Must read: Rapport Inspectie SZW - Klachten en ongevallen

13-12-2016 Analyse van meldingen van klachten en arbeidsongevallen over de jaren 2011-2014.

De Inspectie SZW publiceert regelmatig op haar website de resultaten van haar onderzoek of bevindingen tijdens het toezicht op een gezonde en veilige arbeidsmarkt. Deze publicaties zijn voor ondernemers interessant omdat ze inzicht geven in de risico’s tijdens het werken. Waar moet je als werkgever op sturen?


Anderzijds geeft het vaak ook een indicatie van de onderwerpen die bij een volgend inspectiebezoek extra belicht zullen worden. Wat zijn de speerpunten voor de komende periode?

Jaarlijks komen er bij de Inspectie circa 5500 meldingen van klachten en signalen over mogelijke misstanden ten aanzien van wetten waarop de Inspectie SZW toezicht houdt. Daarnaast onderzoekt de Inspectie jaarlijks ruim 2000 ernstige arbeidsongevallen.

In januari 2016 heeft de Inspectie SZW weer een rapport uitgegeven waarin de arbeidsongevallen en klachten integraal geanalyseerd zijn. De centrale vraag in het rapport luidt:
“Wat leren de inspectiegegevens van het reactieve werk op het gebied van arbeidsomstandigheden van de Inspectie SZW ons over veiligheid en gezondheid op het werk?”

Waar spelen de klachten en ongevallen?
Uit de analyse blijkt dat in absolute zin de meeste arbeidsongevallen voor komen in de sectoren industrie, bouwnijverheid en handel. De meeste klachten en signalen die binnen zijn gekomen hebben betrekking op de inrichting van arbeidsplaatsen en gevaarlijke stoffen/biologische agentia. Daarnaast komen er ook veel klachten en signalen binnen over arbeidstijden, fysische factoren (lawaai, verlichting en temperatuur) en arbeidsmiddelen.

Wat is er aan de hand bij de klachten en ongevallen?
Op nummer één van overtredingen met ongevallen als gevolg staat het ontbreken van 'veiligheidsvoorzieningen’. Het risico van een contact met een bewegend object leidt tot de meeste ongevallen, gevolgd door de risico’s door het vallen (niet van hoogte) (21%) en het contact met bewegende delen van een machine (20%). Daarnaast zijn aanrijdgevaar en overig contact met objecten risicovolle gevaren. De ontwikkelingen laten vrijwel op ieder vlak een positieve ontwikkeling zien. Behalve in de categorie: het voorkomen van valgevaar. Dat zal de komende periode een aandachtspunt moeten worden.

Wanneer speelt het?
Over het tijdstip waarop arbeidsongevallen plaatsvinden werd vaak gezegd: ‘vlak na de lunch’. Uit de recente analyse van de Inspectie SZW komt echter naar voren dat de meeste slachtoffers vallen in de periode van september t/m november, met oktober als hoogtepunt. Het tijdstip waarop het arbeidsongeval plaatsvindt kent twee piekmomenten: tussen 09:00 en 11:00 uur en tussen 15:00 en 16:00 uur. Momenten waarop dus extra waakzaamheid is geboden.

Wie is het slachtoffer?
Een laatste punt dat ik in deze juridische column wil bespreken is de vraag of slachtoffers nu relatief vaak ingeleend of eigen personeel zijn. Ook daar is in het onderzoek rekening mee gehouden. Verder is gekeken of er een verband is tussen de aard van het dienstverband waarbinnen het slachtoffer werkt en de reden van het ontstaan van het ongeval. Hierbij vallen de volgende dingen op:

• De factoren “plannen en procedures” falen voor uitzendkrachten (17% resp. 16%) verhoudingsgewijs iets vaker dan voor werknemers (12% resp. 13%). De plannen en procedures waarmee veiligheidsvoorzieningen in een goede staat gehouden worden scoorden iets vaker lager bij werkzaamheden uitgevoerd door uitzendkrachten.

• De factor “competentie” faalt bij ongevallen met zowel uitzendkrachten als werknemers < 0,5 jaar in dienst verhoudingsgewijs iets vaker (14% resp. 14%) dan voor hen die >0,5 jaar in dienst zijn (10% resp. 11%). De factor: falende competentie hoeft overigens niet te betekenen dat het slachtoffer niet voldoende competent was.

• Factor “motivatie/alertheid” faalt voor vaste werknemers verhoudingsgewijs iets vaker (36% resp. 36%) dan voor uitzendkrachten (32% resp. 33%).

Met betrekking tot falende veiligheidsvoorzieningen en falende managementfactoren luidt de algemene conclusie dat er geen grote verschillen bestaan tussen de uitzendkrachten en eigen werknemers die korter dan een half jaar in dienst zijn in vergelijking met uitzendkrachten en werknemers die langer dan een half jaar in dienst zijn. Anderzijds zijn er ook geen grote verschillen te benoemen met betrekking tot falende veiligheidsvoorzieningen en falende managementfactoren tussen de groepen uitzendkrachten en werknemers.

Conclusie
Het onderzoek laat zien dat extra focus nodig is voor:

• Veiligheidsvoorzieningen die ongevallen met bewegende delen moeten voorkomen; ongevalsoorzaak nr. 1
• Bescherming tegen valgevaar; daar lijkt geen verbetering in te zijn gekomen in de afgelopen 5 jaar.
• Ongevallen die vooral plaatsvinden in de maand oktober tussen 9:00 en 11:00 uur een 15:00 en 16:00 uur.
• De verschillen in de oorzaken van arbeidsongevallen tussen vaste werknemers en ingeleend personeel.

Eerder door u bekeken

Publicaties Machinebouw

UIT 7:2016 nl

Praktijkgids Machinerichtlijn praktisch toepassen

UIT 76:2016 nl

Praktijkgids Europese regelgeving productveiligheid

NEN-bundel 18:2013 nl

Normen voor het lassen van metalen

UIT 78:2017 nl

Overzicht van Europese normen - Machinerichtlijn 2006/42/EC

Contactgegevens

Voor meer informatie neem contact met ons op:

(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



015 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl