Speelveld bij internationale aanbestedingen kan eerlijker

Concurrentie is een goede zaak en als BAM International doen we graag mee aan internationale aanbestedingen. Toch merken we dat een lage prijs vaak doorslaggevend is, terwijl factoren zoals arbeidsomstandigheden, kwaliteit, duurzaamheid en anti-corruptiebeleid te weinig worden meegewogen. Ik ben dan ook een voorstander van internationaal gehanteerde gunningscriteria en contractcondities.

Een interview met Wouter Remmelts, Managing Director BAM International


Concurrentie is een goede zaak en als BAM International doen we graag mee aan internationale aanbestedingen. Toch merken we dat een lage prijs vaak doorslaggevend is, terwijl factoren zoals arbeidsomstandigheden, kwaliteit, duurzaamheid en anti-corruptiebeleid te weinig worden meegewogen. Ik ben dan ook een voorstander van internationaal gehanteerde gunningscriteria en contractcondities.

BAM International is onderdeel van de Koninklijke BAM Groep en opereert buiten Europa. We doen dat vanuit vestigingen in Dubai, Tanzania, Panama, Indonesië en Australië. Driekwart van ons werkpakket bestaat uit waterbouwkundige werken, meestal in havens en vaak voor de olie- en gasindustrie. We hebben onlangs nog de media gehaald met de renovatie van mariene onderzoeksfaciliteiten van een Britse wetenschappelijke basis in Antarctica. Onze mensen werken daar onder barre poolomstandigheden en soms zelfs tussen de pinguïns en de walvissen. Verder bouwen we in Costa Rica samen met Van Oord aan een nieuwe containerterminal voor de bananenexport, ons grootste project ooit.

Concurreren op een ongelijk speelveld

Als internationale bouwer doen we mee aan aanbestedingen over de hele wereld. We doen dat alleen of in samenwerking met andere aannemers. In Amerika speelt de enorme aansprakelijkheid voor bouwers ons vaak parten, dat is niet altijd aantrekkelijk voor ons. In Canada en Australië ligt de lat voor duurzaamheid heel hoog. ISO-certificeringen en andere eisen aan inschrijvers, creëren in die landen vaak wel een gelijk speelveld. In ontwikkelingslanden is dat helaas veel minder het geval. Dat hebben we bijvoorbeeld gemerkt in Bangladesh en Indonesië, waar we zijdelings betrokken waren bij het opstellen van plannen voor kustbescherming en havenontwikkeling. Opvallend was de grote Nederlandse inbreng bij de voorbereiding. Adviseurs en onderzoekers realiseerden daar mooie omzetten en dat is goed voor Nederland. Maar bij de aanbesteding van de daaropvolgende werken, is het als Nederlandse bouwer moeilijk om te concurreren met aannemers uit landen als Japan, China of Korea. Het ligt niet aan de kwaliteit van ons werk, daar ben ik echt van overtuigd. Het verschil zit in de waardering van de zachte waarden zoals arbeidsomstandigheden, kwaliteit en duurzaamheid. Daarnaast speelt zeker mee dat veel Aziatische landen financiering mee brengen. Daar hebben wij als bedrijven uit Westerse landen veel minder toegang toe.

Binnen Europa probeert het EIC, de koepelorganisatie van landenorganisaties van Europese internationale bouwers, om in onderling overleg een gelijk speelveld te creëren. Via de Nederlands koepel NABU ben ik hierbij betrokken als vice-president van EIC. EIC praat als friendly reviewer mee over bijvoorbeeld nieuwe ISO-normen en over condities in internationale FIDIC-contracten. Maar we gaan ook gesprekken aan met de Europese Unie en met investeringsbanken om aan te dringen op eerlijke aanbestedingen waarbij voor alle partijen dezelfde gunnings- en contractvoorwaarden gelden. Er is nog een hoop werk te doen. We zien bijvoorbeeld dat aannemers die niet voldoen aan de voorwaarden van de Wereldbank, via een dochterorganisatie toch meedingen naar opdrachten. Dat is dan heel frustrerend.

Samen optrekken is de sleutel

Ik merk tijdens de bijeenkomsten van EIC dat het weerbarstige materie is. Het valt niet mee om een gezamenlijk Europees standpunt te formuleren. Nederland heeft de neiging om te wijzen naar andere landen. Maar ik moet toegeven dat wij ook nog veel kunnen leren van andere landen. Spanje is bijvoorbeeld echt een koploper als het gaat om het opleiden van vaklui binnen projecten. Maar de wil om echt gezamenlijk iets te bereiken is er. Of het nou gaat om de Grieken en de Finnen of de Fransen en de Denen, iedereen ziet het belang van samen optrekken. Dat biedt hoop voor de toekomst. Het zou mooi zijn als we binnen afzienbare termijn resultaat kunnen boeken in de vorm van meer gestandaardiseerde aanbestedingsprocedures en evenwichtige contractcondities. Op die manier kan Europa de rest van de wereld laten zien dat een gelijkspeelveld bij internationale aanbestedingen mogelijk is en er voor zorgen dat het tussen de oren gaat zitten van de financiers van grote bouwprojecten. Het zou een goede stap zijn op weg naar wereldwijd geaccepteerde aanbestedingsprocedures en -eisen.

Wij zijn benieuwd naar uw mening!

Hoe meer de Nederlandse markt haar waterkennis deelt, hoe meer invloed ze krijgt op het dicteren van de gemeenschappelijke taal. Nederland heeft een kennisvoorsprong, maar om deze voorsprong vast te houden en export te vergroten is het noodzakelijk om een voortrekkersrol te nemen bij het opstellen van internationale afspraken.

In gesprek over water!

NEN komt graag met partijen in gesprek over:

  • de toekomstige waterproblematiek;
  • hoe we gezamenlijk de Nederlandse concurrentiepositie kunnen versterken;
  • hoe we de integrale samenwerking kunnen bevorderen;
  • nieuwe projecten en samenwerkingen.


Vul uw gegevens in zodat wij contact kunnen opnemen of gewenste informatie kunnen toesturen. Direct contact met ons opnemen is ook mogelijk via
(015) 2 690 391 of via water@nen.nl


MEER VERHALEN

Lees de inspirerende verhalen van partijen met een visie op de internationale impact van de Nederlandse watersector.

Doulaye Kone - Deputy Director Gates Foundation & chair PC 305

Het mag best wat minder conservatief

In veel arme landen hebben mensen wel toegang tot internet en sociale media maar niet tot een schoon toilet. Een van de oorzaken is het ontbreken van goede normen in de watersector. Er is dus werk aan de winkel!

Lees zijn verhaal

Lennart Silvis - Directeur NWP

Vertrouwen belangrijk bij verkoop van technologie

Het Netherlands Water Partnership (NWP) ondersteunt de watersector bij export en internationale samenwerking. Ruim 200 organisaties (profit en non-profit, van drinkwater tot dijken) hebben zich aangesloten vanuit de overtuiging dat je samen meer impact hebt in het buitenland. Directeur Lennart Silvis legt graag de relatie uit tussen innovatieve watertechnologie en normering.

Lees zijn verhaal

Henk Ovink - Watergezant, Koninkrijk der Nederlanden

Met rapporten redden we geen levens

Water veroorzaakt wereldwijd enorme problemen. Te veel water, te weinig water en te vies water, met name in de verstedelijkte delta’s is de impact soms desastreus. De Nederlandse regering wil een rol van betekenis spelen bij het oplossen van die problemen. Intensieve samenwerking en transparantie zijn de pijlers van onze Nederlandse aanpak.

Lees zijn verhaal