Onderhoudsarm of onderhoudsarmoede?

04-08-2014 Hoewel in de Machinerichtlijn een apart hoofdstuk 1.6 aan het onderhoud van een machine is gewijd, gaat dit er slechts over dat het onderhoud op een veilige wijze kan worden uitgevoerd. Het zegt dus niets over het onderhoudsarm onderhoud.

De richtlijnen RoHS/REACH en bepaalde ErP richtlijnen zeggen uitsluitend iets over de (zuiverheid van) gebruikte grondstoffen en/of het energiegebruik van het apparaat zelf en gaan verder niet in op het onderhoud ervan.




In bouwmarkten, supermarkten en zelfs bij tankstations worden elektrische doe-het-zelf gereedschappen te koop aangeboden voor onwaarschijnlijk lage prijzen. Doordat deze machines zo goedkoop zijn, is reparatie niet lonend en worden deze bij een defect gelijk afgedankt. Dus als de leverancier trots stelt dat zijn machines ‘onderhoudsarm’ zijn, klopt dit dus feitelijk; er bestaat de facto nooit een ‘onderhoudsfase’.

Vroeger, niet dat het toen beter was, maar er werd toen wel degelijk nog tijd gestoken in de reparatie van apparatuur. Logisch, want toen was het ‘lonend’. Je had toen nog niet een kunststofbehuizing met de bekende vastklikmechanismen. Als je nu een dergelijke behuizing wilt demonteren, moet je de klikverbinding zien te vinden en deze voorzichtig loswurmen. Dergelijke verbindingen zijn prima voor een goedkope en snelle montage in de fabriek, maar het daarna voorzichtig demonteren staat in de praktijk gelijk aan slopen zodat deze ‘onderhoudsarme machine’ weg moet worden gegooid; over onderhoudsarmoede gesproken!

Ook bij aanschaf van grote installaties (kranen, schepen, treinen e.d.) is de laagste prijs meestal het doorslaggevende argument om de order toe te kennen. Er wordt nog te weinig gelet op andere prijsbepalende factoren zoals de onderhoudbaarheid, de korte reparatietijden en de “uptime”: de tijd dat de machine beschikbaar is en het ook doet. Niet alleen in de bankwereld, maar ook in de techniek is het helaas vaak zo dat de top van het bedrijf een bonus krijgt wanneer op de aankoop miljoenen worden bespaard. Waar is een prikkel tot het ontwikkelen van onderhoudsmogelijke apparatuur gebleven? Tegen de tijd dat er onderhoudsproblemen optreden, zijn die beslissers van toen allang weg of is door hen ‘vergeten’ dat het onderhoud juist niet in de lagelonenlanden plaatsvindt maar hier waar de lonen ‘iets’ hoger liggen.

Een paragraaf over de geschiktheid voor levensduurverlengend onderhoud of een EU Verordening voor ‘duurzame onderhoudbaarheid’ is er niet. Eigenlijk zou het huidige begrip ‘duurzaamheid’ ook het al of niet repareerbaar zijn van een machine of apparaat en het energiegebruik tijdens het maken en het afdanken moeten laten meetellen. De richtlijn voor het elektronisch afval (WEEE) geeft al een richting, maar het wordt pas echt duidelijk als je de kringloop letterlijk kortsluit. Dat de vervuiler betaalt is logisch in dat kader, maar je moet een stap verder durven gaan en stellen dat de afgedankte en defecte machines ook compleet moeten worden teruggestuurd*. Er dient te voren een ‘onderhoudstoeslag’ te worden betaald, waarbij de hoogte van deze toeslag wordt bepaald door de levensduur en reparatiemogelijkheden.

De fabrikant heeft het over ‘merkbranding’, maar de toeziende autoriteit (versie 3.0) bepaalt de ‘brandmerking’ van die fabrikanten die het niet zo nauw nemen met de duurzaamheid en onderhoudbaarheid. Overigens moeten nog sterker dan de WEEE regelgeving dit al doet, de transportkosten van het verzamelen en retourtransport al van te voren worden doorbelast op progressieve wijze. Hoe lager het onderhoud en hoe langer de levensduur hoe lager de toeslag.

Nu de groeiende afvalberg aandacht krijgt en duurzaamheid meer gaat inhouden dan een groen etiket, zou eigenlijk ook het ontwerp met langere levensduur meer duurzame wettelijke aandacht moeten krijgen. Of zijn we langzamerhand onderhoudsarm moe?

*Dit lijkt misschien wat lastig, wanneer het bedrijf in tussentijd failliet is gegaan. Maar gelukkig is er altijd wel een directielid te traceren, waarbij de afgedankte machines in de voortuin kunnen worden gezet.

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl