Definitie bodemvreemd materiaal

08-08-2012 Puin en bodemvreemd materiaal worden vaak aan elkaar gelijk gesteld. De geschatte hoeveelheid puin in bodem is heel globaal te vergelijken met het schatten van textuur, op basis van gewichtspercentages.

Dat is in het laboratorium ook goed ter controle te bepalen. In die lijn doorgedacht hebben we nooit een probleem met piepschuin, losvezelig isolatiemateriaal enz.

In de praktijk worden bijzondere bestanddelen geschat op het oog, dus op volume. Zo nodig kan een laboratorium ook volume verhoudingen bepalen. Voor puin zou evt. een uitzondering gemaakt kunnen worden.

Reden voor de onduidelijkheid is dat er heel weinig fundamenteel onderzoek naar veldschattingen van bijzondere bestanddelen of bodemvreemd materiaal gedaan is. Wel naar textuurschattingen van natuurlijke bodem. Bij de ontwikkeling van het Besluit Bodemkwaliteit is dit probleem wel gesignaleerd. TNO heeft voorgesteld de bepaling (en definitie) van bodemvreemd materiaal te onderzoeken maar het voorstel was te duur en gaf te weinig concrete oplossingen op dat moment.

Er is in Nederland wel heel veel ervaring. Misschien kunnen we binnenkort structureel iets aan het probleem doen, al is het op een pragmatische manier. Vanuit de NEN subcommissie Veldwerk - Monsterneming hebben we aan ISO/TC 190 voorgesteld om een paar uitgangspunten in NEN-EN-ISO 25177 'Field soil description' toe te voegen. Die standaard zou mogelijk ook NEN 5706 'Zintuiglijke waarneming bodemonderzoek' kunnen vervangen. In de 2e week van september wordt hierover vergaderd in ISO verband.

Op die manier kunnen we met relatief weinig middelen betere definities en referenties maken voor bodemvreemd materiaal. Een verbetering voor NEN 5740, NEN 5720, NEN 5707, BRL SIKB 1000, BRL SIKB 2000, enz. enz. Diverse info staat ook op de LinkedIn pagina Milieukundige Veldbodemkunde.

Eerder door u bekeken

Thema's Milieu:

Vragen over dit onderwerp?

Neem contact op met Milieu & Maatschappij

(015) 2 690 303

mm@nen.nl