Machines op voertuigen

23-02-2015 In de toepassingsgebieden landbouw en grondverzet komt men een grote variatie van machines tegen die op voertuigen zijn gebouwd. Hierbij kan men nog onderscheiden de machines op speciale onderstellen en die met standaard onderstellen.

Machines op speciale onderstellen:
Om de gronddruk te verminderen en de tractie voldoende groot te houden worden onderstellen voorzien van brede rupsbanden of brede wielen.





Machines met standaard onderstellen:
Hierbij kan gedacht worden aan zelfrijdende landbouwspuiten, maaidorsers, zelfrijdende aardappel- en bietenrooiers. Deze mobiele machines worden vaak via de openbare weg van de ene (werk)locatie naar de andere gereden.

EN 13140
Voor de gemechaniseerde rooiers voor suiker- en voederbieten is de Europese norm EN 13140:2000 + A1: 2009 ‘Landbouwmachines - Oogstmachines voor suikerbieten en voederbieten – Veiligheid’ van toepassing. Deze norm beschrijft specifieke veiligheidseisen en de verificatie van het ontwerp en de constructie van suiker- en voederbieten oogstmachines die worden getrokken of zelfrijdend zijn en bestemd zijn voor 1 of meer van de volgende taken: loofverwijdering, ontkoppen, liften, opladen, schoonmaken, bunkeren en lossen van de bieten uit te voeren. Ook wordt in de norm aangegeven welke informatie door de fabrikant moet worden gegeven voor het veilig werken met deze machines en is een gevarenlijst opgenomen waarmee de fabrikant wordt geholpen om een risicobeoordeling uit te kunnen voeren (annex A).

Veiligheidseisen en/of maatregelen; toepasselijke normen
Voor de risicobeoordeling van de gevaren bij gebruik van deze machines kan de NEN-EN-ISO 12100:2010 worden gebruikt. Indien niet anders beschreven in NEN-EN 13140, moet worden voldaan aan de eisen van NEN-EN-ISO 4254-1:2013 (veiligheid van landbouwmachines) en NEN-EN-ISO 13857: 2008 (veiligheidsafstanden). Let wel: meer normen en richtlijnen kunnen van toepassing zijn!

Een aantal onderwerpen uit de norm wordt in figuur 1 ter illustratie nader aangegeven. Een onderdeel dat aan het begin van het rooiproces staat is de loofstripper: deze moet een beveiligingsinrichting hebben die moet voorkomen dat er een onbedoeld contact plaats vindt; dit kan worden bereikt met een afscherming die aan bepaalde eisen van afmetingen en plaatsing moet voldoen (zie figuur 1a). Het moet mogelijk zijn om de zijdelingse afschermingen weg te klappen en te zekeren voor transport; daarbij moeten ze aan de machines vast blijven zitten; Zie ook figuur 1b waarbij de zijkant van de rotor wordt afgeschermd door een geheel gesloten plaat die minimaal 3 mm onder de bewerkingscontour reikt of, een combinatie van de beide genoemde mogelijkheden.

Gerelateerde normen

NEN-EN 13140:2000+A1:2009 en

Landbouwmachines - Oogstmachines voor suikerbieten en voederbieten - Veiligheid

NEN-EN-ISO 12100:2010 nl

Veiligheid van machines - Algemene ontwerpbeginselen

NEN-EN-ISO 4254-1:2013 en

Landbouwmachines - Veiligheid - Deel 1: Algemene eisen

NEN-EN-ISO 13857:2008 nl

Veiligheid van machines - Veiligheidsafstanden ter voorkoming van het bereiken van gevaarlijke zones door bovenste en onderste ledematen

Schoonmaakvoorzieningen
Om zeker te stellen dat schoonmaakuitrusting tegen onbedoeld contact met de onderdelen wordt beschermd, moet schoonmaakuitrusting worden beschermd door:
• een zijdelingse afscherming zodat:
- de onderzijde van de afscherming op een maximum van 400 mm boven de grond zit of ter hoogte van de bewerkingscontour indien deze groter is dan 400 mm vanaf de grond;
- de afstand tussen de bovenzijde van de afscherming en het hoogste bewegende deel minstens 800 mm is;
- de horizontale afstand tussen de afscherming en het bewerkingsbereik minstens 200 mm is;
óf:
• ieder onderdeel dat aan deze veiligheidsafstanden voldoet.
Indien de beschermingsinrichting een rooster is dan moet worden voldaan aan NEN-EN-ISO 4254-1:2013

Iedere schoonmaakvoorziening die kan worden gestopt door een blokkade moet worden uitgerust met:
• voor zelfrijdende machines,
- een terugloopvoorziening die vanaf de bestuurdersplaats kan worden bediend;
• voor getrokken en opgebouwde machines:
- een terugloopvoorziening die vanaf de bestuurdersplaats van de trekkende machine kan worden bediend; of
- een voorziening die ervoor zorgt dat de schoonmaakuitrusting niet opnieuw kan worden gestart na een blokkade zonder een bedoelde handeling van de bediener.

Transportvoorzieningen van bieten binnen de machine
Om zeker te stellen dat onbedoeld contact met toegankelijke beweegbare onderdelen wordt voorkomen, moeten de transportvoorzieningen worden beschermd door vaste afschermingen (wanneer deze niet nodig zijn voor schoonmaken of het opheffen van blokkades of verstoppingen). Indien een frequente toegang voorzienbaar is, dan moeten de transportvoorzieningen worden voorzien van beweegbare afschermingen die het gebruik van gereedschap vereisen om ze te kunnen openen. De afschermingen moeten hierbij aan de machine vast blijven zitten (bijv. met scharnieren) en wanneer ze niet zijn vastgezet, in gesloten toestand blijven. Wanneer dit soort afschermingen niet worden gebruikt moeten gekozen worden voor interlocking afschermingen of beweegbare schermen die zijn voorzien van een inrichting die voorkomt dat de afscherming kan worden geopend wanneer de delen nog bewegen.

Voor de onderdelen van deze transportvoorzieningen die zich binnen de 550 mm van de grond bevinden, is afscherming vanaf de onderkant niet vereist indien de zijafscherming over een afstand van minstens 130 mm onder hun bewerkingscontour uitsteekt.

Verificatie van veiligheidseisen en/of maatregelen
Afmetingen, waar vereist, moeten worden gecontroleerd door metingen. Bedieningsorganen moeten worden geverifieerd door een functionele test en door het opmeten van hun bedieningslocaties en afschermingen moeten worden beproefd met een functionele test.

Gebruikershandleiding
In deze norm wordt de minimale inhoud van de gebruikershandleiding in detail beschreven.

Markering
Alle machines moeten duidelijk worden voorzien van een typeplaatje met minstens de volgende informatie:
- naam van de fabrikant met volledig adres en, waar van toepassing, zijn gemachtigde binnen de EER;
- jaar van fabricage;
- de aanduiding van de machine;
- de aanduiding van serie of type;
- serienummer indien bekend;
- nominaal toerental en draairichting van de aftak-as (gemarkeerd door een pijl), indien van toepassing;
- massa bedrijfsklaar in kilogram;
- nominaal vermogen, in kilowatts (voor zelfrijdende machines).

Binnen de Europese CEN/TC 144 ‘Agricultural machines – Safety’ is momenteel een norm over vervoer over de openbare weg van landbouwmachines in ontwikkeling: EN 16666 Road transport for self-propelled machinery.

Meer informatie
Indien u interesse heeft in deelname neemt u dan even contact op met Bart van Cleef,
e-mail: bart.vancleef@nen.nl.

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl