Machine voor de voedselbereiding? Een case.

26-04-2016 De levensmiddelensector is een belangrijke sector voor de Nederlandse economie. Er zijn in Nederland behoorlijk wat voedselverwerkende bedrijven, vaak met een indrukwekkend machinepark.

Binnen voedselverwerkende bedrijven speelt, naast machineveiligheid, hygiëne (logischerwijs) een belangrijke rol. Op het gebied van de naleving van hygiënecodes kent de rechtspraak een groot aantal voorbeelden van bedrijven waarin het niet zo nauw werd genomen wat betreft naleving.


De casus
De kwestie speelt zich af bij een traditionele molen die geëxploiteerd wordt door een stichting. Bij een controle door de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (nVWA) constateert de opsporingsambtenaar dat de bedrijfsruimten niet schoon zijn:
‘de begane grond van de molen (spinraggen aan diverse materialen, plafond, motoren en andere machinerie, productresten op de grond, andere verontreinigingen op de grond zoals een plastic bekertje, een vuile plastic emmer, vogelveren op de machinerie), de eerste etage van de molen (vuile vensterbanken, stof, spinrag, stoppen, vuile weegschaal, productresten op de vloer rondom de weegschaal, door stof zwart uitgeslagen keukenkastje), ….’

Er waren geen adequate maatregelen genomen om schadelijke organismen te bestrijden. Er liep in de molen (wel?) een kat rond.

Het verweer en het oordeel van de Rechtbank
De molenaar voert een aantal verweren:

- Hij betoogt dat hij niet als exploitant van het levensmiddelenbedrijf kan worden aangemerkt. Dat zou volgens hem de stichting zijn; dit betoog wordt door de Rechtbank vrij gemakkelijk verworpen. Er zijn producten aangetroffen die voor menselijke consumptie zijn bestemd. De machines die zijn aangetroffen zijn van de molenaar. De molenaar geeft rondleidingen alsof het zijn eigen molen is. De molen en de loods/winkelruimte worden door de Rechtbank aangemerkt als een geheel en de molenaar als exploitant.

- Er is lang gewacht met het opmaken van het boeterapport. De molenaar stelt hij dat door het tijdsverloop van 2 jaar in zijn verdediging te zijn geschaad. Hierin gaat de Rechtbank niet mee. Vanaf de inspectie wist de molenaar dat hem mogelijk een boete boven het hoofd hing. Er is door de nVWA een kennisgeving gestuurd van de constatering van de overtreding. Dit had voor hem een aanleiding moeten zijn om de stukken, die betrekking hebben op de overtreding, te bewaren.

- De molenaar overlegt een hygiënecode en wil daarmee aantonen dat er wel voldoende werd schoongemaakt. De stukken blijken alleen betrekking te hebben op de loods/winkelruimte. Daarvan kan de molenaar wel aantonen dat deze voldoende werd schoongehouden. De overtredingen zijn nu juist geconstateerd in de molen. De constatering dat daar onvoldoende werd schoongemaakt, is door de molenaar niet goed weersproken en zou haaks staan op de constateringen van de opsporingsambtenaren. Met de hygiënecodes komt de molenaar dus niet verder.

- Dan volgt uiteindelijk wel een reductie van 10% van de boete. Tussen het voornemen om een boete op te leggen en de uitspraak van de Rechtbank ligt meer dan 2 jaar. Dat is niet redelijk. De boete wordt om die reden gematigd van 2100 euro naar 1890 euro.

Slotsom
Een aardige illustratie van het feit dat bij een levensmiddelenbedrijf het aspect hygiëne een voorname rol speelt naast veiligheid. De boetes zijn in deze casus niet fors. Dat zal samenhangen met de omvang van het bedrijf. Er zijn echter ook talrijke voorbeelden waarbij een onderneming werd stilgelegd vanwege het onvoldoende naleven van de hygiëneregels!

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl