Bouwproductenverordening - voor machine-bouwers vaak een vreemde eend in de bijt

28-04-2016 Voor wie gewend is aan de Machinerichtlijn, is de bouwproductenverordening niet altijd eenvoudig te begrijpen. Ook andersom, personen uit de wereld van de bouwproducten vinden de systematiek van de machinerichtlijn vreemd.

Toch hoor je steeds vaker dat in ‘elkaars werelden’ aandacht voor de ‘andere wereld’ bestaat. Zo was ik laatst op een bijeenkomst die ging over CE-markering van bouwproducten waarbij vragen over de CE-markering van machines werden gesteld. Vragen die duidelijk maken dat het verschil in het basisprincipe maakt dat er sprake is van onduidelijkheid.

Een verordening en geen richtlijn
Het eerste verschil is vrij duidelijk; we hebben een Machinerichtlijn en een Bouwproductenverordening. Een richtlijn en een verordening zijn twee Europese wetgevingsinstrumenten met een duidelijk verschil. In een richtlijn geeft de Europese wetgever aan de regeringen van de lidstaten (o.a. Nederland) de opdracht om een bepaald onderwerp op een voorgeschreven wijze in eigen wetgeving op te nemen. De Machinerichtlijn gaf de Nederlandse wetgever de opdracht om in wetgeving op te nemen dat machines aan de eisen in de richtlijn moeten voldoen. Dat is ook gebeurd; het ligt vast in het Warenwetbesluit machines. Men zegt ook wel dat een richtlijn zich niet richt tot de burgers en ondernemingen in een lidstaat, maar tot de wetgever.

Een verordening richt zich wel direct tot de burgers en de ondernemingen in een lidstaat. De regels uit een verordening hoeven niet meer omgezet te worden in nationale wetgeving. Hierdoor is beter verzekerd dat de wetgeving in alle landen gelijk is. Er hoeft – in tegenstelling tot een richtlijn – geen vertaalslag plaats te vinden.

Uiteindelijk komt het er op neer dat de teksten van de Machinerichtlijn en Bouwproductenverordening allebei moeten worden gevolgd. Dat is een harde eis en geen ‘mogelijkheid’. De term richtlijn is daarom in het licht van wat een richtlijn in Nederlands ook kan betekenen, wat ongelukkig. Alleen, als je wilt kijken wat de wettelijke eisen precies zijn, moet je bij een richtlijn zoeken naar de vastlegging in nationale wetgeving en bij een verordening niet.

Rol van (geharmoniseerde) normen
Het stappenplan om te komen tot een CE-markering laat duidelijke verschillen zien. Zowel bij de Machinerichtlijn als bij de Bouwproductenverordening is de eerste vraag: kwalificeert mijn product zich als een product die onder deze wetgeving valt. Bij de Machinerichtlijn gaan we dan een proces in waarin onder meer de vraag aan de orde komt of het handig is om (op onderdelen) een norm of een geharmoniseerde norm te gebruiken. Een geharmoniseerde norm kan een voordeel opleveren. De machine wordt geacht op het punt waarvoor de norm geldt, veilig te zijn. Anderzijds, als een fabrikant goed kan onderbouwen dat zijn machine zonder gebruik van welke norm dan ook, net zo veilig is, kan dat ook. Normen zijn facultatief bij de machinerichtlijn.

Bij de Bouwproductenverordening is dat compleet anders. Zodra het product gekwalificeerd is als een bouwproduct zal je direct moeten kijken of er een geharmoniseerde norm van toepassing is. Is dat het geval, dan moet de fabrikant in principe deze norm volgen en de CE-markering aanbrengen. Is er geen geharmoniseerde norm, dan kan de fabrikant eventueel nog via een Europese Technische Beoordeling en een Europees Beoordelingsdocument een CE-markering aanbrengen. Zijn beide niet aan de orde, dan is het product wel een bouwproduct waarop de Bouwproductenverordening van toepassing is, maar mag CE-markering niet. Geharmoniseerde normen hebben dus bij de Bouwproductenverordening duidelijk geen facultatief karakter.

Vanuit die verschillen valt ook te verklaren dat fabrikanten van bouwproducten vaak heel snel redeneren vanuit de normen, vaak met onvoldoend oog voor het achterliggende wettelijk kader. Bij fabrikanten van machines ligt dat anders, maar die groep mag niet vergeten dat als er sprake is van een bouwproduct, de normen veel dwingender zijn.

EG-verklaring van overeenstemming vs. prestatieverklaring
Dan het laatste grote verschil dat ik in deze juridische bijdrage wil aanstippen. Bij de Machinerichtlijn wordt het CE-markeringstraject afgesloten met een EG-verklaring van overeenstemming. De verklaring van de fabrikant dat hij de Machinerichtlijn in acht heeft genomen, welke normen hij heeft toegepast of er nog een aangemelde instantie geraadpleegd is etc. In ieder geval verklaart de fabrikant dat zijn product in overeenstemming met de richtlijn is.
Bij de Bouwproductenverordening ligt dat iets anders. Er wordt bij het product een prestatieverklaring gevoegd. De fabrikant verklaart dat het product voldoet aan de door hem daarop weergegeven prestaties. Dat is een duidelijk verschil. De prestaties kunnen dus verschillen!

Daar waar je zou kunnen stellen dat iedere machine met een EG-verklaring van overeenstemming aan dezelfde eisen voldoet, waaronder ook eisen die als een prestatie kunnen worden beschouwd, is dat bij een bouwproduct niet zo. Als je wilt weten of een bouwproduct veilig genoeg is voor de beoogde toepassing, moet de afnemer zelf de prestatieverklaring bekijken.

Conclusie
Er bestaan belangrijke verschillen tussen de Machinerichtlijn en de Bouwproductenverordening. Deze verschillen zorgen ervoor dat het proces van CE-markering voor machines en bouwproducten anders verloopt. Ga je aan de slag met het proces of spreek je met andere erover, dan is het goed om oog te hebben voor de verschillen. Het voorkomt onduidelijkheden en misverstanden.

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl