd wagenpark aan verbonden. Zolang de effecten van deze mid-blends nog niet geheel duidelijk zijn, wil de EC niet dat het product op de reguliere consumentenmarkt komt. Ook omdat veel bestaande auto's ongeschikt zijn voor dit product of er niet voor gecertificeerd volgens de nieuwe emissieregels. Vandaar dat in Athene afgelopen november gezamenlijk een definitie voor 'captive fleet' is opgesteld. Deze moet nog door de leden van CEN worden geaccepteerd, maar de verwachting is dat halverwege 2015, de B20/B30-norm (EN 16709) gereed is.

Pompmarkering

In de genoemde Richtlijn is een belangrijke rol weggelegd voor technische specificaties zoals vastgelegd in normen. Met de Europa-brede uitrol van alternatieve brandstoffen, en het feit dat vele daarvan enkel nog voor wagenparken aangeboden mogen worden, is een belangrijk onderdeel van de Richtlijn een duidelijk herkenbare aanduiding aan de pomp voor de consument. De Richtlijn stelt dat alle Europese landen moeten zorgen dat een CEN norm die de markering van een alternatieve brandstof vastlegt, integraal wordt overgenomen bij benzinepompen, in voer- en vaartuigen en in handleidingen van auto's. Dergelijke normen zijn er nog niet of ze zijn slechts indicatief. In elk geval behandelen ze niet dat wat de EU wil: eenduidige en uniforme aanduiding via kleurstelling en symbolen.

Dat zoiets gewenst is weet iedereen die regelmatig over de grens tankt bij verschillende merken. Dat zoiets niet eenvoudig is hebben de EC en CEN al eerder vastgesteld. In Athene is overeengekomen dat voor het einde van 2014 de EC haar wensen nauwkeuriger voorlegt aan CEN/TC 19. Elektrische, gas- en waterstofvoertuigen hebben vaak aparte aansluitingen en zijn nog maar mondjesmaat in gebruik vooral bij consumenten die goed zijn voorgelicht. Daarom is de harmonisatie van de pompmarkering het eerst gewenst voor diesel en benzine. Het idee is nu dat een speciale groep onder CENTC 19 hiermee begin 2015 aan de slag gaat. Pomphouders en voertuigfabrikanten hebben namelijk nog maar tot november 2016 om de aanduidingen voor de consument af te stemmen en ook daadwerkelijk aan te brengen.

Meer informatie

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met ir. Ortwin Costenoble, telefoon (015) 2 690 330 of e-mail ortwin.costenoble@nen.nl.

Eerder door u bekeken

Contact of informatie

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met ir. Ortwin Costenoble

(015) 2 690 330

ortwin.costenoble@nen.nl

Normcommissies Energie

Energie