‘Nederlands smart grid op punt van doorbreken’

21-08-2014 ‘Zonder normalisatie geen innovatie’. Dat zegt voorzitter Teus de Zwart van het Nederlands Platform Smart Grids bij NEN. Jan de Leeuw, manager nutsbedrijven Europa van het technologieconcern Cyient, is dat roerend met hem eens.

Een duurzame en intelligente, wereldwijde ‘elektriciteitsweb’ wordt gesponnen om centraal opgewekte conventionele elektriciteit te kunnen combineren met decentraal opgewekte stroom uit duurzame bronnen als zon, wind, water en biogassen. Want juist die duurzame natuurlijke bronnen zijn grillig. Zon, wind en water gaan hun eigen gang. Die vragen zich niet af waar en op welk moment er behoefte is aan hoeveel elektriciteit.

Een wereldwijd datanetwerk over alle opwekkers en afnemers van elektriciteit moet de verschillende stromen in goede banen leiden. “Voor een verdere doorontwikkeling zijn objectieve en onafhankelijke nationale en internationale afspraken, ofwel normen, onontbeerlijk.”

Dit artikel is gericht op de evolutie van de huidige bestaande openbare netten en elektrotechnische installaties, naar duurzame smart grids. Eerst regionaal, dan landelijk en vervolgens internationaal. En dit alles tijdens de vlucht, want de bestaande elektriciteitsvoorziening mag in onze technologie-afhankelijke samenleving en economie natuurlijk geen moment plat gaan.

Data-explosie
“De crux in de evolutie naar een ‘world wide elektriciteitsweb’ is datamanagement en -analyse. We gaan eerst ongelooflijk veel meten en signaleren in de netten en installaties. We willen steeds meer inzicht in patronen en hoe de omgevingsfactoren die beïnvloeden. De gegevens die daaruit komen moeten allemaal worden geanalyseerd. Dat geeft inzicht in het gedrag en de reactie van de netten op de voortdurend wisselende stromen in twee richtingen. Op basis van die continue metingen en analyses kunnen we de stromen onafgebroken gaan beïnvloeden. Door voortdurend bijschakelen en aansturen leiden we alle stromen in de goede richtingen. Dat moet allemaal geautomatiseerd gebeuren en levert dus een enorme data-explosie op. Die moeten we zo beheersen en managen, dat er in de verdeelstations de juiste acties op volgen. En dat op basis van de huidige voorzieningen, door alle bestaande software en hardware te koppelen.” Die ‘assets’ verschillen in Nederland echter nog van regio tot regio. Toch moeten ze onderling via ICT meer met elkaar gaan communiceren: “Dat is de grote uitdaging waar we voor staan. Maar er is ook al heel veel in gang gezet. In Nederland staat het smart grid op het punt van doorbreken.”

Nederland
Zelfs in een klein land als Nederland zijn de netbeheerders nog heel druk met het intelligenter maken van hun afzonderlijke bestaande regionale elektriciteitsnetten. Eerst om ‘zelfherstellend’ te worden en vervolgens om flexibel te kunnen reageren op de grote schommelingen in de balans. Het evenwicht tussen het decentrale duurzame aanbod, de centraal opgewekte aanvulling uit onder meer kolen en gas, en de lokale vraag verspreid over het land moet gehandhaafd blijven. De grilligheid van zon en wind valt immers niet te controleren, en het tijdelijk opslaan van grote hoeveelheden elektriciteit is nog altijd een lastig vraagstuk. Bovendien gaat bij iedere omzetting en het transport van elektriciteit over grote afstanden ook weer veel energie verloren. Dat moet dus zo veel mogelijk worden beperkt.

Normen
“Dat proces kan zich inderdaad niet voltrekken zonder objectieve en onafhankelijke afspraken op technologisch, organisatorisch en procesmatig gebied, waaraan alle netbeheerders, energiebedrijven en eindgebruikers zich houden, ook internationaal. Normen dus”, zegt ook Jan de Leeuw.

Zijn collega’s ondervinden dat vrijwel dagelijks bij hun werk. Daarom worden de bestaande elektrotechnische normen steeds sneller vernieuwd en tal van geheel nieuwe normen ontwikkeld.

Openbare smart grids gaan overigens ook integraal communiceren en samenwerken met de private smart grids in woningen, gebouwen, fabrieken en de infrastructuur. Die gaan steeds meer duurzame energie terugleveren aan de energiebedrijven. Ook gaan ze zelfopgewekte energie combineren met centraal opgewekte elektriciteit voor bijvoorbeeld de elektrische auto’s en hun laadpalen voor de deur. Of het elektrische interne transport, de elektrisch aangedreven productie in fabrieken, en de processen binnen de bedrijven en datacenters.

Slimme meters
De communicatie tussen openbare en interne grids verloopt om te beginnen via de slimme energiemeters in alle woningen, gebouwen, bedrijven en andere afnemers/opwekkers van elektriciteit. Binnenkort worden die ook in ons land ‘uitgerold’. “Dat is slechts een eerste stapje in de totale gefaseerde energietransitie. Maar wel een stap met enorme gevolgen voor de datastromen”, zo legt Jan de Leeuw uit.

De meeste netbeheerders zijn zoals gezegd hun eigen elektriciteitsnetten al intelligenter aan het maken. Niet alleen om zelfherstellend te worden, maar ook om meer inzicht te krijgen in hun reactie op de groeiende decentrale opwekking. En om de balans met de centrale opwekking te kunnen testen en meten, monitoren en analyseren. Dat alleen levert ook nu al een snel groeiende datastroom op, die moet worden geanalyseerd en verwerkt tot digitale regeling van de schakelingen en besturingen.

De Leeuw: “Al die netten zijn opgebouwd uit verschillende componenten van allerlei fabrikanten, die allemaal een verschillende ‘digitale taal spreken’. Straks komt daar een ware data-explosie bij vanuit al die slimme meters. Hoe gaan de netbeheerders daarop reageren? En hoe gaan ze straks onderling communiceren om vraag en aanbod over en weer af te stemmen?”

Grote verschillen
“Kenmerkend voor de Nederlandse netbeheerders is dat hun netten in de loop der jaren heel verschillend zijn opgebouwd. Hierdoor beschikken de medewerkers zelf al over heel veel technologische kennis. Dat leidt tot de neiging allemaal eigen – en dus verschillende - oplossingen te bedenken.

Eerder door u bekeken

Contact

Heeft u een vraag over
Elekticiteitsvoorzieningen?
Wij helpen u graag verder!

ev@nen.nl

(015) 2 690 197