Norm

PGS 31:2018 nl

Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties

0,00 0,00 Incl BTW

Over deze norm

Status Definitief
Aantal pagina's 114
Gepubliceerd op 01-04-2018
Taal Nederlands
PGS 31 is bedoeld voor de opslag van gevaarlijke vloeistoffen in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties. Hieronder vallen ook mengsles van gevaarlijke vloeistoffen op waterbasis. In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw is de CPR 9-serie opgesteld als richtlijn voor het ontwerp en het gebruik van tankinstallaties voor de opslag van vloeibare brandstoffen. Hierbij werd onderscheid gemaakt tussen ondergrondse, kleine bovengrondse en grote bovengrondse tankinstallaties. Als bovengrens voor een ‘kleine’ tankinstallatie is 150 000 l aangehouden, omdat dat over het algemeen de maximale omvang voor een opslagtank is die als ‘prefab’ voor aardolieproducten wordt gemaakt en dit onderscheid ook goed aansluit bij de bestaande praktijk. PGS 31 is ook, maar eventueel met aanvullende eisen, van toepassing op grotere prefab tankinstallaties. Hiervoor is in ieder geval een additionele PRI&E noodzakelijk. Tankinstallaties met een grotere omvang dan 150 000 l worden over het algemeen ter plaatse gebouwd. De consequentie hiervan is dat de kwaliteitsborging van een tankinstallatie die ter plaatse wordt opgebouwd, anders is dan die voor kleine bovengrondse en ondergrondse tankinstallaties. Met dit onderscheid moet rekening worden gehouden wanneer PGS 31 bij tankinstallaties groter dan150.000 l wordt toegepast Volgens deze lijn zijn in het verleden voor de verschillende types tankinstallaties voor vloeibare brandstoffen afzonderlijke richtlijnen opgesteld (CPR 9-serie). De opslag van afgewerkte olie viel ook onder het bereik van CPR 9-6. Bij de overgang van de CPR-richtlijnen naar PGS-publicaties in 2005, zijn enkele CPR-richtlijnen uit de CPR 9-serie samengevoegd en/of omgenummerd tot PGS 28, PGS 29 en PGS 30. Omdat er al langere tijd behoefte was aan een richtlijn voor het ontwerp van tankinstallaties en de opslag van chemicaliën in dergelijke tankinstallaties, zijn door verschillende betrokkenen in de loop der jaren initiatieven genomen om te komen tot een standaard. Ook bij de actualisatietrajecten van de PGS 28, PGS 29 en PGS 30 is dit gedaan. Voor enkele aspecten van een tankinstallatie (bijvoorbeeld internationaal ontwikkelde normen voor het ontwerp) zijn de uitgangspunten van deze richtlijnen immers ook bruikbaar voor tankinstallaties die worden gebruikt voor de opslag van chemicaliën. Deze initiatieven leiden helaas soms ook tot onduidelijkheden, mede als gevolg van de specifieke kennis die nodig is om te kunnen beoordelen of er sprake is van een verantwoorde, veilige (beheersbare) opslagvoorziening. PGS 31 geeft eenduidigheid voor het ontwerp van tankinstallaties en opslag van chemicaliën in dergelijke tankinstallaties. Deze publicatie is alleen van toepassing op de drukloze opslag van stoffen die in het ADR als vloeistof worden beschouwd. Voor de opslag van samengeperste (al dan niet tot vloeistof verdichte) gassen wordt verwezen naar andere delen van deze publicatiereeks.

Details

ICS-code 13.300
23.020
27.075
Nederlandse titel Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties
Engelse titel Overige gevaarlijke vloeistoffen: opslag in ondergrondse en bovengrondse tankinstallaties

Winkelwagen

Subtotaal:

Ga naar winkelwagen