Trillingen en geluid van machines en het arbeidsrecht

31-07-2014 Veel bedrijven gebruiken machines om een proces te vergemakkelijken of te versnellen. Sterker nog, veel bedrijven zijn afhankelijk van machines. Sommige machines produceren (veel) geluid en veroorzaken trillingen. Dit kan tot schade leiden bij werknemers

Daarom bestaan er veiligheidsvoorschriften voor het werken met machines. In dit nummer – in het kort – de belangrijkste regels op een rijtje, regels die de werkgever in acht moet nemen.





Wet- en regelgeving
Artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet bepaalt dat een werkgever een Risico Inventarisatie & Evaluatie (hierna: “RI&E”) moet opstellen waarin hij risico’s voor de werknemers met betrekking tot arbeid omschrijft. In de RI&E zal een werkgever dus iets moeten opnemen over geluid op de werkvloer en trillingen als gevolg van werken bij of met een machine.

Geluid
Het Arbeidsomstandighedenbesluit en NEN 9612 bevatten een nadere invulling van de regels over geluid. Een werkgever is verplicht het geluidsniveau op de werkvloer beoordelen en eventueel periodiek meten. Bij de beoordeling van de hoeveelheid geluid waaraan werknemers worden blootgesteld, moet de werkgever onder meer aandacht besteden aan het niveau van de blootstelling en de aard en de duur van de blootstelling, waaronder eventueel impulsgeluid. Ook moet het maximale niveau van geluid per dag (dit varieert van 80 dB (A) tot 87 dB (A)) of per week worden meegenomen. De resultaten van een beoordeling of meting legt een werkgever in een passende vorm – dit betekent in de praktijk schriftelijk - vast.

Indien uit de meting blijkt dat er gevaar voor de gezondheid van een werknemer bestaat, dan kan de werknemer een zogeheten audiometrisch onderzoek ondergaan. Dit onderzoek is gericht op een vroegtijdige diagnose van een eventuele achteruitgang van het gehoor en op behoud van gehoor. Indien het onderzoek heeft vastgesteld dat het gehoor van de werknemer vroegtijdig achteruit gaat of is gegaan als gevolg van lawaai op de werkvloer, dan zal het onderzoek kunnen bijdragen aan bewijs voor eventuele gehoorschade. Hoe hoog die schade is, is over het algemeen moeilijk in te schatten.

De werkgever moet zoveel mogelijk risico’s wegnemen. Dit begint al bij de aanschaf van een machine. De eigenschappen van de machine en hoeveelheid geluid zijn altijd bekend (of zouden dit moeten zijn; niet alle informatie is bruikbaar gebleken). Hoe minder geluid hoe beter is uiteraard de gedachte. In de tweede plaats moet de werkgever technische maatregelen nemen. Bijvoorbeeld het afschermen van de machine, het toepassen van antigeluid of het aanbrengen van absorptiemateriaal. Daarnaast moet de werkgever organisatorische maatregelen - zoals het beperken van het aantal werknemers dat bloot staan aan het geluid en het beperken van de tijdsduur van de blootstelling - treffen, alsook het toepassen van adequate gehoorbescherming door de werknemer.

Trillingen
Het Arbeidsomstandighedenbesluit onderscheidt hand-armtrillingen en lichaamstrillingen. Voor de hand-armtrillingen geldt een grenswaarde voor dagelijkse blootstelling van 5 m/s2 en een actiewaarde van 2,5 m/s2. Voor de lichaamstrillingen geldt een grenswaarde van 1,15 m/s2 en een actiewaarde 0,5 m/s2. Voor iedere waarde geldt een 8-urige blootstelling. De actiewaarde is dus uitgangspunt en de grenswaarde is de uiterste waarde, waarbij de periode van blootstelling van belang is.

De werkgever moet trillingen op de werkvloer periodiek beoordelen en eventueel meten. Bij de beoordeling van de hoeveelheid trillingen waaraan werknemers worden blootgesteld, moet onder meer aandacht worden besteed aan het niveau, de aard en de duur van de blootstelling, waaronder eventueel periodieke trillingen en herhaalde schokken en de voorgenoemde waarden. Tevens moet de werkgever de werknemers die worden blootgesteld aan trillingen op het werk inlichten over ten minste de hieronder genoemde genomen maatregelen:

• de grenswaarden en actiewaarden;
• de resultaten van de meting;
• het nut van en de methode voor het opsporen en melden van symptomen van gezondheidsschade; de omstandigheden waarin de werknemers recht hebben op een arbeidsgezondheidskundig onderzoek (zie hierna) en de veilige werkmethoden om de blootstelling aan trillingen tot een minimum te beperken.

Ook voor de trillingen op de werkvloer geldt dat de werkgever deze zoveel mogelijk moet wegnemen. Hier geldt weer dat deze eerst gezocht moeten worden bij de machine zelf. Bij de aanschaf van de machine moet de werkgever bekijken wat de maximale waarden van de machine zijn. Dit blijkt in de praktijk overigens slechts een indicatie. Een werkgever kan bovendien blootstelling aan trillingen voorkomen door automatisering. De beheersing van processen kan immers vaak op afstand gebeuren.

Een werkgever moet technische veranderingen aanbrengen in het proces en voorkomen dat de trilling de werknemer bereikt. Bijvoorbeeld het aanpassen of wijzigen van het toerental van een machine of het gebruiken een schok- en trillingsabsorberende stoel of handschoenen of het aanbrengen van trillingsisolatiemateriaal. Organisatorische maatregelen kunnen ook bijdragen aan het verminderen van de trillingen, waarbij het ingrijpen in het productieproces of het wijzigen van werkmethoden vaak effectieve maatregelen zijn. Voorbeelden van dit ingrijpen zijn het goed en preventief onderhouden van de machines. Verder kan gedacht worden aan het lijmen of lassen in plaats van klinken.

Zoals aangegeven heeft een werknemer in sommige gevallen recht op een arbeidsgezondheidskundig onderzoek. Iedere werknemer die blootgesteld wordt aan trillingen heeft het recht (dus niet de plicht) om vóór aanvang van zijn werkzaamheden een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

Verder heeft de werknemer recht op tussentijds arbeidsgezondheidskundig onderzoek, indien een aandoening bij een collega wordt geconstateerd die het gevolg zou kunnen zijn van blootstelling aan trillingen. De werkgever kan de werknemer ook tussentijds verplichten om mee te werken aan een arbeidsgezondheidskundig onderzoek.

Conclusie
Er bestaan dus vele regels voor geluid en trillingen op de werkvloer. Deze specifieke regels moet de werkgever in acht nemen. Er is hier dus geen sprake van een bevoegdheid of keuze. De uitvoering van deze regels moet adequaat worden opgeschreven in een RI&E, welke periodiek moet worden gecontroleerd. Indien een werkgever geen RI&E opstelt of in strijd handelt met de bovenstaande verplichtingen, dan kan naleving worden verlangd en een boete worden opgelegd. De boete is afhankelijk van de grootte van het bedrijf. Tevens is het mogelijk dat bij een bedrijfsongeval met een machine en een werknemer de werknemer ernstig arbeidsongeschikt raakt met alle re-integratiekosten en aansprakelijkheid van dien.

Bovendien kan de productie een lange(re) tijd stil komen te liggen, aangezien de machine onderzocht moet worden. Het gevolg daarvan kan zijn dat er minder omzet wordt behaald. Een tip die ik dan ook aan alle werkgevers wil meegeven is om de RI&E zorgvuldig op te stellen en bij wijziging van de arbeidsomstandigheden of voortschrijdend inzicht deze te laten controleren. Voorkomen is beter dan genezen, zeker als het om werknemers

Juridisch artikelen 2013

Eerder door u bekeken

Contact adviespunt Machinebouw

Voor uw vragen over onder andere CE-markering, productaansprakelijkheid, risicobeoordeling, de gebruiksaanwijzing, het technisch dossier, eisen voor niet-voltooide machines en de verklaring van overeenstemming bent u bij ons aan het juiste adres.



(015) 2 690 180

advies.machinebouw@nen.nl