Anti-zonnebrandmiddelen, klopt de beschermingsfactor?

06-08-2015 Anti-zonnebrandmiddelen kunnen je tijdens deze zonnige dagen beschermen tegen de schadelijke blootstelling aan UV-A- en UV-B-straling van de zon. Naast directe gevolgen als huidverbranding zijn vooral lange termijn effecten als huidkanker een ernstig risico voor de volksgezondheid. Bij het juiste gebruik moet het product dat je hebt gekocht natuurlijk wel voldoen aan wat het 'claimt' te doen.

Om na te gaan of dit ook zo is, heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vorig jaar een onderzoek gedaan naar anti-zonnebrandproducten. Bij het merendeel daarvan staat de juiste zonbeschermingsfactor op het etiket vermeld. Ze hebben 58 anti-zonnebrandmiddelen getest. Het ging daarbij om verschillende merken en prijscategorieën en om verschillende soorten anti-zonnebrandmiddelen zoals crèmes, milks, oliën, gels en sprays. Het onderzoek werd gedaan met de zogenoemde in-vivo-methode, waarbij het product op vrijwillige proefpersonen wordt getest.

UV-B én UV-A, hoe zit dat?

Je moet als consument kunnen vertrouwen op de bescherming die door anti-zonnebrandmiddelen wordt geclaimd. De bescherming die deze producten leveren wordt door middel van de zonbeschermingsfactor (Sun Protection Factor, “SPF”) op het etiket vermeld. De vermelde SPF is een maat voor de bescherming tegen UV-B-straling.

Anti-zonnebrandproducten moeten ook bescherming bieden tegen UV-A–straling. We lijken er met z'n allen minder op te letten dan op dan de 'SPF-factor' maar óók UV-A moet dan op het etiket vermeld staan, namelijk door middel van het “UV-A” logo.

Analyses en normen, in-vitro en in-vivo

Vooralsnog is de SPF in-vivo methode, waarbij het product op vrijwillige proefpersonen wordt getest, de enige methode om betrouwbaar de SPF te kunnen bepalen (ISO 24444:2010). Dit is momenteel dan ook de enige methode die gebruikt kan worden voor het houden van toezicht op de veiligheid van deze producten. Vanuit ethische en kosten overwegingen wordt er zowel op Europees als Internationaal niveau gewerkt aan de ontwikkeling van een geharmoniseerde in-vitro methode om de SPF-waarde te bepalen. Deze in-vitro methode zou op termijn de nu aanbevolen en algemeen aanvaarde en erkende in-vivo methode kunnen vervangen. De SPF in-vitro methode kan tot nu toe alleen als een screening methode worden gebruikt.

De gebruikte normen om testen uit te voeren zijn:

  • NEN-EN-ISO 24442 'Cosmetica - Zonbeschermingstestmethoden - In vivo bepaling van UVA zonbescherming'
  • NEN-EN-ISO 24443 'Cosmetica - Zonbeschermingstestmethoden - In vitro bepaling van UVA zonbescherming'
  • NEN-EN-ISO 24444 'Cosmetica - Zonbeschermingstestmethoden - In-vivo bepaling van SPF (zonbeschermingsfactor)

Meer informatie over het onderzoek en het rapport kun je vinden op de website van de NWVA.

Eerder door u bekeken

Meer informatie?

Neem contact op met NEN Communicatie

(015) 2 690 435

communicatie@nen.nl