Insecten kunnen veilig in diervoeder worden gebruikt

06-04-2020 Larven van de zwarte soldatenvlieg en huisvlieg, meelwormen en kleine meelwormen die worden gekweekt op zogenoemde voormalige voedingsmiddelen (VVM), kunnen veilig worden gebruikt als ingrediënt voor diervoeder.

Dat blijkt uit onderzoek van het bureau Risicobeoordeling & onderzoek (BuRO) van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Uit de risicobeoordeling van BuRO blijkt dat mogelijke risico’s van op VVM gekweekte insecten als diervoeder adequaat beheerst kunnen worden. Dat betekent dat insecten als diervoeder toegestaan zouden kunnen worden voor meer landbouwhuisdiersoorten dan alleen de huidige wettelijk toegestane vissen, schaaldieren en schelpdieren (aquacultuurdieren).

Welke voedingsmiddelen?

Voormalige voedingsmiddelen die alleen bestaan uit plantaardige componenten, of dierlijke componenten afkomstig van zuivel, eieren, honing, gesmolten vet, en collageen of gelatine van niet-herkauwende landbouwhuisdieren kunnen veilig worden gebruikt voor de kweek van insecten voor alle landbouwhuisdieren, mits deze gekweekte insecten of de producten daarvan een adequate kiemreducerende behandeling, bijvoorbeeld verhitting, ondergaan.

Dierlijke componenten

Voor VVM die dierlijke componenten bevatten van vlees van niet-herkauwende landbouwdieren (zoals kip en varken), vis en schaal- en schelpdieren, ziet BuRO ook mogelijkheden voor het toestaan van de kweek van insecten voor meerdere soorten landbouwhuisdieren, hetgeen volgens de huidige wetgeving nog niet toegestaan is.

Voorwaarden

Voorwaarden hiervoor zijn ook dat er een adequate kiemreducerende behandeling wordt ingezet, en bovendien dat de te voeren landbouwhuisdieren geen herkauwers zijn en de niet-herkauwende diersoort die gevoerd wordt met de insecten niet overeenkomt met de niet-herkauwende diersoort in de VVM waarop de insecten worden gekweekt.

Advies

BuRO adviseert de inspecteur-generaal van de NVWA er op toe te zien dat insecten(producten) als grondstof voor diervoeder voldoen aan vigerende microbiële veiligheidsnormen voor andere dierlijke eiwitten en dat de traceerbaarheid van de diersoort in VVM afkomstig van vlees van niet-herkauwende dieren, vis en schaal- en schelpdieren goed wordt geborgd. Ook adviseert BuRO ontwikkelingen in de insectensector goed te monitoren.

Bron: De Molenaar

Eerder door u bekeken

Vragen? Wij helpen u graag.


NEN Klantenservice
Voor vragen over het bestellen van normen en/of online oplossingen.

015 - 2 690 391

klantenservice@nen.nl


NEN Landbouw & Levensmiddelen
Voor inhoudelijke vragen over AgroFoodnormen en deelname aan normcommissies.

015 - 2 690 351

afc@nen.nl

Meest bekeken normen

NEN Shop