PBM’s, voor de juiste taak

26-04-2016 Tijdens een wandelvakantie in Zwitserland wordt het inzicht in de juiste wandelschoenen snel duidelijk. De kinderen groeien hard en hebben dit jaar weer nieuwe wandelschoenen gekregen. Nog net voor de vakantie gekocht en nieuw uit de doos.

De eerste wandeltocht heeft na 15 minuten lopen al als resultaat dat er een blaar op de hak zit. Deze even door prikken en een blarenpleister erop en we kunnen weer verder. Nog geen 10 minuten later op de andere hak een blaar. We worden met de neus op de feiten gedrukt. Het inlopen in Nederland was beter geweest.

Zoals de meeste mensen hebben we andere kleren voor de verschillende activiteiten zoals: wandelen, wielrennen of mountainbiken, schaatsen of hardlopen. Thuis heb ik dus voor de verschillende activiteiten andere kleding. Zo werkt het op het werk ook; sommige taken vereisen andere kleding en schoeisel zodat je de taken veilig kunt uitvoeren; bepaalde taken vereisen bepaalde PBM’s.

Om te bepalen welke PBM’s nodig zijn worden risicoanalyses uitgevoerd, deze kunnen dan vervolgens worden uitgezet in een matrix. Met deze PBM-matrix krijgt je dan een onderbouwing waarom juist die PBM’s nodig zijn. De keuze om tot een persoonlijk beschermingsmiddel te komen en de manier waarop omgegaan moet worden met persoonlijke beschermingsmiddelen wordt bepaald vanuit de RI&E (Risico Inventarisatie en Evaluatie). De aanleiding voor het gebruik ervan is onder andere afhankelijk van:

• De ernst van het gevaar;
• De tijdsduur waarbij gewerkt moet worden met een aanwezig risico;
• De frequentie van werkzaamheden;
• De inrichting van de werkplek;
• Combinaties met werkzaamheden in de directe omgeving die van invloed kunnen zijn (zoals roterende machinedelen in combinatie met een lasbril).
• De gezondheid van de uitvoerder/gebruiker van het PBM;
• Het draagcomfort van het PBM;
• De instructie voor het gebruik;
• De (on)mogelijkheid tot onderhoud van het middel;

In beschouwing moet worden genomen dat persoonlijke beschermingsmiddelen doorgaans alleen worden toegepast wanneer andere maatregelen niet mogelijk zijn of onvoldoende bescherming bieden.

“Zo werkt het op het werk ook; sommige taken vereisen andere kleding en schoeisel zodat je de taken veilig kunt uitvoeren.”

Wet- en regelgeving
De wet- en regelgeving met betrekking tot persoonlijke beschermingsmiddelen is te vinden in; Arbowet: artikel 5, 6 en 11 & Arbobesluit: artikel 8.1 t/m 8.3. Daarin staan onder meer de verplichtingen van zowel werkgevers als de werknemers.

De werkgever:
• Verstrekt PBM gratis aan zijn werknemers.
• Geeft de benodigde voorlichting en instructie over het juiste gebruik en het onderhoud.
• Geeft aan waar het PBM gebruikt moet worden.
• Houdt toezicht op het juiste gebruik.
• Maakt afspraken over onderhoud en vervanging.

De werknemer is verplicht:
• De verstrekte PBM te gebruiken.
• Deel te nemen aan voorlichting en instructie.
• PBM op de juiste wijze te onderhouden en op te slaan

Daarmee zou dan al een deel van de problemen opgelost moeten zijn. Toch zien we in de praktijk dat deze middelen niet altijd consequent worden gedragen of soms zelfs verkeerd worden toegepast door onwetendheid.

Na het volgen van een instructie is het niet altijd vanzelfsprekend hoe om te gaan met de middelen. Veelal helpt nadien een kleine uitleg of even een controle dat de middelen ook echt goed worden gedragen. Dat kan door toezicht te houden op elkaar zodat we gezamenlijk weer veilig naar huis kunnen.

Tot slot: persoonlijke middelen zijn dus voor de individuele werknemer bedoeld en niet voor een groep mensen.

Hopelijk gaat iedereen net zo zorgvuldig om met de PBM’s als de eigen kleding voor de verschillende sportactiviteiten.

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl