Datacenters noodzakelijk in ons dagelijks leven

Expert aan het woord: Ronald van den Bosch

Expert aan het woord: Ronald van den Bosch

Interview met Ronald van den Bosch, Product Owner Centre of Excellence DC bij ING

Bij de term ‘datacenter’ wordt niet meteen gedacht aan de bakker of supermarkt. Toch zijn datacenters niet meer weg te denken uit onze informatiesamenleving. Ze zorgen voor gemak, maar zijn ook een essentieel onderdeel van bedrijfsprocessen. ‘Zonder datacenter hebben de meeste bedrijven geen hart.’ Bij de keuze voor een datacenter spelen normen een belangrijke rol.


Wat een datacenter precies is, hangt af aan wie je het vraagt, zegt Ronald van den Bosch. Hij is bij ING verantwoordelijk voor een team dat zorgt voor het fysieke datacenter. ‘Denk aan preventieve onderhoudswerkzaamheden en het oplossen van storingen aan installaties voor energievoorziening, koeling, beveiliging en andere facilitaire zaken. Daarnaast bestuurt hij een ‘kenniscentrum’ van medewerkers die datacenters in het buitenland ondersteunen. ‘Voor iemand in de IT is een datacenter een virtuele omgeving waar informatie wordt verwerkt en opgeslagen. Voor mij is het een fysieke omgeving met zaken die je daadwerkelijk kunt vastpakken. Het datacenter is het IT hart van ING. Alle IT-apparatuur van ING staat er; netwerksystemen, servers, noem maar op. Alles wat nodig is voor de bedrijfsprocessen van ING staat in die ruimte. Behalve IT-apparatuur is dat dus ook koeling, stroomvoorziening, bekabeling en back-up systemen zoals onder andere noodaggregaten. Als die apparatuur stil komt te liggen, ligt het hele bedrijf stil.’

‘Kies het datacenter dat het beste bij uw bedrijfsprocessen past’

Datacenters in het dagelijks leven

Voor veel mensen klinkt de term ‘datacenter’ als een ver-van-mijn-bed-show. Toch zijn datacenters overal. ‘Zo’n beetje ieder bedrijf is met een datacenter verbonden’, schetst Van den Bosch. ‘Ga je naar de bakker, dan heeft die een kassasysteem. Dat is aangesloten op een datacenter. De digitale weergave van vertrektijden bij bushaltes? Hetzelfde verhaal. Ook daar zit een datacenter achter. Of de loyaliteitskaart van de supermarkt. Iedereen heeft dus, vaak onbewust, met datacenters te maken. Zeker ook nu we veel thuiswerken. Alle verbindingen via Microsoft teams, Skype of Zoom bijvoorbeeld, hangen samen met datacenter.

Gevaar

Als er iets mis gaat bij een datacenter, stopt een aantal zaken waar we in het leven graag gebruik van maken, zegt Van den Bosch. Zonder datacenters geen internet en ook geen cloud, want ook de cloud staat uiteindelijk in een datacenter. Gevaar voor de veiligheid van opgeslagen data is er volgens Van den Bosch op dat moment niet. ‘Niemand kan dan bij de data. De informatie is veilig, kan niet weg en is niet beschikbaar.’ Voor bedrijven kan het echter grote gevolgen hebben omdat ze afhankelijk zijn van hun data, waardoor een deel van de bedrijfsprocessen stil komt te liggen. Vandaar dat veel bedrijven twee of meer datacenters hebben.

Kies wat past

Het ene bedrijf moet voor zijn bedrijfsprocessen hogere (beschikbaarheids-)eisen stellen aan een datacenter dan het andere. ‘Neem de bakker waar we het net over hadden. Als zijn betalingssysteem eruit ligt door een stroomstoring, kan hij tijdelijk overstappen over op contante betaling. Dat is vervelend en kan voor de periode van de storing inkomensverlies tot gevolg hebben. Bij ING hebben wij behoefte aan een datacenter met noodstroomaggregaten en back-up systemen. Ieder bedrijf moet goed beoordelen wat het van een datacenter verlangt. Want een datacenter is meer dan alleen een plek waar informatie wordt opgeslagen. Om de data goed te beveiligen en beschikbaar te stellen, spelen bijvoorbeeld ook bouwkundige aspecten, energievoorziening, koeling en beveiliging mee. Je moet dus kijken naar wat voor jouw bedrijfsproces gewenst is op het gebied van beschikbaarheid of robuustheid.’ Niet alleen de bouw van een datacenter is belangrijk, maar ook de manier waarop het georganiseerd is. ‘Al die zaken staan in de norm NEN-EN 50600 beschreven, toch is eigen onderzoek ook belangrijk om zeker te zijn dat het datacenter ook echt voldoet aan onze eisen.’ Ook staat duurzaamheid steeds hoger in het vaandel, ziet Van den Bosch. ‘Veel bedrijven letten steeds scherper op de efficiëntie van een datacenter; hoeveel stroom is er nodig om het te laten draaien?’

Normen meten kwaliteit

Bedrijven als ING, die verantwoordelijk zijn voor een deel van het betalingsverkeer in Nederland, kennen scherp toezicht, ook als het gaat om hun datacenter. ‘Vertrouwen, kwaliteit en continuïteit zijn essentieel voor ons en onze klanten. Daarom is het voor ING belangrijk dat wij onze toezichthouders kunnen verwijzen naar normen uit de serie NEN-EN 50600 ‘Information technology- Data centre facilities and infrastructures’. Daarin staat glashelder op welk niveau ons datacenter functioneert. Omgekeerd is het voor ons als bedrijf handig om een norm te hebben als wij een nieuw datacenter gaan betrekken. We weten precies waar een datacenter aan moet voldoen en dat is dan voor de dienstverlener ook meteen duidelijk. Je kunt appels met appels vergelijken. Dat is het voordeel als iedereen dezelfde taal spreekt.’

De normenserie NEN-EN 50600 en wereldwijd de ISO 22237 zijn belangrijk voor het meten van de kwaliteit van een datacenter. ‘Heel veel aspecten staan erin: van de bouwkundige zaken zoals het gebouw waarin het datacenter staat of de koeling, tot bekabeling, stroomvoorziening, beveiliging en de organisatie. Datacenters zijn in die normen ingedeeld in vier beschikbaarheidsklassen. Als bedrijf kun je dan een keuze maken voor een bepaalde klasse en via de norm kun je dan meer informatie over die klasse vinden en de eisen die daarbij horen.’

Met normen laat u zien dat u aantoonbare kwaliteit kiest.

Toekomst

Veel zaken zijn al goed geregeld in de normenserie NEN-EN 50600, een breed palet dat waardevol kan zijn bij de beoordeling van datacenters. ‘Het deel over de organisatie van een datacenter zal binnenkort in de normcommissie herschreven worden. Het kan tot twee jaar duren om dat zo goed mogelijk in de norm vast te leggen. Maar het blijft ook een kwestie van als bedrijf zelf goed onderzoek doen. Geen wantrouwen, maar bevestiging zoeken van wat je verwacht.’ Certificering voor de normenserie is helaas nog niet mogelijk, maar Van den Bosch verwacht dat partijen daar in de toekomst ook hun schouders onder zullen zetten. ‘Het belang is groot, zeker gezien het feit dat onze maatschappij en de inrichting van bedrijfsprocessen steeds meer afhankelijk worden van data. Daarbij wil iedereen graag bevestiging en transparantie over de kwaliteit van de diensten. Als op een genormeerde manier de kwaliteit bepaald kan worden, helpt dat iedereen om die bevestiging en transparantie te krijgen.

Meepraten en contact

Wilt u op de hoogte blijven van de ontwikkelingen op het gebied van de datacenters en bent u benieuwd naar de aansluiting op normontwikkeling of wilt u uw steentje bijdragen en normcommissielid worden? Neem dan contact met ons op voor meer informatie.

Inge Piek

Inge Piek

Inge Piek is consultant bij NEN en secretaris van de normcommissie. Voor meer informatie kunt u contact opnemen: 015 2 690 200 of stuur een mail.

Of stuur een e-mail.